erfgoedobject

Geel huis en bijgebouw

bouwkundig element
ID: 307182   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307182

Juridische gevolgen

  • is deel van de aanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Arenbergpark en omgeving
    Deze bescherming is geldig sinds 23-12-1980

Beschrijving

Het Geel huis werd gebouwd in 1775-1778 door de Parijse architect Philippe Sandrié de Morcour in opdracht van de hertog Marie Raymond Van Arenberg. Het classicistische tuinpaviljoen vormt het hart van de 18de-eeuwse Engelse landschapstuin van het kasteel van Arenberg. Door de verheven ligging op een heuveltje heeft het ook een beeldbepalend karakter. Ten westen bevindt zich een bijgebouw, via een tunnel door de heuvel verbonden met een dienstingang in het souterrain van het Geel Huis.

Historiek

De vijfde hertog Van Arenberg was Charles Léopold Marie Raymond Van Arenberg (1721-1778). In 1748 trouwde hij met Louise Marguerite de la Marck. De hertog was een geletterde man en een verlichte geest. Hij had contacten met Voltaire en was onder andere een mecenas voor de Koninklijke Muntschouwburg te Brussel. In de tweede helft van de 18de eeuw groeide de fascinatie bij de adel voor tuinaanleg met bijhorende prestige. In 1771 maakte de hertog een reis naar Engeland waar hij exotische boomsoorten onderzocht en in contact kwam met de Engelse tuinaanleg. Bij zijn terugkeer maakte de hertog werk van een eigen Engelse tuin bij het Arenbergkasteel, zijn eigendom te Heverlee. Het plan voor de aanleg van deze tuin was van de hand van de hertog zelf.  

Het park rondom het kasteel van Arenberg was onder Hertog Karel II van Croy (1560-1612) reeds voorzien van een klassieke tuin in een Franse, formele tuinaanleg ten zuiden van het kasteel. Grote, rechtlijnige plantsoenen en duidelijke zichtassen domineerden deze parkaanleg uit de tweede helft van de 16de eeuw. De nieuwe 18de-eeuwse parkaanleg situeerde zich in het oosten van het Arenbergpark en tevens ten oosten van het Arenbergkasteel. Als zwaartepunt van deze tuin werd in 1775-1778 het Geel Huis gebouwd, een paviljoen op een heuveltje ten zuidoosten van het kasteel. Het Geel Huis kwam er naar het ontwerp van de Parijse architect Philippe Sandrié de Morcour, vermoedelijk gedurende enige tijd de vaste architect van de hertog Van Arenberg, werkzaam in Heverlee alsook in de eigendommen van de hertog in Edingen. Het paviljoen in classicistische stijl fungeerde mogelijk ook als winterverblijf, onder andere voor de douairière van de hertogin-weduwe Louise-Marguerite de la Marck (1730-1820). De pittoreske tuinaanleg organiseerde zich rondom het Geel Huis en bood verschillende perspectieven op dit parkelement alsook op het kasteel. Kronkelende paden vertrokken en eindigden ter hoogte van het verheven gelegen Geel Huis. Overige landschapselementen zoals enkele pittoreske bruggen over de Dijle en de Voer en een boshut ten noorden van het Geel Huis maken eveneens deel uit van deze tuinaanleg. Het is ook in deze periode dat vele opmerkelijke exotische boomsoorten werden aangeplant in het park rondom het kasteel. Door middel van een oost-westelijk georiënteerde zichtas die juist onder de heuvel van het Geel Huis eindigt, kwam de nieuwe Engelse tuin in verbinding te staan met de klassieke Franse tuin.

Ten westen van het Geel huis bevindt zich, omgeven door bomen, een lager gelegen gebouw. Dit volume is kleiner en eenvoudiger uitgewerkt en voorzien van een koetspoort. Dit bijgebouw staat door middel van een tunnel doorheen de heuvel in verbinding met een dienstingang in het souterrain van het Geel Huis. Mogelijk fungeerde het gebouw als bijgebouw of als koetshuis, waarbij het een ondersteunende functie had voor het Geel Huis.

Het Arenbergdomein met het kasteel en park werden in 1916 door de toenmalige hertog van Arenberg tegen een gunstprijs afgestaan aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ook het Geel Huis met bijgebouw kwam zo in het bezit van de universiteit. Vandaag fungeert het Geel Huis als de zetel van het Decanaat Faculteit Wetenschappen van de KU Leuven.

Beschrijving

Het classicistische tuinpaviljoen uit 1775-1778 werd opgetrokken op een kunstmatige heuvel, centraal in het Arenbergpark, ten zuidwesten van het kasteel. Door deze verhoogde ligging en de open ruimte rondom het paviljoen (reeds behoorlijk dicht gegroeid) is het paviljoen zichtbaar vanuit verschillende hoeken uit het park en kijkt het uit op belangrijke elementen in het park. Deze zichtassen werden verstoord door nieuwe gebouwen in het park. Ten westen, aan de voet van de kunstmatige ophoging waarop het Geel huis werd gebouwd, bevindt zich het bijgebouw.

Het Geel huis is een statig en strak vormgegeven gebouw op een rechthoekige plattegrond. De woning telt twee bouwlagen op een souterrain, onder een schilddak met grijze leien, en drie op vijf traveeën. Het Geel Huis kent een eenvoudige, rationele gevelindeling waarbij per travee en ter hoogte van iedere bouwlaag een rechthoekige muuropening werd voorzien.

