erfgoedobject

Melkerij Sint-Paulus

bouwkundig element
ID: 307103   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307103

Beschrijving

Gebouw met burelen, verpakkingsafdeling en toneelzaal van de voormalige melkerij ‘Société coopératieve, Laterie et Moulin St. Paul’, gebouwd in 1902, en in de jaren 1980 omgevormd tot woonhuis. Dit gebouw is een belangrijke getuige van de vroegere melkerijsite.

Historiek

Op 23 maart 1901 berichtte ‘De Leeuwenaar’ over de oprichting van een samenwerkende maatschappij voor de inrichting van een melkerij met stoommachine en pasteurisatie voor Geetbets, Kortenaken en omliggende gemeentes, onder het voorzitterschap van heer Ridder de Wouters d’Oplinter. Op 14 augustus 1901 werd een perceel landbouwgrond aan de Oudestraat, eigendom van baron Jozef Maria Oscar Craninx, weduwe Emerance Ernestina Craninx-Vandenschriek en Pieter Craninx (vruchtgebruiker), aangekocht door de samenwerkende vennootschap ‘Sociëteit de Melkerij Sint-Paulus’ voor de bouw van een graanstoommolen en stoommelkerij. Het gebouw werd in december van datzelfde jaar ingehuldigd en gewijd. De ‘Société coopératieve, Laterie et Moulin St. Paul’ startte de activiteiten op 1 februari 1902.

Het toenmalige bedrijfsgebouw bestond bij aanvang uit drie aaneengesloten volumes. Ten zuiden langs de straatzijde waren de burelen en verpakkingsafdeling ondergebracht, het volume dat nu nog steeds bestaat. Dit volume bestaat uit een tweelagige baksteenbouw onder zadeldak, met een haaks op de nokrichting vooruitspringende zuidelijke uitbouw puntgevel parallel aan de straat. In zuidoostelijke hoek een torentje met zeshoekig tentdak. De zolderverdieping van het hoofdvolume werd ingericht als toneelzaal. In 1925 beschrijft een artikel in ‘De Leeuwenaar’ het toneelfeest van de Bond van het Heilig Hart in de bovengelegen toneelzaal.

Ten noorden bevond zich de eigenlijke melkerij, het hoofdvolume van de site, centraal op het grondplan. Ten oosten hiervan stond een eenlagig ketelhuis onder zadeldak geflankeerd door een vrijstaande bakstenen schouw van circa 23 meter. Deze machine in dit ketelhuis dreef de melkerij en de graanstoommolen aan, aanvankelijk op kolen, later op mazout en elektriciteit. De graanstoommolen bevond zich ten noorden in de vorm van een tweelagige aanbouw onder zadeldak, parallel aan de nok van het hoofdvolume.  

In 1927 verkleinde het perceel van de melkerij lichtjes door de bouw van enkele woningen aan de noordelijke perceelsgrens. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de melkerij omgebouwd tot kaasfabriek en later tot botermakerij. Hiervoor werd een koelinstallatie en een automatische inpakmachine geïnstalleerd.

De vennootschap vroeg in 1952 het faillissement aan. Het bedrijf werd datzelfde jaar verkocht aan de familie Tubbax, die enkele jaren eerder een melkerij hadden opgericht in Jeuk. De nieuwe melkerij ‘Sint-Joris’ vervaardigde boter maar ook harde, witte en platte kazen. Tubbax ging in 1956 over tot de afbraak van het noordelijke volume, dat op dat moment dienst deed voor de opslag van graan. Tevens werd ten noorden op het perceel een vrijstaande nieuwbouw opgetrokken. Zoon Jozef Tubbax nam de activiteiten in 1962 over, na het overlijden van vader Tubbax. In 1970 werd de melkerij nog vergroot met een zuidoostelijke eenlagige aanbouw onder plat dak en een vrijstaand volume onder plat dak in de huidige voortuin. Slechts zes jaren zette de familie de productie stop.

Het bedrijf werd verkocht aan Stabilac uit Rotselaar, de familie Tubbax behield de eigendom. Hierna voerde het echtpaar verbouwingen uit aan de gebouwen. Zo werd de schoorsteen gesloopt in 1979. De vrijstaande bijgebouwen in de achtertuin en de redelijk recente constructie in de voortuin werden eveneens gesloopt. De loopbrug en lopende band aan de zuidelijke en westelijke gevel van de melkerij werden verwijderd en het hoofdvolume met de burelen en verpakkingsafdeling werd geleidelijk aan omgevormd tot woonhuis. Enkele ruimten op de gelijkvloerse verdieping deden vervolgens jarenlang dienst als onderdeel van een dierenartsenpraktijk. Hiervoor werd in 1983 een aanpassing uitgevoerd aan de bestaande open garage aan de oostgevel van de melkerij, waar zich voorheen het ketelhuis bevond.

