erfgoedobject

Klooster en school van de zusters van Maria

bouwkundig element
ID: 307092   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307092

Beschrijving

De school- en kloostersite van de zusters van Maria is een ommuurd complex uit de tweede helft van de 19de eeuw, gelegen net buiten de historische stadskern van Landen. Het complex bestaat uit het U-vormig ingeplante klooster met de kloosterkapel aansluitend in de zuidelijke hoek, verschillende schoolgebouwen en een kloostertuin met serre.

Historiek

Dit klooster situeert zich net op de rand van het historisch centrum van Landen, ter hoogte van de zuidwestelijke zijde van de voormalige ringmuur. Het klooster werd in 1849 gesticht door deken Joannes Guilielmus Demal om kosteloos onderwijs voor de behoeftige kinderen te voorzien. In Landen bestond tot dan enkel een gemeente- en privéschool. In 1850 arriveerden de eerste vier ‘zusters van Maria’ van de congregatie uit Leuven, met zuster M. Dorothea Thoelen als overste. De nonnen trokken op 15 oktober 1852 voor het eerst het klooster binnen. Het nieuwe gebouw was een breedhuis dat in 1862 werd uitgebreid met een linkervleugel tot een L-vormig volume. Het huidige U-vormige klooster kwam tot stand na de toevoeging van een rechtervleugel in 1869. De erfgevels werden naderhand geüniformeerd. Een postkaart uit 1913 toont nog de onbeschilderde gevels van het klooster.

In 1873 werd binnen de gebouwen van het klooster een middelbare school met internaat ingericht. Zeven jaar later legde men de eerste steen van de huidige kapel, ter ere van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekte Ontvangenis. De bouw van de kapel, gelegen ten zuiden van het centrale kloostergebouw, werd afgerond in 1881. Tijdens dezelfde bouwfase werd een tweede schoolgebouw opgericht, ten oosten van de kapel. De kapel werd in 1893 verbreed met zijbeuken. In 1898 werd langs de Kloosterstraat een klein haaks volume op de zuidoostelijke kloostervleugel gebouwd. Hierdoor ontstond een binnenkoer tussen de zuidoostelijke kloostervleugel, het vrijstaande schoolgebouw en de kapel. Ook het octogonale tuinpaviljoentje ten westen van de kapel dateert van 1898. In het paviljoentje stond lange tijd een piano voor muzieklessen.

Ook in noordwestelijke richting werd verder uitgebreid. Tussen 1870 en 1911 werd hier om de haverklap verbouwd aan een kleuterschool. Deze volumes werden verbonden met het U-vormige kloostergebouw en bestaan uit een hoofdvolume onder schilddak en aansluitend twee parallelle smalle vleugels van verschillende lengte, die na de bouw van een nieuw vrijstaand schoolgebouw langs de Kloosterstraat in het laatste kwart van de 20ste eeuw in verval raakten. De nieuwbouw creëerde een haast volledig met gebouwen omgeven speelplaats voor de kleuterschool.

In 1904 waren er reeds 114 interne leerlingen aanwezig, een hoogtepunt voor de school. In 1905 werd ten noordwesten van het kloostergebouw een vrijstaand volume opgetrokken, en in de huidige vorm afgewerkt in 1923. Met drie poorten deed het dienst als wagenhuis en tot na de Tweede Wereldoorlog deed het noordoostelijke deel nog dienst als koeienstal. Zo breidde het klooster met internaat steeds verder uit. Ten noorden werd in 1922 een vrijstaand tuinhuis en kippenhok met moestuin opgericht. Tegelijkertijd werd een nieuwe schoolvleugel opgericht aan de zuidwestgevel van de kapel. Oorspronkelijk liep de centrale kloostergang naadloos over naar het nieuwe schoolgebouw, aangezien de leerlingen toegang nodig hadden tot de kapel. Deze toegang werd in de tweede helft van de 20ste eeuw gedicht voor de privacy van de zusters.

In 1931 volgde de bouw van een tweede deel met internaat, als verlenging van de schoolvleugel uit 1922. De nieuwe vleugel bestond uit klaslokalen, een feestzaal en galerij op de gelijkvloerse verdieping en slaapzalen op de bovenste verdiepingen. De muren rondom de site dateren eveneens van deze bouwfase. In 1933 kreeg het vrijstaande schoolgebouw aan de kapel een aanbouw en werd de kapel afgesloten van de Groenendaalstraat door een muur. Het schoolgebouw van 1931 kende in 1938 een verbreding aan de tuinzijde met halfronde traphal met art-deco-elementen aan de zuidwestelijke hoek. Vervolgens werd in 1945 de huidige serre in de kloostertuin opgetrokken.

