erfgoedobject

Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (HILO)

bouwkundig element
ID
307165
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307165

Beschrijving

Van eind 1958 tot eind 1960 werden de nieuwe gebouwen van het Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (1908) opgetrokken aan de Watersportlaan naar plannen van ingenieur-architect Jules Trenteseau.

Historiek

Het Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (HILO) werd in 1908 opgericht als eerste school voor lichamelijke opvoeding in België en één van de eerste wereldwijd op universitair niveau. Het maakte deel uit van de faculteit Geneeskunde en was tot 1931 het enige opleidingsinstituut voor lichamelijke opvoeding van het land. De stuwende kracht was professor Florent Gommaerts.

De belangrijkste lokalen van het Instituut bevonden zich aanvankelijk in het historische stadscentrum (Paddenhoek). In 1953 werd echter gestart met plannen voor nieuwe gebouwen aan de Watersportbaan, die 1 september 1957 gefinaliseerd werden door Jules Trenteseau. Op 2 oktober 1958 volgde de eerste steenlegging en eind 1958 startte de Brusselse aannemer Cobbaut met de eigenlijke uitvoering die twee jaar duurde. De inhuldiging had plaats op 12 december 1960. Het complex werd gebouwd tegelijkertijd met het aanpalende Hoger Instituut voor Opvoedkundige Wetenschappen van de Faculteit Filosofie en Letteren dat ook door Trenteseau werd ontworpen in een gelijkaardige vormgeving. Bij de oplevering behoorde dit nieuwe complex van het HILO tot de meest moderne qua architectuur en toestellen. In 1976 werd ten westen het universitaire sportcomplex (GUSB) aangelegd, met een zwembad, sportzalen en sportvelden.

Beschrijving

Het HILO-complex bestaat uit drie blokken onder platte of licht hellende daken. Op de hoek van de Henri Dunantlaan en de Watersportlaan bevindt zich een hoger, rechthoekig volume van drie bouwlagen op een verhoogde kelder dat gebruikt werd voor de wetenschappelijke sectie (onderzoekslaboratoria). In het verlengde hiervan maar enkele meters naar achter langs de Watersportlaan, staat een qua oppervlakte vergelijkbaar volume van twee bouwlagen waarin de leslokalen, de bibliotheek, de bureaus van de professoren en de administratieve dienst gevestigd waren. Dit blok bevat aan de rechterzijde eveneens de toegang tot de wetenschappelijke sectie en tot het achterliggende, grotere volume van de turnzaal (60 op 18 m) met een verhoogde publiekstribune, kleinere sportzalen, vestiaires en douches.  

De twee gebouwen aan de Watersportlaan worden gekenmerkt door een uitgesproken betonnen kroonlijst en een parement van witte Franse steen (met uitzondering van de zuidelijke zijgevel van het lagere gebouw die in baksteen is uitgewerkt). Het hoge volume heeft ook een blauwhardstenen plint en een betegelde linkertravee. De langsgevels van deze gebouwen worden geopend met rechthoekige vensters die meestal gekoppeld zijn tot horizontale banden (volgens de plannen met aluminium schrijnwerk). Enkel de linkertravee van het hoge volume heeft een meer gesloten karakter met kleinere horizontale vensters in een omlijsting van schokbeton. De kopgevels van deze twee gebouwen zijn vrij gesloten. Bij het hoge gebouw worden deze gevels enkel doorbroken door een centrale, verticale lichtstrook, bij het lage volume met een tweezijdige betonnen erker, die volgens de plannen voorzien was van een groot figuratief paneel maar die uitgevoerd werd met een groot venster. Aan de ingang, in de oksel van de twee gebouwen aan de Watersportlaan, bevindt zich een metalen luifel. Aan de straat daar staat een figuratief beeldhouwwerk van Berten Coolens (een man en een vrouw met de rug naar mekaar) en zijn de driehoekige restruimtes afgebakend met lage bakstenen muurtjes.

De zuidgevel van de turnzaal, die dwars staat op de Watersportlaan, heeft over de volledige lengte een monumentale betonnen erker die ingevuld is met een beglaasde gordijngevel. De begane grond wordt gekenmerkt door de betonnen draagstructuur met daartussen horizontale vensters en decoratieve tegelpanelen in felle kleuren, naar ontwerp van Jacqueline Nyns. De plannen van Trenteseau voorzagen al de algemene conceptie van die tegelpanelen (abstracte vormen met aanduiding van de kleuren wit, geel, bruin, lichtblauw en donkerblauw). Centraal bevinden zich twee toegangsportaal met bakstenen zijgevels.

Net zoals bij het complex van de Ledeganck besteedde ingenieur-architect Jules Trenteseau veel aandacht aan het programma, de aanpassing van de compositie aan het natuurlijk kader, het economische aspect, aangepaste constructieve elementen en technieken, en verlichting en oriëntatie. Zo zijn de laboratoria, leslokalen en bureaus op het oosten gericht en de grote zaal op het zuiden met verlichting langs twee lange gevels. De vestiaire en douches zijn noordelijk gericht. Een ander weerkerend aandachtspunt van Trenteseau is het polyvalente gebruik: zowel de grote turnzaal als de lokalen in het wetenschappelijke blok konden opgedeeld worden met flexibele wanden.

  • Stadsarchief Gent, bouwaanvragen reeks G12, 1958/H/5.
  • LENOIR M., TOLLENEER J. & LAPORTE W. 2007: 100 jaar Opleiding Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen aan de Universiteit Gent, Gent, 113-116.
  • NOVGORODSKY L. 1964 : Les nouveaux Instituts de l’Université de Gand : l’Institut Supérieur d’Education Physique et l’Institut Supérieur des Sciences Pédagogiques. Architecte : Prof. Ing. J. Trenteseau, A.I.G., La Technique des travaux 40:9-10, 269-282.
  • S.N. 1958: De eerste steenlegging van de gebouwen der hogere instituten voor lichamelijke opvoeding en opvoedkundige wetenschappen, De Brug 4, 244.

Auteurs :  Vandeweghe, Evert
Datum  : 2019


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Hoger Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (HILO) [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307165 (Geraadpleegd op 24-01-2021)