Beschrijving

Het voormalige bureel- en inpakgebouw van de melkerij bleef bewaard. Het gebouw bestaat uit twee haaks op elkaar ingeplante volumes van drie bouwlagen onder pannen zadeldaken, aangevuld met een torenvormig uitgebouwde zuidoostelijke hoek. De gebouwen zijn opgetrokken in rode baksteenbouw, oorspronkelijk voorzien van witte sierbanden, die nu niet meer bewaard zijn. De begane grond van de gebouwen was oorspronkelijk bijna volledig gesloten, en vormt de sokkel van het gebouw. Ten noorden van het gebouw, een dwarse overkapping (1983) aan de oostgevel en een bijkomend hoog volume tegen de noordelijke achtergevel (1979) ter vervanging van de oude graanstoommolen. Deze recente aanbouwen hebben geen historische link met het hoofdgebouw en dus een lage erfgoedwaarde. Het complex bevindt zich op een deels verhard, zeer ruim rechthoekige perceel, nu in gebruik als tuin van de woning.

Het hoofdvolume, parallel met de straat ingeplant, telt vier traveeën. In de zuidelijke langsgevel, vrijwel verborgen achter de haakse aanbouw, is er op de begane grond een rechthoekige deur naast de torenvormig uitgewerkte zuidoostelijke hoek. De toren telt drie geledingen onder leien spits en wordt geopend door smalle getoogde vensters bovenaan. De brede zijpuntgevels aan oost- en westzijde zijn op identieke wijze uitgewerkt, met op de verdiepingen telkens vier getoogde muuropeningen met bakstenen rollaag. De oostelijke puntgevel is versierd met witgeglazuurde sierbanden en rollagen; gecementeerde begane grond met rechthoekige vensters, wellicht later aangebracht. De westelijke puntgevel heeft deze versiering niet. Vermoedelijk was aan deze zijde een loskade ingericht.

De korte, haakse vleugel tegen de zuidgevel  telt twee traveeën met een puntgevel gericht op de straat. Deze wordt voorafgegaan door een terras met recente balustrade. De rest van de gevel wordt geopend door beluikte segmentboogvensters. Oude foto’s van de voormalige melkerij tonen aan dat de beluiking aan de voorgevel een latere toevoeging is.

In het interieur bleef de houten wenteltrap naar de zolderverdieping bewaard, samen met enkele andere trappen in natuursteen. Het voormalige bureel op de eerste verdieping bleef structureel bewaard maar werd heringericht als keuken.

  • Gemeentearchief Geetbets, Bouwaanvragen ruimtelijke ordening, dossier 1969/0028.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten, Geetbets, afdeling I (Geetbets), 1902/5, 1928/3, 1957/13, 1971/16, 1981/21, 1984/22.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Primitief kadaster Geetbets, afdeling I (Geetbets), 1830-1834.
  • Atlas Cadastral parcellaire de la Belgique de Rummen, Philippe-Christian Popp, uitgegeven in 1842-1879, schaal 1:5000.
  • Atlas van de Buurtwegen, opgesteld naar aanleiding van de wet op de buurtwegen van 10 april 1841, schaal 1:2.500 (overzichtsplannen schaal 1:10.000).
  • Kaart van Villaret, Institut National de l’Information Géographique et Forestière, Sint-Mande (France), CH 292, uitgegeven in 1745, schaal 1:14.400.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • LEUS G. 2016: Ver-gelijk. Geetbets: Guy Leus Limes Gatia, 273-274.
  • Mondelinge informatie verkregen van de eigenares (13 december 2018).
  • DIRIX E. & GOVAERTS S. 2018: Terreinbezoek oude melkerij (Geetbets) (terreinbezoek op 13 december 2018).

Auteurs :  onbepaald, Goovaerts, Sebastiaan
Datum  : 2019


Relaties

  • Is deel van
    Geetbets
    Geetbets (Geetbets)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Melkerij Sint-Paulus [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307103 (Geraadpleegd op 12-11-2019)