erfgoedobject

Hoeve Schoonbeek

bouwkundig element
ID: 307101   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307101

Beschrijving

Hoeve Schoonbeek is een voormalige pachthoeve van de cisterciënzerinnenabdij van Oriënte. De hoeve, vandaag met U-vormige opstelling, geopend naar het oosten, was tot in de jaren 1960 een site met walgracht. Ten zuiden opmerkelijk boerenburgerhuis met vermoedelijk laatmiddeleeuwse kern en bouwfasen in 1629 en het begin van de 19de eeuw. De noordelijke stalvleugel en westelijke schuur dateren eveneens uit de 19de eeuw.  Het poortgebouw en tweede wooneenheid in de zuidwestelijke hoek zijn renovaties in historiserende stijl.

Historiek

Volgens lokaal archiefonderzoek was een zekere Philips Weyts de eerste eigenaar van de hoeve vanaf ongeveer 1620. Het is evenwel niet duidelijk of de site in eigendom was of gepacht werd. De hoeve zou namelijk in het bezit zijn geweest van de cisterciënzerinnenabdij 'Oriente'. De oostelijke gevel van het centrale woonhuis in de zuidvleugel geeft het jaartal 1629 aan in gesinterde bakstenen. Of er reeds bebouwing aanwezig was voor deze periode, is niet met zekerheid te zeggen. De opmetingsplannen voor de meest recente bouwfase tonen wel aan dat er enkel onder het achteruitspringende meest rechtse volume van het woonhuis (met symmetrische gotische trapgevels) een kelder aanwezig is. De muurdikte varieert tussen ongeveer 70 en 90 cm. Het centrale gedeelte van het 17de-eeuwse woonhuis heeft geen kelderverdieping, enkel fundamenten op volle grond. Verder bouwhistorisch onderzoek is noodzakelijk om een vermoedelijk laatmiddeleeuwse bouwfase op de site te kunnen analyseren.

In 1634 werd Weyts beschuldigd van doodslag op een zekere Willem Salamons waardoor hoeve Schoonbeek verkocht werd aan of onteigend werd door Henri-Rogier de Rivière d’Arschot (Baron van Heers en vanaf 1623 graaf van het Heilig Roomse Rijk). Weyts zou hierna op de vlucht geslagen zijn en werd pas in 1638 onschuldig bevonden van de feiten. Hierop kocht hij het ‘huisje’ van de site. Het is niet duidelijk welk gedeelte hiermee bedoeld werd. De rest van de hoeve bleef vermoedelijk in bezit van graaf de Rivière d’Arschot. Weyts verkocht ‘het huisje’ op een onbekende datum aan ‘de graaf van Hoen’.

Rond 1676 vestigde het echtpaar Winandus-Antonius de Fraiture en Gertrudis Brouwers (1650-1712) zich in de hoeve. Datzelfde jaar werd de Fraiture benoemd tot schepen en secretaris van de rechtbank van Rummen door Catharina Angelica de Moytrey, barones van Rummen. De Fraiture was eveneens actief als notaris tussen 1694 en 1725. Na zijn overlijden ging de hoeve over op oudste zoon Franciscus-Wilhelmus de Fraiture en Maria Boesmans, een gezin met 13 kinderen. Wilhelmus werd eveneens schepen en secretaris voor de rechtbank van Rummen, apostolisch notaris (benoeming door paus Clemens XI) en was burgemeester van Rummen vanaf 1725.

