erfgoedobject

Pachthoeve Compenrode

bouwkundig element
ID
306950
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306950

Beschrijving

Pachthoeve Campenrode is een gesloten hoeve uitgevoerd in baksteen met natuurstenen elementen en bestaande uit een woonhuis, dwarsschuur, stallen, karrenhuis en opslagruimtes. De hoevesite heeft een rijke geschiedenis met een eerste vermelding in de 17de eeuw. De hoeve bewaart mogelijk een 18de-eeuwe kern in het opkamergedeelte van het woonhuis. De gebouwen evolueerden in de 19de eeuw tot een quasi gesloten opstelling, en kregen hun huidige uitzicht in de 20ste eeuw.

Historiek

De historiek van de pachthoeve hangt nauw samen met het verdwenen kasteel of ‘hof van Bleechem’, dat een eerste maal vermeld werd in 1336, en vermoedelijk een ‘terra mansionaria’ van de abdij van Sint-Truiden was. Het betrof een hof met walgracht net ten zuiden van de huidige hoeve aan de overzijde van de Velp. Het hof was in de helft van de 14de eeuw in eigendom van Godefridus van Bleechem en later van zonen Willelmus en Joannes de Bleechem. ‘Bleechem’ was indertijd een gehucht van Loksbergen dat een eerste maal vermeld werd in 1315. De pachthoeve zelf werd pas een eerste maal vermeld in 1626. Het is onduidelijk of er reeds een (pacht)hoeve aanwezig was vanaf de vermelding van het nabijgelegen ‘Hof van Bleechem’. Wel is zeker dat nog voor 1712 grondige verbouwingen werden doorgevoerd door Marie Victoire de Voordt. Ondertussen was het hof stilaan geëvolueerd naar een ruïne en zou een laatste maal in 1775 beschreven worden als ‘het oudt casteel met syne grachten’. Ter vervanging van het ‘kasteel’ besloot de Voordt tot de oprichting van een ‘heerdij’ rechts van de huidige toegangspoort. Mogelijk betreft het hier een kamer of een woongedeelte dat werd gebouwd voor als de eigenaar/heer op bezoek kwam. Het betreft wellicht het opkamergedeelte van de huidige hoeve.

Op de Villaretkaart (circa 1745) is ‘Cense de Compenrode’ gekarteerd als vijf vrijstaande volumes rond een binnenhof. Het uiterst noordoostelijke gebouw is de ‘heerdij’ en het zuidoostelijke gebouw het woonhuis van de pachters. Ten zuidoosten van de hoeve staat het voormalige hof nog gekarteerd als een klein rechthoekig volume met omwalling. Vanaf ongeveer de helft van de 18de eeuw is de hoeve in bezit van Jean Baptist de Cornelissen, of de zelfverklaarde ‘heer van Baussele’.

