erfgoedobject

Tweegezinswoning naar ontwerp van A. Claessens

bouwkundig element
ID: 307076   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307076

Beschrijving

Tweegezinswoning, ontworpen door architect André Claessens in 1959 in opdracht van Frans De Brabandere.

Het ontwerp situeert zich op het einde van de carrière van architect Claessens, kort voor zijn dood in 1960. Tijdens het interbellum konden er twee villatypes onderscheiden worden in zijn oeuvre. Zo ontwierp hij enerzijds traditionele, versoberde landhuizen, met een aandacht voor de relatie tot de tuin, de uitwerking van de schouw en een verzoening met moderne elementen. Anderzijds ontwierp hij heel strakke, modernistische villa’s, aansluitend bij de Internationale Stijl of met kenmerken van de gestroomlijnde bootstijl. Dit naoorlogs ontwerp voor een villa met twee wooneenheden sluit aan bij de traditionele strekking, maar getuigt in de vormgeving toch ook van een heel persoonlijke interpretatie van het modernisme.

De gekoppelde villa is gelegen op het hoekperceel van de Leo Baekelandstraat en de Kortrijksesteenweg, waarbij de toegang zich ten zuidoosten aan de kant van de Kortrijksesteenweg bevindt. Op de bouwplannen van Claessens was de voortuinstrook afgesloten met verzorgd, asymmetrisch en strak hekwerk tussen bakstenen pijlers, geflankeerd door hagen. Het hekwerk is vandaag niet langer bewaard of werd misschien niet uitgevoerd.

De twee woningen zijn gekoppeld tot een organisch, asymmetrisch geheel, dat in feite oogt als één grootschalige, dynamisch vormgegeven villa. De woningen omvatten elk een halfondergronds niveau met garages en kelderruimtes, een verhoogde gelijkvloerse verdieping met het leefgedeelte en een dakverdieping met het nachtgedeelte. De twee wooneenheden zijn haaks ten opzichte van elkaar geplaatst, met nummer 1 parallel aan de Leo Baekelandstraat. De pannen zadeldaken worden geopend met langgestrekte dakkapellen met afgebogen uiteinden en met vensters gevat tussen wit latwerk. De bouwplannen vermelden lichtgrijs geschilderde baksteen als parement. Vandaag zijn de gevels afgewerkt met een beigekleurige bepleistering. Grote rechthoekige muurpartijen openen de gevels en bewaren het houten schrijnwerk van vensters, deuren en garagepoorten. De trappenpartij tot de toegang van nummer 1 bewaart een fijne ijzeren balustrade.

Het villaontwerp leunt aan bij de ontwerpprincipes die architect Claessens in het interbellum hanteerde, namelijk een doorgedreven versobering zonder overbodige ornamentiek, met uitzondering van de uitwerking van de schouw. Hier zijn de schouwen heel monumentaal uitgewerkt, en krijgen ze dankzij hun positionering een sculpturaal karakter. De op de bouwplannen voorziene, asymmetrische V-vormige schouwbekroningen (niet uitgevoerd of bewaard) zouden dit zeker nog hebben versterkt. Claessens speelt met diverse geometrische en speelse vormen, die bij beide wooneenheden terugkeren. Dit is het geval voor de al vermelde dakkapellen, maar is ook aanwezig in de algemene opbouw van de gevels. Zo vormen de zuidoostelijke gevel van nummer 1 en de zuidwestelijke gevel van nummer 2 bijna elkaars spiegelbeeld, namelijk uitgewerkt als een asymmetrisch gevelvlak met een monumentaal uitgewerkte schouw en een strak, aan de voorzijde gesloten betonnen balkonnetje op de bovenverdieping. Het flankerende gevelelement onder de dakhelling is bij beide afgerond uitgewerkt en bekleed met een wit latwerk. Het spel met accenten en herhaling is ook zichtbaar in de opvallende, verzorgd uitgewerkte houten klinken van de toegangsdeuren.

De oorspronkelijke bouwplannen tonen beperkte wijzigingen aan tussen het ontwerp en de uiteindelijke realisatie, voornamelijk bij nummer 1. Zo had deze woning op de plannen geen garage in de kelderverdieping, bevond de toegang zich in de zuidoost georiënteerde voorgevel en sprong het volume van nummer 1 aan de voorzijde verder vooruit ten opzichte van nummer 2. De plannen illustreren Claessens’ aandacht voor praktisch comfort en functionaliteit. Zo werden er in de woningen talrijke kastruimtes en ingemaakte kasten voorzien.

In de halfondergrondse kelderverdieping bevinden zich volgens de bouwplannen de garages en kelders voor verwarming, kolen en provisie. Op de verhoogde gelijkvloerse verdieping bezit elke woning een inkom met toilet, een open ‘living room’ met eetplaats  (en bij nummer 2 ook met een bureau), een keuken – eventueel met de leefruimte verbonden met een doorgeefkast – en een werk- of spreekplaats. Op de bovenverdieping  bevinden zich een badkamer, drie – of vier bij nummer 2 – slaapkamers en talrijke kastruimtes.

  • Stadsarchief Gent, Bouwaanvragen particuliere woningen, G12, 1959/P/11.
  • MEGANCK L. 1995: André Claessens (1904-1960): een onbekend Gents modernist, Interbellum 15.2, 6-14.

Bron     : -
Auteurs :  Verhelst, Julie
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Tweegezinswoning naar ontwerp van A. Claessens [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307076 (Geraadpleegd op 15-10-2019)