erfgoedobject

Woning De Brabandere

bouwkundig element
ID: 307142   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307142

Beschrijving

De Woning De Brabandere is een modernistische vrijstaande woning die in 1961 werd gebouwd naar ontwerp van architect Paul Felix.

Historiek

Op 9 januari 1961 kreeg de Gentse chirurg E. De Brabandere van het college van burgemeester en schepenen van Destelbergen een bouwvergunning voor een woning. De plannen waren opgemaakt door de Oostendse ingenieur-architect Paul Felix die op dat moment al een zekere naam genoot in Vlaanderen. Mogelijk was De Brabandere in contact gekomen met zijn oeuvre via collega’s (zo ontwierp Felix in 1954 de woning van dokter Gyselen in Pellenberg) of door de watertoren van Melle waarmee Felix in 1952 zijn eerste bekendheid verwierf.

Paul Felix wordt beschouwd als één van de coryfeeën van het naoorlogse modernisme in Vlaanderen en realiseerde tussen 1938 en 1979 een heel divers oeuvre waaronder een vijftigtal individuele woningen die de evolutie en continuïteit ervan illustreren. Deze kleinere opdrachten waren voor Felix een noodzaak omwille van hun vrij en experimenteel karakter. Geert Bekaert en Ronny De Meyer typeren Paul Felix als een rationeel-analytisch modernist die geleidelijk vernieuwde vanuit de traditie en los van enige stilistische premisse: zijn vormelijke ontwerpen vloeiden steeds logisch voort uit het programma, de constructieve wetmatigheden en het materiaalgebruik. Zijn oeuvre toont inderdaad steeds een vrij bescheiden karakter en een ogenschijnlijk naadloze overgang van traditionalisme (tijdens de jaren veertig) naar modernisme (tijdens de jaren vijftig en zestig) en postmoderne integratiearchitectuur (tijdens de jaren zeventig). De enige constanten waren de primauteit van het plan (wat hij leerde van Le Corbusier), de duidelijkheid waarmee de gevels het functionele programma vertaalden, en het overleg met de bouwheer.

Ook bij de woning De Brabandere hield Felix naar verluidt in hoge mate rekening met de wensen van de opdrachtgever:

  • een ruim en praktisch huis (de keuken werd groter uitgevoerd dan Felix aanvankelijk voorzien had om de kinderen apart te kunnen laten eten);
  • voldoende hobbyruimte (een donkere kamer in de kelder en een schildersatelier en ruimte voor tuinieren op de begane grond) en bergruimte (tot en met op het dakterras aan de ouderslaapkamer);
  • verregaande veiligheidsvoorzieningen (de bovenverdieping kan afgesloten worden van de rest van de woning met een rolluik tegen inbrekers);
  • voorzieningen voor een inwonende dienstmeid;
  • voldoende privacy (bijvoorbeeld door het deels ommuren van de tuin).

De opdrachtgever had ook een voorliefde voor het Californische modernisme dat door onder andere Joseph Eichler (1900-1974) op grote schaal werd toegepast tijdens de naoorlogse periode. Dit kenmerkte zich door het binnenbrengen van de private tuin in de woning met grote glaswanden, patio’s en binnentuinen, door vrij gesloten straatgevels, platte of licht hellende daken, open plattegronden, lichtinval door dakramen en horizontale vensters boven de deuren, en in de interieurs door technisch vooruitstrevende, onzichtbare verwarming, moduleerbaarheid met schuifdeuren, en een hoge comfortgraad zoals extra badkamers bij de slaapkamers. Heel wat van deze zaken zijn inderdaad aanwezig bij de Woning De Brabandere.

Een andere invloed uit deze periode is die van het Scandinavisch modernisme en meer bepaald van Alvar Aalto en Arne Jacobsen. Kenmerken hiervan, die ook bij de woning De Brabandere kunnen teruggevonden worden, zijn de organische volumeopbouw, de betrokkenheid op het omringende landschap, de heldere, logische planopbouw op menselijke schaal met een functionele ruimte-indeling volgens een open plan, de elementaire vormgeving, constructie en materialen (vaak een combinatie van witgeschilderd baksteenmetselwerk met zichtbeton en natuurhout), de afwisseling van blinde muren en transparante glasvlakken op basis van de oriëntatie, en de dakvlakken met een breed overstek.

Beschrijving

De woning De Brabandere is vrijstaand ingeplant in de noordoostelijke hoek van een ruim, rechthoekig perceel dat in het zuiden aansluit op het groendomein van het Walboskasteel. De voortuin wordt bepaald door de platanen van de Walbosdreef en is vrij eenvoudig gehouden met grasvelden, hagen van verschillende hoogte en enkele bomen in een grasveld met een eenvoudig wandelpad en een oprijlaan naar de garage in betontegels. Aan de achterzijde bevat de woning verschillende terrassen.