In 1970 werd ook beroepsonderwijs ingericht binnen de bestaande volumes. Het klooster kende enkele comfortaanpassingen in 1999 zoals een nieuwe industriële keuken en een nieuw geïsoleerd dak en nieuwe deuren en vensters in 2006. Rond het jaar 2000 verdween een vrijstaand volume ten noorden van het klooster ten voordele van een nieuwbouw voor de huishoudschool en werd centraal tegen de tuingevel van de interbellumvleugel een liftkoker toegevoegd. In september 2018 verlieten de overgebleven zusters het gebouw en kreeg de school het klooster in erfpacht. De voormalige schoolgebouwen ten noordwesten van het klooster zijn grotendeels in onbruik, slechts enkele lokalen worden gebruikt voor een hulporganisatie. Het klooster staat momenteel vacant tot de school een herbestemmingsplan klaar heeft.

Beschrijving

Het klooster en de school van de zusters van Maria is een onregelmatig ensemble van diverse onderdelen gelegen langs de Kloosterstraat en Groenendaal. Deze gebouwen werden in verschillende fasen opgetrokken in de tweede helft van de 19de eeuw en eerste helft van de 20ste eeuw. De zuidvleugel langs Groenendaal werd in het interbellum aan het complex toegevoegd en bevat naast burelen en klaslokalen ook een feestzaal met podium.

De huidige achterliggende schoolterreinen bevinden zich ten westen van het gebouwencomplex. Het domein wordt volledig omgeven door een bakstenen muur met ritmische bakstenen pilasters, alle afgedekt met gecementeerde muurdeksels. Achter de noordelijke zijde van de muur loopt van noordwest naar zuidoost tussen de Kloosterstraat en de Dries een wandelpad, de zogenaamde ‘nonnensteeg’. De verharde speelplaats ligt achter de zuidvleugel en wordt gedeeltelijk overdekt door overkragende klaslokalen en een afdak. Meer ten noordwesten hiervan is er een grote grasvlakte voor sportactiviteiten, omringd met een looppad. Ten noorden van de verharde speelplaats wordt een zone met fruitbomen en een eenvoudige serre afgebakend met cirkelvormig aangeplante bomen. Ten noordoosten daarvan ligt de ommuurde moestuin met enkele tuingebouwen. In zuidoostelijke hoek vinden we ten slotte een graszone met een vrijstaand tuinpaviljoen. Op het schoolterrein staan enkele merkwaardige bomen, waaronder een sequoia, conifeer, fijnsparren, den, lindes en markante geënte treurbeuk.

Het klooster

Het klooster aan de Kloosterstraat vormt de centrale kern van het ensemble, en werd opgetrokken in drie fasen tussen 1850 en 1869. Het symmetrisch opgebouwde complex bestaat uit drie vleugels in een U-vorm, gerangschikt rond een strak aangelegde voortuin met vier gekandelaarde platanen en van de straat afgesloten door gietijzeren hekwerk met poort.

Het klooster is opgetrokken in een baksteenbouw op hardstenen plinten, oorspronkelijk onbeschilderd, onder leien zadeldaken. De westvleugel is de hoofdvleugel en telt twee en een halve bouwlaag met aan de voorzijde vijf zichtbare traveeën met in het midden een trapgevelrisaliet voor de inkom. Haaks op deze hoofdvleugel zijn twee identieke vleugels van vijf traveeën en twee bouwlagen ingeplant. De gevels van deze drie vleugels gericht op de voortuin, zijn uniform afgewerkt, met een sterke horizontale ritmering door een eenvoudige kroonlijst en ruwe, gecementeerde sierlijsten die als speklagen contrasteerden met de oorspronkelijk onbeschilderde rode baksteen. De getoogde vensters met vernieuwd schrijnwerk zijn regelmatig in de traveeën geplaatst, en overal gevat in een identieke neoclassicistische omlijsting, geprofileerd, met oren, sluitsteen, en bekroning met guirlandes. In elke vleugel zit een centrale rechthoekige deur; verder segmentbogige vensters met hardstenen onderdorpels. De borstweringen zijn versierd door spiegels met noppenmotief.  De centrale travee van de westvleugel is uitgewerkt als inkomtravee en wordt bekroond met een neogotische trapgevel met grote spitsbogige beeldnis met Mariabeeld en eronder een rechthoekige uitsparing met de vermelding ‘Zusters van Maria’.