De Ferrariskaart (1771-1778) toont drie vrijstaande volumes rond een erf: een smal rechthoekig volume aan de huidige Borgveld (noordwesten), een kleiner rechthoekig volume aan de huidige Lapstraat (noordoosten) en een L-vormig getrapt volume in de zuidwestelijke hoek van het erf. De site wordt aangeduid als ‘Cse Kompenroothen’. Op de locatie van het ‘Hof van Bleechem’ staat een volume gekarteerd, met vijver op de voormalige locatie van het hof. In 1792 ging de hoeve over van vader Jean Baptist De Cornelissen op zoon Jacques Joseph Antoine Jean Nepomucene De Cornelissen, koninklijke kamerheer, wonende te Parijs. Vanaf ongeveer dezelfde periode, spreken de bronnen van ‘Kasteelhoeve’ of kortweg ‘Chateau’. Op 7 december 1811 werd de hele hoeve met gronden verkocht aan Jonkvrouw Francisca Henrieta Le Candele. Zij stierf kinderloos in 1825 waardoor de goederen verdeeld werden onder de twee kinderen van haar nicht Josephina De Stier en Joannes Baptist De Cornelissen. Op deze manier kwam de bovengenoemde Nepomucene De Cornelissen in 1836 opnieuw in het bezit van de hoeve. Zowel het primitief kadasterplan (1830-1834), de Atlas der Buurtwegen (circa 1840) als de Poppkaart (1842-1879) tonen een gebouw dat ten opzichte van de Ferrariskaart geëvolueerd is in de vorm van een quasi gesloten hoeve met openingen in de vier hoeken (variërende van een open gang tot een ontbrekende hoek). Het ‘chateau’ bestond uit een korte rechthoekige vleugel aan de Lapstraat, een lange smalle rechthoekige vleugel aan het Borgveld en eenzelfde haakse vleugel hierbij aansluitend met een noord-zuid-oriëntatie. Aan het zuiden van het binnenplein is een rechthoekig volume met kleine uitbouw aan erfzijde. Ten zuiden van het ‘kasteel’ is een kleine vijver gekarteerd. In 1868 erfde zoon Charles Adriaan Antonius Victor Robertus De Cornelissen het familiebezit met een omvang van 134ha 22a en 96ca. Hij liet in 1881-1882  een verbinding maken tussen de ‘heerdij’ en het woonhuis, ter hoogte van de huidige poortdoorgang.

Op 1 en 15 juli 1897 werden alle goederen openbaar verkocht. De hoeve werd opgekocht door Maria Catharina Irma Vinkenbosch, weduwe van de Tiense advocaat Louis Hubert Halflants, die overleden was in 1891. Zoon en notaris Alfons Halflants erfde de hoeve in 1922 na het overlijden van Vinckenbosch. Het echtpaar Halflants-Reylandt breidde de hoeve in 1946 uit door een rechthoekige aanbouw in de zuidoostelijke hoek (tussen het woonhuis en de stallen). De hoeve werd in 1982 aangekocht door Marcel Lemmens. De familie Lemmens pachtte de hoeve ononderbroken al vanaf 1798. In het teken van de landbouwactiviteiten werden in 1969, 1970, 1994 en 2011 uitbreidingen gerealiseerd.

Beschrijving

De hoeve ligt geïsoleerd ten noorden van de dorpskern van Kortenaken, op de kruising van de Lapstraat, Borgveld en Mannekeshaagstraat, net ten noordwesten van de meanderende Velpe. De hoeve wordt in de directe omgeving omgeven door weilanden en akkers met fruitbomen.

Gesloten hoeve uitgevoerd in baksteen met natuurstenen elementen en bestaande uit vier eenlaagse vleugels onder pannen zadeldaken met verschillende nokhoogtes. De noordoostvleugel omvat de woning en de zogenaamde ‘heerdij’ of het opkamergedeelte, wellicht het oudste deel van de hoeve. Deze twee delen zijn met elkaar verbonden door een centrale doorgang naar het erf, teruggaand tot 1881-1882. De zuidoostelijke vleugel bestaat uit stallen, de noordwestvleugel herbergt langs de erfzijde stallen en een wagenhuis langs de straatzijde. De zuidwestvleugel wordt gevormd door een schuur. Het erf wordt centraal gekenmerkt door een betonnen plateau. Hierrond zijn er verschillende types verharding zichtbaar, gaande van kasseien tot betonplaten. In de loop van de 20ste en 21ste eeuw werd het hoevecomplex ten westen uitgebreid met verschillende moderne stallen en opslagplaatsen, nodig om de landbouwactiviteit gaande te houden.