De woning bestaat uit een lang volume van twee bouwlagen langs de straat dat optisch nog verlengd wordt door het doortrekken van de buitenmuur links als tuinmuur. Ook aan de tuinzijde zijn enkele muren doorgetrokken om een zekere privacy te garanderen. Het linkerdeel van de woning aan de straatzijde springt uit en ook de bovenverdieping kraagt zowel vooraan als rechts uit. Aan de achterzijde wordt de woning centraal uitgebreid met een loodrecht hierop staand volume van één bouwlaag en kleinere rechthoekige volumes aan weerszijden hiervan, alle volgens een orthogonale plattegrond en onder een plat dak. In het midden van het dak zijn drie bakstenen schouwen aangebracht op één lijn, twee in het hoge volume en één hoog exemplaar achteraan in het lage volume.

De gevelarchitectuur bestaat uit een witgeschilderde baksteenbouw in combinatie met beton voor de structurele elementen. Aan de straatzijde oogt de gevel meer gesloten, met name door de toevoeging van de tuinmuur en door een uitkragend blind volume, links op de eerste verdieping. Een lage betonnen luifel boven de ingang die ook binnen doorloopt fungeert als overgangszone tussen de publieke ruimte en het privédomein. Ook aan de achterzijde vervaagt de overgang tussen binnen en buiten door de toepassing van platte daken in ter plaatse gegoten beton met een breed overstek boven de terrassen, onder andere aan de living.

De vensters op de begane grond zijn vrij verschillend per gevel: aan de straatzijde bestaan deze vooral uit hoog geplaatste horizontale exemplaren, onder andere boven de luifel. Enkel de keuken heeft een groot raam maar door de plaatsing van een haag is ook hiervan enkel een horizontale strook bovenaan zichtbaar vanop de straat. De noordelijke zijgevel is bijna volledig gesloten. Aan de zuid- of tuinzijde daarentegen, zijn de gevels op de begane grond bijna volledig opengewerkt met schuiframen. Ook de achtergevel die op het westen uitgeeft bevat enkele grote vensters op de begane grond. De bovenverdiepingen bevatten vooral uniforme vierkante vensters (1,5 op 1,5 m) met uitzondering van het grote venster van de ouderslaapkamer dat uitgeeft op het dakterras en een groot venster met verticale roedeverdeling dat licht brengt in de traphal. Opvallend is ten slotte het grote aantal buitendeuren: zes, met daarnaast de inkomdeur en de dubbele garagepoort. 

Binnen geeft een heel ruime, min of meer centrale inkomhal (met vestiaire en WC) toegang tot een achterliggende living-eetkamer links en een kleinere studio (bureau) rechts, die door middel van een harmonicawand kunnen samengevoegd worden tot één grote, T-vormige ruimte. Rechts van de inkomhal bevindt zich een dubbele garage die achteraan in verbinding staat met twee bergplaatsen. Links leidt de inkomhal naar een ruime eetkeuken die via een kastenwand afgescheiden kan worden van de achterliggende living-eetkamer. Een aparte dienstingang links van de keuken (verscholen in de zijgevel van het vooruitspringende linkerdeel van de woning) geeft toegang tot de bergplaatsen, de wasplaats, de keldertrap, en het sanitair voor het dienstpersoneel. Achter deze dienstruimtes en in directe verbinding met de living rechts ervan bevindt zich ten slotte nog een spreekkamer (schildersatelier).

De begane grond heeft een heel open plattegrond in het centrale deel (keuken-living-studio-inkom), en is meer gecompartimenteerd links en rechts ervan (de praktische ruimtes) en boven. Die eerste verdieping bestaat uit een min of meer rechthoekig volume aan de straatzijde. Centraal bevindt zich de traphal, links het afgesloten oudergedeelte met slaapkamer, badkamer, WC en dakterras, rechts de vier kinderslaapkamers (waarvan verschillende met eigen badkamertje), een bergplaats (die gebruikt werd als slaapkamer voor de dienstmeid), een douchekamer en een WC rond een centrale gang.

De woning bleef bijna volledig bewaard in de toestand van 1960, inclusief houten schrijnwerk, ingewerkt meubilair en originele verwarmingsinstallatie met warme lucht (via roosters).

  • Gemeentearchief Destelbergen, bouwaanvraag 154/60.
  • BEKAERT G. en DE MEYER R. 1981, Paul Felix, Architectuur, 1913-1981, Tielt, s.p.
  • Mondelinge informatie verkregen van de bewoner en kleindochter van de opdrachtgever (30 april 2019).

Auteurs :  Vandeweghe, Evert
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Woning De Brabandere [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307142 (Geraadpleegd op 03-12-2020)