De oostelijke zijpuntgevels aan de straat en de achtergevels van de noord- en zuidvleugel kregen een andere afwerking. Deze gevels zijn gecementeerd en voorzien van schijnvoegen en imitatiehoekkettingen. De zijpuntgevels zijn onderaan voorzien van beraping en vertonen hogerop een centraal rondbogig venster in een omlijsting en twee kleine rondboogvensters in een vlakke omlijsting. Het centrale venster in de zuidvleugel is gedicht. De achtergevels van deze vleugels zijn gelijkaardig uitgewerkt als de voorgevels.

Aan de tuinzijde kreeg de westvleugel van vijftien traveeën een zeer eenvoudige afwerking, contrasterend met de façade gericht op de straat. In de onversierde rode bakstenen lijstgevel zijn de muurankers zichtbaar. Alle muuropeningen zijn getoogd en voorzien van een rollaag en hardstenen lekdrempel. Elke travee komt overeen met een kloostercel, verbonden met een centrale kloostergang.

De kapel

De 19de-eeuwse kloosterkapel werd in 1880-81 gebouwd als eenbeukige kapel van vijf traveeën onder leien zadeldak met torenspits, maar werd in 1893 met zijbeuken onder leien lessenaarsdaken uitgebreid. De kapel is grosso modo georiënteerd en heeft aan de noordwestzijde een vierkante toren met rondbogige galmgaten onder een ingesnoerde leien spits.  De kapel is enkel toegankelijk via de centrale kloostergang. Ze is opgetrokken uit baksteen en vertoont een rechthoekige plattegrond met een koor van één rechte travee en een driezijdige sluiting. De zijbeuken hebben gekoppelde rondboogvensters, gevat in een dito spaarveld. Het koor heeft drie rondbogige vensters met glas-in-loodramen met de voorstelling van heiligen. Aan weerszijden van het koor is tegen de zijbeuken een aanbouw onder lessenaarsdak, beide geopend door een glas-in-loodrondboogvenster met ruitvormige roedeverdeling en een hartmotief. Wellicht is één van beide de sacristie. Inwendig vertoont het schip een kruisgewelf. De gehele kapel werd in 2016 gerenoveerd en opnieuw beschilderd langs de binnen- en buitenzijde. De zuidelijke buitengevel kreeg een ossenbloedrode kleur en de westgevel een grijs-groene kleur. De binnengevels bleven in een witte-beige kleur.

De kleuterschool

Tussen 1870 en 1915 werd gebouwd en verbouwd aan een kleuterschool. De volumes werden opgetrokken in eenvoudige baksteenarchitectuur onder vernieuwde schild- en zadeldaken met vlakke zwarte dakpannen. Het hoofdvolume onder schilddak telt drie bouwlagen. De oost- en westgevel worden op het gelijkvloers en de eerste verdieping geopend door segmentbogige vensters met hardstenen lekdrempels en een uitspringende baksteenomlijsting, aan de oostzijde wit geschilderd. Een muizentand en anderskleurige baksteen in de oostgevel verraden een latere derde bouwlaag. Deze bouwlaag heeft aan de west- en oostzijde vier vernieuwde T-ramen. De noordgevel is quasi blind, afgezien van een venster onder houten latei in de noordwestelijke hoek. Tussen de twee ten noorden aangebouwde vleugels bevindt zich op het gelijkvloers een segmentbogig venster met daaronder twee hardstenen lateien boven een keldervenster. De bakstenen trap met betonnen treden leidt naar een overloop tussen beide vleugels. In het hoofvolume zit een houten deur, rechts geflankeerd door twee kleine rondboogvensters met rollaag.

