erfgoedobject

Katoenfabriek van Union Cotonnière (UCO)

bouwkundig element
ID
307163
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307163

Beschrijving

In 1948 werd in opdracht van de Union Cotonnière een reusachtige spinnerij en weverij gerealiseerd met een revolutionaire constructie van geprefabriceerde liggers in spanbeton van ingenieur Gustave Magnel en de firma Blaton-Aubert, verscholen achter een eerder traditioneel gevelontwerp van architect Jean Hebbelynck.

Historiek en context

De Union Cotonnière (UCO) ontstond na de Eerste Wereldoorlog als een samensmelting van enkele Gentse weverijen. In 1947-1948 opende het textielbedrijf een enorme spinnerij en weverij aan de Maïsstraat. Om de nodige oppervlakte van 35.000 vierkante meter te realiseren met zo weinig mogelijk kolommen of tussensteunpunten, en een beperkt volume (één bouwlaag met plat dak), werd gekozen voor een constructie met spanbeton. Spanbeton of voorgespannen beton is gewapend beton die een hogere belasting kan dragen omdat de wapening onder een trekkracht in het beton geplaatst is. Deze techniek werd begin jaren veertig op punt gesteld door de Gentse professor Gustave Magnel (1889-1955). Het werd aanvankelijk vooral gebruikt voor bruggen en na de Tweede Wereldoorlog ook voor industriële gebouwen (in 1947 wereldwijd al een twintigtal, in 1955 al meer dan 200). Voor deze gebouwen werkte Gustaaf Magnel nauw samen met de firma Blaton-Aubert (systeem Blaton-Magnel).

Het gebouw aan de Maïsstraat werd destijds beschouwd als een mijlpaal in de ontwikkeling van spanbeton. Magnel omschreef het zelf in 1948 als “la plus importante application du béton précontraint qui ait jamais été faite dans n’importe quel pays” en heel wat binnen- en buitenlandse onderzoekers bezochten dan ook de werf. Hier werd dit materiaal immers voor de eerste maal op zo’n grote schaal toegepast. Omwille van deze grootschaligheid werd spanbeton ook voor de eerste keer gecombineerd met principes van prefabricatie, modulatie en standaardisatie. De constructie bestaat uit een genormaliseerd skelet met daarop 100 primaire en 600 secundaire ter plekke geprefabriceerde balken, uitgevoerd als I-liggers in spanbeton volgens het systeem Blaton-Magnel. Bovenaan werd deze constructie afgewerkt met tertiaire balken en geprefabriceerde plafond- en dakplaten in gewoon gewapend beton. Volgens Magnel toonde het UCO gebouw definitief de bruikbaarheid aan van spanbeton, zowel qua techniek als qua economie, veiligheid, uitvoeringssnelheid en esthetiek. Die esthetiek vond hij in de rationaliteit van het systeem, wat een slanke lijnvoering toeliet, maar ook in de afwerking door het gebruik van metalen bekistingen. De combinatie van prefabricatie en spanbeton werd nadien voor tientallen bedrijfsgebouwen toegepast door Blaton-Aubert. Ook voor het balenmagazijn ten zuiden van de fabriek werd trouwens spanbeton gebruikt.  

Het architecturale ontwerp van het gebouw aan de Maïsstraat was in handen van Jean Hebbelynck die tegelijkertijd voor de UCO een directeurswoning ontwierp (Maïsstraat 140) en zes arbeiderswoningen (Maïsstraat 211-213 en Chrysantstraat 22-28). De familie Hebbelynck was medeoprichter van de UCO en Jean Hebbelynck ontwierp na de Tweede Wereldoorlog verschillende gebouwen voor deze firma waaronder een fabrieksgebouw in Brugge uit 1955, waar eveneens gebruik gemaakt werd van spanbeton. Hebbelynck had op dat moment al een lange carrière achter de rug, voornamelijk als ontwerper van burgerwoningen. Na de Tweede Wereldoorlog legde hij zich daarnaast ook toe op grotere complexen (vaak in samenwerking met Valentin Vaerwyck zoals bij het Provinciehuis in Gent) en op industriële gebouwen, voornamelijk van de textielsector. Een constante doorheen zijn oeuvre was een sober traditionalisme dat gekenmerkt wordt door een geritmeerde gevelcompositie en een zeer verzorgde materiaalkeuze.

