Teksten van Molenaarswoning en molenromp van de Vermeulenmolen

https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/30723

Molenaarswoning en molenromp van de Vermeulenmolen ()

De Vermeulenmolen, ook Stenen Molen genoemd, is een stenen stellingmolen, die in oorsprong fungeerde als olie- en korenmolen.

Historiek

Aan de stenen Vermeulenmolen gaat een houten graan- en oliemolen vooraf, die nog op de Atlas der Buurtwegen (circa 1842) is aangegeven. In 1838 werd de standaardmolen door Charles Dehaene verkocht aan Charles Vermeulen, die de driezoldermolen in 1843 verving door een stenen stellingmolen. Een gevelsteen boven de deur geeft nog altijd de bouwdatum aan. De functies van olie- en korenmolen bleven behouden, hetgeen vermoedelijk de recuperatie van de oude uitrusting inhield. De moeilijke verstandhouding van Charles Vermeulen met markies Victor d’Ennetières, die zijn kasteelpark met de molen en de bijhorende gronden wou uitbreiden, noodzaakte de molenaar tot het hoger optrekken van de molen. De aanplant door de kasteelheer van populieren belemmerde immers de windvang. In 1909 werd de stelling ontdaan van zijn wiekenkruis om voortaan enkel door een stoommachine te worden aangedreven. Voor de plaatsing van het stoomtoestel werd tegen de molenromp een machinekamer gebouwd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, én in het bijzonder tijdens het eindoffensief in het najaar van 1918, liep de molenromp belangrijke schade op. Deze werd kort na de oorlog hersteld en de bedrijvigheid als stoommaalderij werd hernomen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de molenromp met enkele baksteenlagen verhoogd om te fungeren als Duitse observatiepost. In 1993-1994 werden de molenromp en de mechanische maalderij gerestaureerd. In 2008 stortte de derde verdieping in door het breken van een vermolmde, reeds eerder verstevigde moerbalk ter hoogte van de balksleutel. Kort daarop werd deze schade hersteld.

Beschrijving

De op een molenbelt gebouwde stellingmolen is opgetrokken in rode baksteen. Gele bakstenen omlijsten de licht getoogde vensters. De van zijn kap en gevlucht ontdane molen telt een benedenverdieping en zes zolders. De benedenverdieping en de eerste drie zolders zijn ingenomen door de mechanische maalderij, die is ingericht met onder andere drie koppels maalstenen, galgen, een builmolen, een haverpletter, een jacobsladder (of elevator), een weegschaal, luiwerk, transmissieassen met drijfwielen en een Claeys-semi-dieselmotor (type L 25 pk) als krachtbron. In het boogveld boven de deur steekt een gevelsteen met het opschrift: "G.L. VERMEULEN / SMAGGHE 1843”.  De tegen de molenromp aangebouwde machinekamer is opgetrokken in rode baksteen en steekt onder een pannen zadeldak (mechanische pannen).

Links van de molen bevindt zich het woonhuis van de molenaar. Het diephuis steekt onder een onderbroken zadeldak, gedekt met mechanische pannen. Als verankerde rode baksteenbouw met simili-natuursteen als aanzet- en sluitstenen van de rondbogige muuropeningen  getuigt het molenaarshuis van een historiserende wederopbouwarchitectuur.

  • BECUWE F. 2009: In de ban van Ceres. Klein- en grootmaalderijen in Vlaanderen (ca. 1850 – ca. 1950), Relicta Monografieën 3, Brussel, 38-39 & 194.
  • CORNILLY J. 2001: Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt, Brugge, 83.
  • DELEPIERE A.-M., HUYS M. & LION M. 1987: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Ieper, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N1, Brussel - Turnhout.
  • DEVLIEGHER L. 1984: De molens in West-Vlaanderen, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, Deel 9, Tielt-Weesp, 232-233.
  • LEEUWERCK E. 1978: Elverdinge-Ieper. De Stenen Molen, Molenecho’s 7.7, 49-50.
  • TAMBORYN C. & TAMBORYN P. 1929: Geschiedenis van Elverdinghe vóór, tijdens en na den grooten oorlog 1914-’18, Brugge, 120-121.
  • VERPAALEN 1995: Molens van de frontstreek. In de vuurlinie van 14-18: molens uit de streek van Ieper, Zonnebeke, Langemark-Poelkapelle, Heuvelland en Wervik, Veurne, 58-61.

Auteurs:  Becuwe, Frank
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Molenaarswoning en molenromp van de Vermeulenmolen [online], https://id.erfgoed.net/teksten/359199 (geraadpleegd op ).


Molenaarswoning en molenromp van de Vermeulenmolen ()

Waarschijnlijk voormalig woonhuis van de molenaar, zie ligging links van de molen. Diephuis onder onderbroken zadeldak (mechanische pannen). Rode baksteenbouw. Historiserende wederopbouwarchitectuur, zie onder meer simili-natuurstenen aanzet- en sluitstenen van rondbogige muuropeningen.

Rechts ervan, molenromp op terp. Gedateerd 1843, door middel van gevelsteen in boogveld boven deur met opschrift: "G.L. VERMEULEN / SMAGGHE 1843". Stellingmolen; wiekenkruis voor de Eerste Wereldoorlog, circa 1909 uitgehaald. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt als observatiepost en daarom nog verhoogd. Molenromp van benedenverdieping en zes zolders. Rode baksteen; gebruik van gele bakstenen voor omlijsting van de licht getoogde vensters. Mechanische maalderij met onder andere dieselmotor, drie koppels stenen, buil, haverpletter.

  • DEVLIEGHER L. 1984: De molens in West-Vlaanderen, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, deel 9, Tielt, 232-33.

Bron: DELEPIERE A.-M., HUYS M. & LION M. 1987: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Ieper, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11n1, Brussel - Turnhout.
Auteurs:  Delepiere, Anne Marie; Lion, Mimi; Huys, Martine
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Molenaarswoning en molenromp van de Vermeulenmolen [online], https://id.erfgoed.net/teksten/30723 (geraadpleegd op ).