De twee langgerekte parallel vleugels werden aangebouwd ten noorden. De westelijke vleugel telt vier traveeën, de oostelijke acht. Beide volumes zijn twee bouwlagen hoog onder zadeldak op een platte muizentandlijst. De straatgevel van de oostvleugel werd opgevat als voorgevel en geopend door segmentbogige vensters met witte rollaag op beide verdiepingen, met uitzondering van de eerste twee traveeën, die op de eerste verdieping twee rondboogvensters met bijpassende gewitte baksteenbogen vertonen. Daartussen een Christusbeeld in een rondboognis met gewitte dubbele rollaag. In de vijfde travee bevindt zich een centrale toegangsdeur met hardstenen segmentbogige omlijsting en daarboven een venster onder een witgeschilderde latei. De westelijke langsgevel is blind, met op de bovenverdieping tien blinde rondboogvensters met baksteenomlijsting. de overige gevels van de twee parallelle vleugels worden geopend door vensters, deuren en laadluiken van diverse grootte en rechthoekige of segmentbogige vormgeving.

Het vrijstaande schoolgebouw

Het vrijstaande klassengebouw uit 1881 op de hoek van de Kloosterstraat met de Groenendaalstraat is een volume opgetrokken uit gele, verankerde baksteen  bestaande  uit vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak. De geprofileerde kroonlijst heeft een aflijnende muizentand. De oostelijke straatgevel onderging aanpassingen, met rechthoekige vensters en een gecementeerde plint. De zuidelijke kopgevel heeft dezelfde grote rechthoekige vensters. De toegangsdeur bevindt zich aan de westgevel, waar een tweelagige volume onder plat dak werd aangebouwd in 1893. Een kleurverschil in de baksteen doet vermoeden dat op dit moment het vrijstaande gebouw werd verhoogd met een tweede bouwlaag. Dat zou verklaren waarom de aanbouw dienst doet als trappenhuis. De westgevel ervan wordt enkel geopend door twee boven elkaar geplaatste rondboogvensters met hardstenen lekdrempel en baksteenomlijsting. In de zuidwestelijke hoek kan het gebouw worden betreden via een rechthoekige toegangsdeur met daarboven een rechthoekig venster in de overgang van de eerste naar de tweede bouwlaag.

De interbellumschoolgebouwen

Aan de Groenendaalstraat ligt een imposante, langwerpige schoolvleugel van twee  tot drie bouwlagen onder zadeldak. Het oudste deel van 1922 betreft de acht rechtse traveeën van tweeënhalve bouwlagen. In 1931 in zuidwestelijke richting verlengd met een gebouw in aansluitende bouwstijl van twee tot drie bouwlagen. Het geheel werd opgetrokken uit baksteen met decoratieve verwerking van witsteen voor de muurbanden, ontlastingsbogen en lateien. Breuksteen werd aangewend voor de onderbouw van het linkergedeelte. De horizontaliteit van de straatgevel wordt verbroken door een hoger centraal volume met een puntgevelrisaliet. De gevels worden geopend door vrij eenvoudige doch ruime rechthoekige vensters waaronder een aantal drielichten en gekoppelde vensters. Het oudste gedeelte wordt geritmeerd door gevelhoge lisenen terwijl de acht linkse traveeën van de latere uitbreiding gemarkeerd worden door rechthoekige spaarvelden.

De westgevel is voor een groot deel bekleed met leien en wordt eveneens geopend door rechthoekige vensters en twee kleine rondboogvensters. De tuingevel van het oudste volume is nagenoeg identiek aan de straatgevel. De tuingevel van de latere uitbreiding daarentegen werd nog verbouwd in 1939 en vertoont art-deco-invloeden.

Het tuinpaviljoen

Ten noordwesten van de kapel, aan de tuingevel van het interbellumschoolgebouw, bevindt zich een octogonaal volume onder een eveneens achtzijdige bekroning op haar beurt bekroond door een lantaarn, het zogenaamde tuinpaviljoen. Het ontwerp is een revival van een laatmiddeleeuws lavatorium. Het paviljoen is opgetrokken in 1899 uit baksteen op een gecementeerde plint en afgedekt door een leien bedaking. Op dat moment was het volume fysiek verbonden met de toenmalige aanpalende vleugel en deed het vermoedelijk dienst als wasbekken. Pas in 1923 komt het volume volgens kadasterplannen vrij te staan in de schooltuin. De gevels worden geopend door gekoppelde rondboogvensters gevat in een dito spaarveld. Ook de bekroning vertoont aan elke zijde gekoppelde rondboogvenstertjes. De houten lantaarn heeft rondbogige openingen onder een aluminium puntdak.