In 2009 sloot de fabriek en sindsdien werd de site op vraag van de Stad Gent herbestemd door sogent, wat deel uitmaakte van een ruimer stadsvernieuwingsproject dat vertrok van het textielverleden van de wijk (‘Het Getouw’). Voor de UCO-site werd een masterplan opgemaakt door architectenbureau BRUT met veel ruimte voor sociale economie. Om dit mogelijk te maken werd het enorme fabrieksgebouw in twee gesplitst met een nieuwe centrale as (Getouwstraat). In het voormalige Balenmagazijn, dat volledig werd gerenoveerd naar het ontwerp van TRANS architectuur, werden alle gemeenschappelijke functies van het bedrijventerrein gecentraliseerd zoals vergaderzalen en een sociaal restaurant. Hiervoor werd bovenop het Balenmagazijn een nieuw volume met terras toegevoegd.   

Beschrijving

De hoofdgevel van de eenlaagse UCO-fabriek aan de Maïsstraat is een lijstgevel met een bakstenen parement, op een plint in ruw bekapte blauwe hardsteen. Het parement wordt regelmatig geritmeerd door lisenen onder een doorlopende waterlijst en afgelijnd met een decoratieve tandlijst onder een blauwhardstenen kroonlijst als gevelbekroning. De traveeën zijn blind of worden geopend met laadpoorten (links) of met grote rechthoekige vensters (rechts). Dat rechtergedeelte bevat ook twee verhoogde en risaliterende volumes onder platte daken. Het rechtse risaliet telt vijf traveeën en bevat centraal een verdiepte, drieledige inkompartij met eenvoudige blauwhardstenen zuilen, onderaan de omlijsting aan weerszijden voorzien van neggen. De inkom wordt aan beide zijden geflankeerd door een smal venster; boven wordt de gevel geopend met een reeks vierkante vensters. Het linkerrisaliet is gelijkaardig maar telt slechts vier traveeën en had oorspronkelijk vier verticale vensters op de begane grond (later rechts omgevormd tot een deuropening en links deels toegebouwd met een deur). Alle muuropeningen zijn gevat in een verdiepte omlijsting in beton.

Het balenmagazijn (waar de balen katoen werden opgeslagen) is een vrijstaand rechthoekig en grotendeels gesloten volume van twee bouwlagen met een gelijkaardige gevelafwerking als de fabriek: een bakstenen parement, geritmeerd op de begane grond met lisenen onder een doorlopende waterlijst en een gevelbekroning met een bakstenen tandlijst en blauwhardstenen kroonlijst. 

  • CULOT M. 1986: Jean Hebbelynck (1892-1971), in: CULOT M. & VAN LOO A. (ed.), Musée des Archives d’Architecture Moderne. Collections, Brussel, 256.
  • DE SPIEGELAERE A. 2014: Tussen traditionalisme en modernisme: een monografie over architect Jean Hebbelynck (1892-1971), onuitgegeven masterverhandeling vakgroep Kunstwetenschappen UGent.
  • DUBOIS M. & POULAIN N. 2016: Jean Hebbelynck in Gent, Interbellum 3, 7-18.
  • MAGNEL G. 1948 : La nouvelle usine de l’Union Cotonnière, à Gand. Application du béton précontraint, La Technique des Travaux, 24.7-8, 214-220.
  • VAN DE VOORDE S. 2011: Bouwen in Beton in België (1890-1975). Samenspel van kennis, experiment en innovatie, onuitgegeven doctoraatsverhandeling ingenieurswetenschappen UGent, 366-371.
  • S.N. s.d. : Magnel, UCO en het voorgespannen beton. Een Gents verhaal. [online], https://sogent.be/magnel-uco-en-het-voorgespannen-beton-een-gents-verhaal-0 (geraadpleegd op 3 juni 2019).
  • S.N. s.d. : UCO [online], https://sogent.be/projecten/uco (geraadpleegd op 3 juni 2019).
  • S.N. s.d. : UCO Balenmagazijn [online], https://sogent.be/projecten/uco-balenmagazijn (geraadpleegd op 3 juni 2019).

Auteurs :  Vandeweghe, Evert
Datum  : 2019


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Katoenfabriek van Union Cotonnière (UCO) [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307163 (Geraadpleegd op 21-06-2021)