erfgoedobject

Gemeentelijk administratief centrum

bouwkundig element
ID: 307143   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307143

Beschrijving

In de eerste helft van de jaren zeventig liet het gemeentebestuur van Gentbrugge een modern administratief en representatief centrum bouwen naar ontwerp van architect Paul Felix.

Historiek en situering

Op 18 december 1968 diende het gemeentebestuur van Gentbrugge een aanvraag in voor het bouwen van een administratief en representatief entrum van ruim 6.500 m². De plannen van de Oostendse architect Paul Felix en zijn medewerkers-ingenieurs H. Denekens, P. Van Besien en N. Boeckx dateren van 2 december 1968. Op 17 februari 1969 werd de bouwvergunning verleend door het Ministerie van Openbare Werken maar ruim een jaar later diende het stadsbestuur een verlenging ervan aan te vragen. Uiteindelijk werd de eerstesteenlegging pas in 1971 gehouden en kon het gebouw maar in 1974 in gebruik genomen worden. Aannemer was de Aalsterse firma Peynsaert.    

Het complex illustreert de overgang van het klassieke 'gemeentehuis' naar een administratief centrum, en is ook typerend voor de evolutie in het oeuvre van Paul Felix. Paul Felix wordt beschouwd als één van de coryfeeën van het naoorlogs modernisme in Vlaanderen en realiseerde tussen 1938 en 1979 een heel divers oeuvre dat de naoorlogse uitbouw van de verzorgingsstaat en de verzuiling (meer bepaald de katholieke, Vlaamsgezinde zuil) illustreert. Zo ontwierp hij een dertigtal onderwijsgebouwen (onder andere voor de Katholieke Universiteit van Leuven), een tiental gemeenschapsgebouwen (culturele centra, ontmoetingscentra, bibliotheek, jeugdhuis…), een tiental religieus getinte opdrachten (kerken, kloosters en kapellen), drie zwembaden en een vijftal ziekenhuizen en administratieve overheidsgebouwen waaronder het gemeentelijk administratief centrum van Gentbrugge, dit laatste waarschijnlijk in opdracht van CVP-burgemeester Raf Verhaest.

Geert Bekaert en Ronny De Meyer typeren Paul Felix als een rationeel-analytisch modernist die geleidelijk vernieuwde vanuit de traditie, los van enige stilistische premisse. Zijn vormelijke ontwerpen vloeiden steeds logisch voort uit het programma, de constructieve wetmatigheden en het materiaalgebruik. Zijn oeuvre toont inderdaad steeds een vrij bescheiden karakter en een ogenschijnlijk naadloze overgang van traditionalisme (tijdens de jaren veertig) naar modernisme (tijdens de jaren vijftig en zestig) en postmoderne integratiearchitectuur (tijdens de jaren zeventig). Constanten waren de primauteit van het plan (wat hij leerde van Le Corbusier), de duidelijkheid in de constructie, de strengheid in de detaillering, een gevelindeling die het functionele programma vertaalde, en het overleg met de bouwheer. Op het moment dat hij het administratief centrum van Gentbrugge ontwierp eind jaren zestig, ruilde hij de aandacht voor openheid en transparantie meer en meer in voor beslotenheid en geborgenheid wat zich vertaalde in naar binnen gekeerd volumes, onder andere door het naar binnen brengen van de ramen en door ver uitkragende betonnen kroonlijsten en borstweringen. Dit ging gepaard met een meer plastische behandeling van de gevels.

Beschrijving

Het administratief centrum van Gentbrugge vertoont heel wat kenmerken van het uit dezelfde periode daterende Theologisch en pastoraal centrum in Antwerpen dat ook door Paul Felix ontworpen werd:

- de opsplitsing van de verschillende functies in afzonderlijke bouwvolumes in plaats van één massieve bouw. Het administratief centrum van Gentbrugge bestaat uit drie volumes langs een centrale as, bedoeld voor de politie (kleinste volume in het noordoosten), de administratie (hoogste volume ten zuiden daarvan) en de loketdiensten (grootste volume in het zuidwesten), elke dienst met zijn eigen ingang. Deze schikking en schaal van de gebouwen diende zowel de geborgenheid als de openheid en toegankelijkheid te garanderen. Bovendien bood deze schikking van verschillende volumes de mogelijkheid tot meer contact met de groene omgeving;

- geometrisch uitgewerkte volumes van verschillende hoogte. In Gentbrugge tellen de drie verschillende bouwvolumes respectievelijk één bouwlaag (politie), vijf (administratie) en twee (loketten) en bij dit laatste gebouw is de uitspringende, noordwestelijke hoekpartij ook iets hoger uitgewerkt. Aan de zuidoostzijde komt deze hoekpartij los van de grond door het gebruik van pilotis. Het trappenhuis aan de andere zijde van het lokettenvolume veruitwendigt zich dan weer als een opvallend kubistisch volume, net zoals het hoger oplopende trappenhuis van de administratieve vleugel;

- rechthoekige muuropeningen, verticaal of horizontaal geschikt, met houten schrijnwerk en kenmerkende verticale roedeverdeling;

- eenheid door het sobere, brutalistische materiaalgebruik: zichtbeton waarin de afdruk van de bekisting zichtbaar is gelaten, glas en hout (volgens de plannen afromosia schrijnwerk). Ook in het interieur is de skeletbouw zichtbaar gelaten en wordt deze gecombineerd met ruw bekiste zichtbeton, vloeren van bruine rechthoekige keramische tegels en hout. De traplichamen krijgen een prominente plaats in de ruimte, veelal bordestrappen van zichtbeton met een houten greep. Felix ontwierp trouwens ook heel wat meubilair voor dit complex.

  • Stadsarchief Gent, bouwaanvragen 1968/GB/370-29; 2011/20268; 2011/20270 en 2014_20073.
  • Stad Gent, 11021/025 en 11021/125 twee gevelplannen van blok C (2 december 1968).
  • Privé-archief Marc Felix, dossier 234 Administratief centrum Gentbrugge (1968-1973): pakketten 279-281 en 283-287, kalkenrollen 234/1-5 en originele foto’s. 
  • BEKAERT G. en DE MEYER R. 1981, Paul Felix, Architectuur, 1913-1981, Tielt, 12-83.

Auteurs :  Vandeweghe, Evert
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gemeentelijk administratief centrum [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307143 (Geraadpleegd op 11-12-2019)