Rond de helft van de 18de eeuw bestond de hoeve volgens de Villaretkaart uit een rechthoekige site met walgracht met drie vrijstaande gebouwen waaronder een L-vormige zuidvleugel. Enkel in de oostelijke zijde van de gracht was doorgang mogelijk. Op de Ferrariskaart (1771-1778) is de C(en)se Schoonbeeck weergegeven als drie langwerpige rechthoekige volumes (oost-, zuid- en westvleugels) met moestuin tussen de westvleugel en de walgracht. De rechthoekige omgrachting is nog aanwezig met ten oosten ervan een boomgaard. Een nieuwe bouwfase deed zich vermoedelijk voor rond de eeuwwisseling aangezien het primitief kadasterplan (1830-1834) een aaneengesloten U-vormig gebouw met opening naar het oosten toont aan de ‘Krey Straet van Rummen naar Weyer’. De bestaande losstaande zuid- en westvleugels werden verbonden samen met een nieuwe noordvleugel. Het woonhuis in de zuidvleugel werd aangevuld met een lagere aanbouw. De vrijstaande oostvleugel werd gesloopt. De walgracht is nog steeds aanwezig maar nu met een tweede toegang in de westzijde. De inplanting van de hoeve en walgracht verandert niet meer tot 1865. De site was nog steeds in het bezit van de familie de Fraiture (of Defraiture volgens de legger van Popp). In 1864-1865 bouwt rentenier Winand-Antonius-Josephus de Fraiture een dwars volume in de zuidwestelijke hoek van de hoeve, op het ‘lusthof’ en dwars over de walgracht heen. Het kadasterarchief spreekt van een ‘construction d’une fabrique de sirop’ (beeten siroop fabriek)’. De Fraiture was reeds vroeger met een boomkwekerij begonnen. Om deze activiteit uit te breiden, werd in 1869 ten zuiden van de hoeve, aan de overzijde van de walgracht, een boomkwekerij met landgebouwen en paviljoenen opgetrokken in de vorm van twee langwerpige vrijstaande gebouwen met een noord-zuidoriëntatie. De siroopfabriek van 1864-1865 werd in 1875 al weer gesloopt.

Door het overlijden van W.A.J. de Fraiture in 1890, kwam de site in bezit van erfgename Valentine-Marie-Christine de Fraiture, woonachtig te Brussel. Kort hierna werden ook de gebouwen voor de boomkwekerij gesloopt. Een jaar later schonk juffrouw de Fraiture al haar goederen aan de abdij van Westmalle. De abdij laat in opdracht van kloosterling August Broekovens 1914 een vijver uitgraven ten zuiden van de zuidvleugel, aan de overzijde van de walgracht. Een vijftal jaren later verkoopt de abdij echter al haar goederen in Rummen. De familie Mees kocht Hoeve Schoonbeek aan. De hoeve was in 1921 bewoond door Jan Victor Mees, burgemeester van Rummen tussen 1947 en 1958, en zijn zus Maria Regina Mees. Familiefoto’s van de familie Mees tonen aan dat het hoofdgebouw in de zuidvleugel een gewitte gevel had in de helft van de 20ste eeuw. De westelijke helft van de zuidvleugel behield de bakstenen gevel.

Daar Jan Victor Mees overleed in 1963, ging de hoeve over op zoon Paul Mees en Fernande Ectors. Het echtpaar voerde datzelfde jaar verbouwingen aan de hoeve uit. De extra stalvolumes werden in 1996-1997 en 2011 gesloopt. In 2011 werd een lage afsluitingsmuur met toegangspoort tussen de noord- en zuidvleugel gebouwd. De noordvleugel kreeg ook een nieuw dak in donkere pannen. In 2014 werd vervolgens een bouwaanvraag ingediend tot ‘het verbouwen van een bestaande herenhoeve en stallingen tot een meergezinswoning’. Voor deze nieuwbouw werd de westelijke helft van de zuidvleugel en de zuidelijke helft van de westvleugel gesloopt tot op de fundamenten. De afbraak ving aan in de winter van 2015. De nieuwbouw werd in 2017 afgewerkt. Ook de westvleugel kreeg een nieuw dak in donkere pannen in datzelfde jaar.

Beschrijving

Hoeve Schoonbeek is gelegen ten zuiden van de Kraaistraat. Langs de volledige straatzijde worden de hoevepercelen afgeboord door een recente lage bakstenen muur met daarboven een traliewerk tussen bakstenen hekpijlers met getrapte bekroning (oost) en hardstenen hekpijlers met bolbekroning (west), centraal onderbroken door een noordelijk stalvolume. Langs beide zijden van deze stal kan men via een toegangshek de hoeve benaderen. Het complex heeft een U-vormig grondplan. De oostflank van het erf bleef onbebouwd en wordt enkel afgesloten met een herbouwde tuinmuur met toegangshek en hekpijlers. Een kasseipad leidt via een aan beide zijden met een lage muur afgeboorde brugrestant tot de toegangshek van het centrale erf. Deze toegang is een herinnering aan de gracht die tot de jaren 1960 het erf afbakende. De zuidelijke tuinzone is heden onbebouwd maar kende diverse bebouwing in tweede helft van de 19e eeuw tot het einde van de 20e eeuw.