De noordoostvleugel met de eenlagige boerenwoning en ‘heerdij’ telt acht traveeën met een grote rechthoekige toegangspoort tot het erf in de vijfde travee. Het woonhuis is volledig onderkelderd. Het  pannen zadeldak boven deze vleugel is geknikt en links voorzien van een aandak. De straatgevel wordt geopend door rechthoekige vensters links van de poort, rechts gaat het om steekboogvensters  voor de daar aanwezige opkamers. De type vensterluik van de ‘heerdij’ wijkt licht af van deze van de boerenwoning. Een gekartelde bouwnaad is zichtbaar tussen traveeën zes en zeven. Volgens archiefonderzoek zou deze ‘heerdij’ aangebouwd zijn aan de toen bestaande hoeve in het begin van de 18de eeuw.  Aan erfzijde wordt het woongedeelte geopend door rechthoekige vensters onder een ijzeren I-latei met rozetbouten. De centrale, eveneens rechthoekige deur is gevat in een natuurstenen omlijsting.

De zuidoostelijke stalvleugel wordt aan erfzijde gekenmerkt door drie rood beschilderde houten rechthoekige poorten waarvan twee grote met dubbele vleugeldeur met een voetgangersdeur rechts. Uiterst rechts is er een kleinere schuifpoort en centraal tussen de twee grote poorten is er een klein segmentboogvenster. Tussen het noordoostelijk georiënteerde woongedeelte en de zuidoostelijke stalvleugel is een recenter bouwvolume ingebracht. Dit gebouw doet eveneens dienst als stalgebouw met op de eerste bouwlaag een opslagplaats en Marianis.

De zuidwestelijke stalvleugel toont een gelijkaardige opbouw met links een grote dubbele houten rode poort met voetgangersdeur rechts. Rechts is er een doorgang naar de achterliggende percelen. Links van deze opening is er een grote dubbele schuifpoort. Op de tweede bouwlaag zijn er twee laadvensters zichtbaar die toegang verlenen tot de hooizolders.

De noordwestelijke schuur wordt aan erfzijde gekenmerkt door een afwisseling van schuifpoorten met deels blinde steekboogvensters. Juist onder het dak zijn drie kleinere vensters te zien die, met uitzondering van het centrale venster, voorzien zijn van een houten luik. Tussen sommige vensters zijn nog enkele paardenringen zichtbaar. De grijs gecementeerde plint zelf is op verschillende plaatsen beschadigd waardoor de origineel zwart gepikte plint zichtbaar is. Aan de straatzijde is een open karrenhuis onder golfplaten dak aangebouwd.

  • Gemeentearchief Kortenaken, Bouwaanvragen ruimtelijke ordening, dossier 1969/149/21, dossier 3VL489/tb, dossier 1994/00049, dossier 1994/00075, dossier 2008/863, dossier 3VL750/tb, dossier 2007/00074, dossier 2010/00045, dossier 22./VL31/et, dossier 2011/00088.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten, Kortenaken, afdeling Kortenaken, Sectie A, 1882/9, 1946/7, 1970/12.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Primitief kadaster Kortenaken, afdeling Kortenaken, Sectie A, 1830-1834.
  • BAS W., BUVENS M., SCHEPERS H. & CLAES F. 1990: Geschiedenis van Kortenaken, Tielt-Winge, 149-151.
  • CLAES F. 1985: Inleiding tot de Oostbrabantse Toponymie, Naamkunde, 19, Herent, 46-103.
  • CLAES F. 1998: Herkomstnamen en immigratie in Diest tot 1400, Naamkunde. Jaargang 30, Herent, vol. 1-2, 79-143
  • VANDEPUTTE O. 2007: Gids Voor Vlaanderen 2007, Tielt, 653.
  • Mondelinge informatie verkregen van echtpaar Lemmens (12 december 2018).
  • DIRIX E & GOVAERTS S. 2018: Terreinbezoek Hoeve Lapstraat (Kortenaken) (terreinbezoek op 12 december 2018).

Auteurs :  Cornelissen, Tom, Dirix, Evelien, Goovaerts, Sebastiaan
Datum  : 2019


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Pachthoeve Compenrode [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306950 (Geraadpleegd op 26-01-2021)