Het souterrain is het opvallendste onderdeel van het gebouw, en is uitgewerkt als sokkel. Deze bouwlaag bevindt zich verdiept in de heuvel waarop het gebouw opgericht werd. Het souterrain heeft een opvallend parement van grote blokken donkerbruine ijzerzandsteen met lichte voeg en cordonlijst ter hoogte van de aanvang van de gelijkvloerse verdieping. Door het gebruik van deze aardkleurige steen lijkt het souterrain op te gaan in het landschap. Het souterrain wordt langs de vier zijden omgeven door een verhard pad, dat via trappen met de heuveltop in verbinding staat. In elke travee wordt het souterrain geopend door een rechthoekige muuropening met hardstenen latei en lekdrempel. Centraal in elke gevel zit een kelderdeur. De deuren worden aan noordelijke, oostelijke en zuidelijke zijde,  overschaduwd door de gebogen, verbredende en zwevende trappartijen, voorzien van hardstenen dekstenen en steeds vijf treden, die leiden naar de deuren op de gelijkvloerse verdieping.

De twee bovengrondse bouwlagen, opgetrokken in rode baksteen, contrasteren sterk met de kelderverdieping en torenen boven de groenaanleg uit. Het verzorgde baksteenmetselwerk is voorzien van een oplegvoeg, waardoor men er van uit gaat dat de gevels nooit waren bepleisterd. De zandstenen omlijstingen van de muuropeningen springen niet uit ten opzichte van de gevel, wat deze stelling lijkt te bevestigen. Een  omlopende, geprofileerde zandstenen lijst met witgeschilderde, houten kroonlijst sluit de lijstgevels rondom rond af. Twee tot drie boogvormige, met leien bedekte dakkapellen werken het dak open ter hoogte van de brede gevels, één dakkapel kenmerkt de korte gevels. De rechthoekige, regelmatig in de traveeën geplaatste muuropeningen op de eerste en de tweede bouwlaag werden voorzien van een vlakke, zandstenen omlijsting.

De noordoostelijke gevel fungeert als voorgevel en is gericht naar het landschapspark. Een geprofileerde, zandstenen omlijsting met uitkragend entablement kenmerkt de centrale inkompartij met dubbele voordeur. Deze centrale travee wordt ter hoogte van de tweede bouwlaag geopend door een oculus, eveneens met geprofileerde zandstenen omlijsting.

De noordwestelijke gevel wordt ter hoogte van de tweede bouwlaag in de uiterste traveeën, eveneens gekenmerkt door oculi. De zuidwestelijke gevel vormt de achtergevel. Een verhard bordes, voorzien van een lichte smeedijzeren balustrade leidt naar de achtergevel, centraal in de gevel.

Het houten schrijnwerk werd witgeschilderd en is voorzien van een fijn geprofileerd kalf dat het vaste bovenlicht scheidt van de twee opengaande delen. De vensters op de verdieping hebben geen bovenlicht. De vensters en deuren hebben steeds drie verticale roeden ter hoogte van de opengaande delen.

De originele indeling van het Geel Huis is niet gekend. De indeling van het pand werd sterk aangepast en opgedeeld in functie van het huidige gebruik. De trapkoker met sierlijke, houten trap situeert zich ter hoogte van de zuidwestelijke achtergevel en maakt de drie bouwlagen toegankelijk. De blikvanger van het gebouw is de representatieve zaal, die zich bevindt in de noordoostelijke helft van het pand, op de tweede bouwlaag. Deze zaal, veelvuldig verlicht door de grote vensters, is voorzien van een rijkelijk uitgewerkt parket met geometrisch motief. Dit motief zou eigen zijn aan het adellijk geslacht ‘Arenberg’ en bekend staan als ‘Arenberg parket’.

Het bijgebouw op rechthoekige plattegrond situeert zich ten westen van het Geel huis, gedeeltelijk in de keerwand van de heuvel opgetrokken. Het bijgebouw telt één bouwlaag en drie traveeën en werd erg functioneel uitgewerkt onder een schilddak met grijze leien. Het bijgebouw is voorzien van parementen in rode baksteen. De zuidoostelijke gevel vormt de voorgevel en wordt geopend door opeenvolgend een houten deur, een klein rechthoekig venster onder houten latei en door een brede poorttoegang, voorzien van een eenvoudige vleugelpoort. De deur en poorttoegang zijn beide voorzien van een brede zandstenen latei en zandstenen negblokken. De korte zijgevels zijn blind uitgewerkt, de achtergevel was aanvankelijk voorzien van twee grote, rechthoekige vensters met zandstenen negblokken, maar deze werden op een later tijdstip dicht gemetseld.

Rechts van het bijgebouw vertrekt een smalle tunnel met verharde tegelvloer en gecementeerd tongewelf. Deze tunnel wordt halverwege geopend door twee afgesloten toegangen tot extra tunnels of kamers. De tunnel doorsnijdt de heuvel en leidt naar een houten deur ter hoogte van het souterrain in de zuidwestelijke gevel van het Geel Huis.

  • SABBE F. 1990: Les jardins du Château de Heverlee, onuitgegeven thesis, Katholieke Universiteit Leuven.

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

  • Is deel van
    Arenbergpark
    Celestijnenlaan, Hertog Engelbertlaan, Kardinaal Mercierlaan, Kasteelpark Arenberg, Tervuursevest...

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Geel huis en bijgebouw [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307182 (Geraadpleegd op 12-11-2019)