De U-vormig ingeplante gebouwen zijn geschikt rond een rechthoekig erf. De zuidvleugel omvat het 17de-eeuwse woongedeelte, met in het verlengde, in de zuidwestelijke hoek, een recent opgetrokken tweede woning. Daarlangs in de westelijke flank een historiserend poortgebouw, aansluitend op de 19de-eeuwse schuur en de noordelijke stalvleugel uit dezelfde periode.

De zuidvleugel

Het boerenburgerhuis is het meest markante gedeelte van de hoeve. Het is opgebouwd uit drie afzonderlijke maar aaneengesloten volumes, allemaal opgetrokken uit rode baksteenbouw onder leien zadeldaken tussen aandaken. Meest oostelijk een volume van een  travee en een bouwlaag; centraal een volume van drie traveeën en  twee bouwlagen in Maaslandse stijl, en ten slotte het torenvormig uitgewerkte, westelijke deel van drie traveeën en twee bouwlagen op een hoge kelder, gekenmerkt door getrapte zijgevels en een dakstoel.  Zowel dit volume als het centrale volume hebben een centrale dakkapel in het zadeldak.

Op basis van de beschikbare bronnen kan geconcludeerd worden dat het woonhuis niet enkel een bouwfase uit ‘1629’ heeft gehad zoals de jaarindicatie in de vrije zijgevel van het centrale volume aangeeft. De aanwezigheid van een kelderverdieping onder het smalle, hoogste volume duidt vermoedelijk op een oudere constructiefase van dit deel. Vermoedelijk werd het torenvolume in 1629 heropgebouwd en daarbij aangevuld met het woonhuis van drie traveeën en twee bouwlagen in een Maaslandse stijl dat hierbij aansluit en het jaartal draagt. De bouwlagen van de twee volumes verschillen van niveau door het hoge kelderniveau van het rechtse volume dat bereikbaar is via een buitentrap. In de derde travee van het centrale woonvolume bevindt zich een trappenhuis. Het meest oostelijke, wellicht als laatste toegevoegde volume deed vermoedelijk dienst als bakhuis.

Het centrale volume heeft een toegangsdeur in de derde travee. In de overige traveeën bevinden zich rechthoekige vensters met een natuurstenen omlijsting. Bij de twee vensters op de gelijkvloerse verdieping ontbreekt deze doorlopende omlijsting maar aanpassingen in het metselwerk rondom suggereren een latere aanpassing en verwijdering van de omlijsting. Op de eerste verdieping is tussen de vensters van de tweede en derde travee een apotropaeïsch metselaarsteken van een maalkruis of zandloper in het metselwerk zichtbaar. De zijgevel van het centrale volume is opgebouwd met muurvlechtingen en ankers met centraal het jaartal “1629” in gesinterde baksteen. Net boven de dakrand bevinden zich links en rechts van het jaartal twee kleine rechthoekige vensters met natuurstenen latei en onderdorpel. Hetzelfde venster wordt in de nok van de gevel herhaald. Net eronder is een gedichte oculus zichtbaar. Ook ter hoogte van de tweede bouwlaag, aan de rechterzijde van de gevel is een gedichte rechthoekige muuropening met rondboogontlastingsboog zichtbaar. Door de latere aanbouw van het linkervolume is niet waar te nemen of nog meer muuropeningen gedicht werden.

Dit meest oostelijke volume van het woonhuis is van een latere bouwfase. Er is geen verticale bouwnaad te zien tussen het centrale en linkse volume maar wel een subtiele aanpassing aan het bestaande verband. Het toegevoegde volume is opgebouwd uit een donkerdere baksteen en bestaat uit een travee en één bouwlaag onder een zadeldak uit bruine pannen. De erfgevel bevat een rechthoekig venster met luiken en rechts daarvan een rechthoekige toegangsdeur. Beide elementen zijn volledig omlijst door natuursteen. De zijgevel is geopend met rechthoekige vensters op het gelijkvloers en zolderverdieping. De vensters hebben een natuurstenen of bakstenen latei (zolderverdieping) maar geen volledige natuurstenen omlijsting. In de nok van de puntgevel zijn nog twee symmetrische oculi zichtbaar.

