erfgoedobject

Woning Terloo

bouwkundig element
ID
307121
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307121

Beschrijving

Woning Terloo is een oorspronkelijk vrijstaande art-decovilla, gebouwd naar een ontwerp van architect Petrus De Rijck (Temse) uit 1935 in opdracht van J. Rosseels. De villa met kenmerkend en decoratief aangewend baksteenmetselwerk, opvallend dakenspel en fijn uitgewerkt schrijnwerk bleef gaaf bewaard.

Historiek

Op 18 augustus 1935 wordt door J. Rosseels de aanvraag gedaan voor het bouwen van een villa met afsluiting, naar het plan van P. De Rijck, bouwmeester uit Temse. Een maand later verlenen de burgemeester en schepenen toelating. Op de gevelplannen van 1935 wordt als naam De Ring vermeld. Het is onduidelijk waarom de benaming veranderde naar Terloo.

De villa wordt gebouwd in de Platte Lostraat, waar nog maar beperkte bebouwing was. In 1950 wordt een volledige wijk aangelegd rond deze villa tussen de Koning Albertlaan en de Platte Lostraat, inclusief de aanleg van de Ontvoogdingsstraat en de Schoolstraat. De lintbebouwing rond de villa neemt de bouwlijn van de villa aan.

Beschrijving

Woning Terloo is een oorspronkelijk vrijstaande villa in rode baksteen, vandaag deel uitmakend van een reeks achteruit gelegen rijwoningen. De woning telt twee totaal verschillend uitgewerkte traveeën en één bouwlaag op souterrain onder een rood pannen mansardedak. Voor de woning is links een oprijlaan naar de garage op kelderniveau (latere toevoeging). De met witgeschilderde buisleuningen omheinde voortuin aan de rechterkant van het perceel werd vervangen door een verharde parkeerplaats waarbij het oorspronkelijk ontworpen inkomhek verdween.

De voorgevel heeft een tweeledig karakter, met nadruk op de linkse deurtravee, afgewerkt met een hoger opgaande, drielaagse, gebroken puntgevel die schuin doorloopt en eindigt naast de voordeur in een afgeronde, lage muur. Een lage lijstgevel met zware, witgeschilderde kroonlijst op twee consoles typeert de rechtse venstertravee. De verhoogde puntgevel is versierd met muurvlechtingen en afgeschuinde hoekverbanden afgewerkt met gevelpannen. Het trapeziumvormige toegangsportaal bevindt zich links, en is bereikbaar via een met rode bakstenen muur afgezoomde stoep achter de garagetoegang. De oorspronkelijke witgeschilderde, houten voordeur met verschillende horizontale lichten met gehamerd glas en geometrisch ijzerwerk bleef bewaard. Boven het portaal zit een lantaarn. Rechts naast de deur zit een rechthoekig venster met robuuste tussendorpel en bakstenen rollaag; fijne houten roedeverdeling en glas in lood met paarse ruitjes kenmerken het raam. Boven dit rechthoekig venster is de naam TERLOO in donkere baksteen opgelegd. De eerste verdieping van de linkse travee omvat een gekoppeld tweelicht met bakstenen T-vormig uitgewerkte tussenstijl, en zware houten lekdrempel op consoles. De twee kleine, smalle vensters op de zolderverdieping zijn met een sobere, bakstenen, verticale decoratie verbonden met de onderliggende vensters van de verdieping. Beide vensterpartijen zijn voorzien van witgeschilderde, houten ramen met rastervormige roeden. De rechtertravee wordt gekenmerkt door een groot, rond venster met omlijsting in gesinterde baksteen. De decoratieve gesinterde bakstenen lopen onder het venster verder als een driehoekige plint. Een rond raam met rastervormige roeden past zich in in het grote venster. In de opstaande rand van het dakschild van deze travee bevindt zich een vierdelig dakvenster, eveneens met roeden.

De achtergevel, eveneens opgetrokken in rood baksteenmetselwerk, behield de duidelijke verdeling in twee traveeën die de villa kenmerkt. De linker venstertravee is vooruitspringend. Aangezien het niveau van de tuin lager ligt dan het straatniveau geeft het souterrain uit op deze tuin. Deze bouwlaag springt naar voren en werd gesloten uitgewerkt, afgezien van een achterdeur. De verhoogd gelegen begane grond werd veelvuldig opengewerkt met grote horizontale vensterpartijen en een deurvenster, uitgevend op het voorliggende, boogvormige terras. De verdieping wordt ter hoogte van de achtergevel gekenmerkt door kleinere, verticale vensters. Ter hoogte van de venstertravee bevindt zich een boogvormig balkon, bereikbaar door middel van een deurvenster. Het souterrain en de begane grond werden grondig verbouwd met ingrijpende wijzigingen in de achtergevel tot gevolg.

Interieur. In het interieur worden kelderruimte, gelijkvloers, eerste verdieping en een kleinere zolderverdieping van elkaar onderscheiden. De kelderverdieping omvat volgens de bouwaanvraag een autobergplaats, groentekelder en kleinere ruimtes die oorspronkelijk dienst deden als wijn- en kolenkelder en geeft uit op de achtertuin.

Op de bovengrondse bouwlagen onderscheiden we een opdeling in twee traveeën, die de gevelindeling weerspiegelt. In de rechtse venstertravee een klassieke enfilade van twee met elkaar verbonden woonkamers, uitgevend op een groot, halfrond terras aan tuinzijde. In de linkse deurtravee is een complexe indeling getekend van kleinere ruimtes, aan beide zijden van de evenwijdig met de straat, centraal geplaatste trap. Aan straatzijde zien we op het gelijkvloers de inkomhal en rechts daarvan het bureel. Via de inkomhal bereik je een wc, vestiaire en de ruime traphal, centraal in de woning. Achter de traphal, aan tuinzijde, zit de ruime keuken, via een ruim venster uitkijkend op de tuin. Tegen de westelijke (linkse) zijgevel verbindt een gang tuin, keuken en toilet, achter het trappenhuis doorlopend. De eerste verdieping telt vier slaapkamers en een badkamer geschikt rondom het bordes. De grootste slaapkamer aan tuinzijde heeft een halfrond balkon.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossiernummer 1935/211 (bouwvergunning 18.09.1935).

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Woning Terloo [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307121 (Geraadpleegd op 09-03-2021)