erfgoedobject

Ensemble van burgerhuizen

bouwkundig element
ID: 307153   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307153

Beschrijving

Dit ensemble van drie eclectische burgerwoningen, geïnspireerd op de traditionele bak- en zandsteenstijl, werd kadastraal geregistreerd in 1924. Hoewel gelijktijdig verkaveld en opgetrokken, werd nummer 302 in opdracht van Frederik Crabeels–Smouth gebouwd en werden de overige panden gebouwd in opdracht van Camiel Coetermans–Verhoft, een rentenier uit Leuven.

Tegelijk met deze drie woningen werden de huizen op de nummers 304 en 306 opgetrokken, oorspronkelijk ook deel uitmakend van het project van Coetermans-Verhoft ensemble. Nummer 304 werd echter gesloopt, en nummer 306 verloor hierdoor zijn relatie tot het ensemble.

Het oorspronkelijke ensemble van vijf woningen bestaat uit verschillende groepen. De vier woningen langs de Naamsesteenweg (298-300 en 304-306) zijn opgedeeld in twee paren, van elkaar gescheiden door een pad naar het achtergebied waar het vrijstaande nummer 302 werd gebouwd. Oorspronkelijk was de toegang tot het achterliggende perceel gemarkeerd door een segmentboogvormige doorgang tussen beide hoekhuizen. Deze bakstenen toegang reikte tot halverwege de eerste verdieping van nummer 300 en was voorzien van een omlijsting van zandstenen hoekkettingen. Een restant van deze toegangspartij is zichtbaar in de voorgevel van nummer 300 waar een reeks ingemetselde hoekkettingstenen bewaard bleven.

De woningen nummer 298 en 300 situeren zich prominent langs de rooilijn en kijken uit op de toegang van het aan de andere kant van de straat gelegen Heilig Hart Instituut. Nummer 302 situeert zich vrijstaand en teruggetrokken in het weinig zichtbare gebied achter de lintbebouwing langsheen de Naamsesteenweg. Dat deze drie burgerwoningen een ensemble vormen (aanvankelijk met de panden ter hoogte van de nummers 304-306) komt sterk tot uiting door het verwante gevelontwerp en het terugkeren van gelijkaardige gevelmaterialen. Alle drie de burgerhuizen werden opgetrokken in een eclectische vormentaal waarbij het gebruik van verschillende types baksteen speels werd toegepast. Hout, zandsteen en blauwe hardsteen werden aangewend ter aanvulling en dragen bij tot de architecturale waarde van het ensemble.

Hoewel de gelijkenissen in gevelontwerp en -uitwerking erg groot zijn, kon iedere gevel zijn eigen karakter en specifieke eigenschappen behouden tot op vandaag. Zowel nummer 298 als 300 werden uitgewerkt als burgerwoningen in de rij en tellen elk twee traveeën en drie bouwlagen onder een zadeldak. De plattegronden werden gespiegeld uitgewerkt, waarbij de deurtraveeën met de interne circulatie van beide woningen, aan elkaar grenzen. De venstertravee werd voor beide woningen meer prominent uitgewerkt, onder meer door grotere boogvormige vensterpartijen en smeedijzeren balustrades. De venstertravee van nummer 298 wordt bovendien verlevendigd door middel van het vooruitspringende karakter op de verdiepingen en omwille van de uitkragende puntgevel, uitgewerkt als dakkapel en voorzien van een cottage-geïnspireerde bedaking, gedragen door een decoratief houten onderstel dat vormelijk eveneens schatplichtig is aan de cottagestijl. Beide woningen worden verbonden door het doorlopende bakstenen parement, decoratief uitgewerkt met horizontale sierlijsten in rode en witte baksteen ter hoogte van de verschillende bouwlagen. Dezelfde materialen keren terug in de boogvormige ontlastingsbogen en rollagen die voor de venster- en deurpartijen op de verschillende verdiepingen werden aangewend. Deze bogen worden verlevendigd door zandstenen hoek- en sluitstenen. Beide voordeuren werden voorzien van een zandstenen omlijsting. Bijzondere aandacht verdient het drieledige rondboogvenster met centraal een deur ter verbinding van het balkon met de achterliggende vertrekken, dat wordt geleed door hardstenen zuilen. Een fries van rode en witte baksteen sluit de gevel af, aanvankelijk gevolg door een houten kroonlijst op consoles (gewijzigd). De smeedijzeren balkons en balustrades vervangen bij beide woningen houten varianten met geometrische verdelingen. Origineel schrijnwerk bleef bewaard bij nummer 298. Nummer 300 behield slechts de originele voordeur. Het overige schrijnwerk werd vernieuwd volgens de originele indeling.

Vrijstaand ingeplant in de diepte van het perceel, wordt het burgerhuis (nummer 302) omgeven door een verharde weg. Een plantsoen siert de achtertuin. Het pand heeft een rechthoekige plattegrond en telt drie traveeën en drie bouwlagen onder een complex zadeldak van rode pannen. Puntgevels sieren de voor- en achtergevels. De voor- en zijgevels worden gekenmerkt door hetzelfde bakstenen parement als de burgerhuizen nummers 298 en 300. Sierlijsten uit rode en witte baksteen verbinden de gevels ter hoogte van de verschillende bouwlagen. De achtergevel werd reeds gewijzigd. De centrale deur wordt toegankelijk gemaakt door middel van een bescheiden trappenpartij, opgetrokken in hardsteen. De rechtse venstertravee springt vooruit en werd prominent uitgewerkt door middel van een puntgevel met een overkragende dakpartij met decoratieve  windborden, rustend op houten consoles die vormelijk aansluit bij de puntgevel van nummer 298. De vensterpartijen van de voor- en zijgevels vinden ter hoogte van de verschillende bouwlagen in hun decoratieve uitwerking eveneens aansluiting bij de burgerwoningen nummer 298 en 300. Het originele schrijnwerk bleef alvast bewaard in de voorgevel. Witgeschilderd houten schrijnwerk met een eerder eenvoudige verdeling en een houten paneeldeur met bovenlicht bleven behouden.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Leuven, afdeling IV (Heverlee), 1924/45.
  • Stadsarchief Leuven, Fotocollectie, Heverlee.

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Ensemble van burgerhuizen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307153 (Geraadpleegd op 18-10-2019)