Tegen de westgevel van het historische woonhuis is in 2015-2017 een nieuwbouw opgetrokken, in een aansluitende, historiserende bouwstijl. Dit volume sluit aan op de westvleugel.

De westvleugel

De nieuwbouw van de zuidvleugel gaat naadloos over in een nieuw poortgebouw in de westvleugel, dat werd opgetrokken in 2016-2017. Een oud natuurstenen figuratief plakkaat (spolia) boven de toegangspoort toont centraal twee wapenschilden en heraldisch rechts een ridder te paard en heraldisch links een Saraceen met kromzwaard.  Deze plakkaat lag jarenlang op de binnenplaats. Het is onduidelijk uit welk bouwvolume deze werd gerecupereerd.

Het schuurvolume in de westvleugel werd behouden. De vernieuwde erfgevel wordt geopend door twee stalvensters en staldeur, alle onder bakstenen segmentbogige rollaag. Daarboven werden twee laadluiken met segmentbogige rollaag aangebracht. In de noordwestelijke hoek van het erf zit een korfboogpoort, die toegang geeft tot een open schuurvolume. De schuur vertoont aan de westgevel vele bouwsporen van voorgaande gevelopeningen, waarvan enkel een toegangsdeur in de tweede travee behouden bleef. Alle overige muuropeningen werden bij de recente renovatie gedicht. Door de vernieuwing van het dak, werd de zijgevel aan de straatkant aangepast en hervoegd vanaf de dakrand. Twee stalvensters, die erop wijzen dat de schuur gedeeltelijk als stal werd benut, werden ook hier gedicht. Het originele maalkruis in gesinterde baksteen centraal in de gevel en de muurvlechtingen bleven behouden. Een verticale bouwnaad is zichtbaar tussen de dwarsgevel en de straatgevel van de noordvleugel.

De noordvleugel

De verankerde bakstenen stalvleugel heeft een onregelmatige travee-indeling en één bouwlaag onder een pannen zadeldak tussen vernieuwde aandaken. Er is een duidelijke bouwnaad zichtbaar tussen de stal en het schuurvolume in de westvleugel. De erfgevel wordt geopend door een staldeur onder bakstenen segmentbogige rollaag in de eerste travee (west). Ook in de tiende travee zit een staldeur, zij het onder I-vormige metalen latei.  Een zelfde draagconstructie zien we bij de centrale stalpoort in de zesde travee. Verder wordt de stalvleugel langs de erfzijde geopend door vier stalvensters met segmentbogige rollaag en bakstenen lekdrempels. De zolder kon worden benut langs vier laadluiken onder de dakrand. Vrijwel over de gehele erfzijde werd een gecementeerde plint aangebracht. De vrij gesloten straatgevel wordt geopend door kleine rechthoekige vensters. De vensters hebben een cementomlijsting. Aan de eerste travee is een kleine steunbeer toegevoegd aan de gevel.

  • Gemeentearchief Geetbets, Bouwaanvragen ruimtelijke ordening, dossier SV2010/48, dossier SV2014/0053.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten, Geetbets, afdeling II (Rummen), 1865/13, 1869, 1876, 1890, 1914, 1963/14, 1997/63.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Primitief kadaster Geetbets, afdeling II (Rummen), 1830-1834.
  • Atlas Cadastral parcellaire de la Belgique de Rummen, Philippe-Christian Popp, uitgegeven in 1842-1879, schaal 1:5000.
  • Atlas van de Buurtwegen, opgesteld naar aanleiding van de wet op de buurtwegen van 10 april 1841, schaal 1:2.500 (overzichtsplannen schaal 1:10.000).
  • Kaart van Villaret, Institut National de l’Information Géographique et Forestière, Sint-Mande (France), CH 292, uitgegeven in 1745, schaal 1:14.400.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • GYSSELING M. 1960: Toponymisch woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland vóór 1226. Belgisch Interuniversitair Centrum voor Neerlandistiek, 872.
  • LEUS G.  2016: Ver-gelijk. Geetbets: Guy Leus Limes Gatia, 63-65.
  • DIRIX E. & GOVAERTS S. 2018: Terreinbezoek Hoeve Schoonbeek (Rummen) (terreinbezoek op 13 december 2018).

Auteurs :  onbepaald, onbepaald, Goovaerts, Sebastiaan
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve Schoonbeek [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307101 (Geraadpleegd op 12-12-2019)