Wagenhuis, kippenhok en stallen

Tot slot vinden we in noordoostelijke hoek van de site enkele vrijstaande gebouwen. Een wagenhuis uit 1906, verbreed in 1923, deed in het verleden dienst als koeienstal en klaslokalen en wacht momenteel op een nieuwe functie. Het langgerekte eenlagige volume is gevat onder een leien zadeldak met houten kroonlijst op klossen. Op de hoeken bevinden zich kleine versneden steunberen. De zuidelijke langsgevel op gecementeerde plint is uitgewerkt als lijstgevel, centraal onderbroken door een tuitgevel met vlechtingen en schouderstukken, geopend door twee laadluiken en een oculus; links drie rondboogvensters onder bakstenen waterlijst en voorzien van hardstenen lekdrempels. Rechts ervan drie poorten, thans gesloten met rolluiken en eveneens voorzien van een bakstenen waterlijst. In een aanbouw onder lessenaarsdak in de zuidoostelijke hoek bevindt zich in de westelijke zijgevel een rondboogdeur met bovenlicht en bakstenen waterlijst. De noordelijke langsgevel is volledig blind. De westelijke kopgevel is vormgegeven als tuitgevel met muurvlechtingen en centraal in de top een rondboogvenster met hardstenen lekdrempel en bakstenen rollaag en rechts een rondboogdeur met bovenlicht, boogomlijsting uit baksteen en een twee uitkragende kopse rollaag. De oostelijke kopgevel is eveneens een tuitgevel. Deze aan de straatzijde gelegen gevel wordt enkel geopend door een oculus in de top, met daaronder een rechthoekig laadluik met hardstenen dorpel.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten, Landen, Afdeling I (Landen), Sectie A, 1853/8, 1863/6, 1870/2, 1882/13, 1883/24, 1894/4, 1899/30, 1906/15, 1915/13, 1923/23, 1931/13, 1934/14, 1939/7, 1946/12.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Primitief kadaster Landen, afdeling I (Landen), Sectie A, 1830-1834.
  • Stadsarchief Landen, Bouwdossiers, dossier 2018/143.6/387, dossier 2018/143.6/238, dossier 11/752.3/14011/786, dossier 1999/BA/1609, dossier 93/752.3/1120/496, dossier 1992/GO/1086.
  • Atlas van de Buurtwegen, opgesteld naar aanleiding van de wet op de buurtwegen van 10 april 1841, schaal 1:2.500 (overzichtsplannen schaal 1:10.000).
  • Atlas Cadastral parcellaire de la Belgique de Halle Booienhoven – Halle-Boyenhoven, Philippe-Christian Popp, uitgegeven in 1842-1879, schaal 1:5000.
  • Jacob van Deventer, Landen, Rumsdorp, Attenhoven en Hensberg, uitgegeven in 1550-1565, schaal 1:80 000.
  • Kaart van Villaret, Institut National de l’Information Géographique et Forestière, Sint-Mande (France), CH 292, uitgegeven in 1745, schaal 1:14.400.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • DELMEIRE R. 1998: Zusters van Maria te Landen, Ons Landens Erfdeel, Landen, Geschied- en Heemkundige Kring, 21.54, 45-49.
  • KEMPENEERS P. 2000: Leven in Landen, Tienen.
  • KEMPENEERS P. 2000: Toponymie van Landen, Leuven, 119.
  • KEMPENEERS P. 1999: Historische atlas van Landen, Tienen.
  • SEVENANTS W. & SIMPSON D. 2012: Archeologisch onderzoek naar de ligging van de oude Landense stadspoorten, Erps-Kwerps
  • WEMANS G. 2011: Het 13de-eeuwse Landen. Lezing van em. Prof dr. R. Van Uytven, Ons Landens Erfdeel, Landen.
  • WAUTERS  A. & WEMANS G. 2017: Landen: van versterkte stad tot dorp in de kering, Ons Landens Erfdeel, Landen, Geschied- en Heemkundige Kring, 40.94-95, 112.
  • WEMANS G. 2006: Tuinpaviljoen in de kloostertuin van de Zusters van Maria, Ons Landens Erfdeel, Landen, Geschied- en Heemkundige Kring, 29.70-95, 20-21.
  • DIRIX E. & GOVAERTS S. 2019: Terreinbezoek Klooster en school (Landen) (terreinbezoek op 10 januari 2019).

Auteurs :  Cornelissen, Tom, Dirix, Evelien, Goovaerts, Sebastiaan
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Klooster en school van de zusters van Maria [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307092 (Geraadpleegd op 10-08-2020)