erfgoedobject

Samenstel met bakstenen gevels

bouwkundig element
ID
307354
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307354

Beschrijving

Dit ensemble van twee burgerhuizen met art-decogetinte kenmerken en grotendeels bewaard schrijnwerk, werd in 1930 ontworpen door architect Jean De Schrijver. De bouwaanvragen werden door twee verschillende bouwheren ingediend. Voor nummer 56 was dit R. Van Damme, die toen in de Voetweg 47 woonde. Voor nummer 58 was dit Liévin Hoste, die in de Capucienstraat 2 woonde.

De keuze van Jean De Schrijver voor een stijl met art-decokenmerken past volledig bij de heterogene aaneengesloten bebouwing van dit straatgedeelte, waarin baksteenarchitectuur uit het interbellum dominant is. Van Jean De Schrijver kennen we ook de met nummer 58 identiek vormgegeven woning verderop in de straat op nummer 66.

Het samenstel bestaat uit twee rijwoningen met gelijkaardige kenmerken, waarbij de rechterwoning zich op de hoek met de Alpacastraat bevindt. De woningen tellen drie bouwlagen onder een pannen zadeldak met de nok parallel met de straat, waarbij het dak van het hoekpand naar de Alpacastraat toe afgewolfd is. De lijstgevels met lage hardstenen plint zijn opgebouwd uit een rood baksteenparement, waarbij de traveeën tussen donkerrode lisenen zijn gevat, en dat sterk contrasteert met de gecementeerde en witgeschilderde benedenverdieping, versierd met schijnvoegen. Bovenaan worden ze afgelijnd door een houten geprofileerde kroonlijst op klossen, waarbij deze van het hoekpand mogelijk nog aanwezig is binnen de nieuwe omkasting. De gelijkvloerse openingen zijn gevat binnen dagkanten met afgeronde hoeken en hebben een trapeziumvormige pseudo-sluitsteen ter bekroning. Op de eerste verdieping worden beide panden gedomineerd door een identieke erker. Dit betreft een gecementeerde, convexe erker op een brede betonnen basis en met een houten kroonlijst op klossen. De erker is opengewerkt met een centraal rechthoekig venster met afgeronde bovenhoeken dat geflankeerd wordt door twee gekoppelde identieke rondboogvensters. Volgens de bouwplannen was voorzien dat alle erkervensters identiek waren aan het centrale. Op het gelijkvloerse venster van het hoekpand na is al het originele houten schrijnwerk bewaard gebleven. Het schrijnwerk bevat telkens een met houten roeden verdeeld bovenlicht met gekleurde beglazing.

De gelijkvloerse verdieping van nummer 58 is ingedeeld in drie gelijke traveeën, waarin alle gevelopeningen afgeronde dagkanthoeken hebben en worden bekroond door een pseudo-sluitsteen. Links, twee vensters met guillotineramen boven een hardstenen lekdrempel; rechts leiden twee hardstenen treden naar de deur met houten schrijnwerk, met deurrooster en bovenlicht. De bovenverdiepingen zijn symmetrisch uitgewerkt, waarbij het gevelvlak geflankeerd wordt door twee doorlopende lisenen. De tweede verdieping is opengewerkt door drie identieke rechthoekige vensters, alle boven een hardstenen lekdrempel.

Het hoekpand op nummer 56 richt zich duidelijk naar de Hofstraat gezien het voorkomen van een representatieve gevel langs deze straat en een, op de aanwezigheid van twee vensters en een recente garagepoort na, blinde, en zeer sober uitgewerkte gevel langs de Alpacastraat. De gevel langs de Hofstraat telt een brede venstertravee, en wordt aangevuld met een overhoekse deurtravee. De benedenverdieping wordt in de linkertravee verlicht door een korfboogvormig venster met vernieuwd schrijnwerk. In de afgeschuinde travee zit een rechthoekige deur met afgeronde bovenhoeken; deur met houten schrijnwerk, smeedijzeren deurrooster en bovenlicht. Op de eerste verdieping is in deze travee telkens een rechthoekig T-raam onder een bepleisterde latei uitgewerkt. Daarboven verlichten drie rechthoekige ramen onder een doorgetrokken bepleisterde latei de tweede verdieping.

Volgens de bouwplannen heeft de deels onderkelderde woning op nummer 58 een conventionele enkelhuisindeling. Via de voordeur betreedt men de inkomhal met trap. De brede venstertravee wordt ingenomen door een salon langs de straatzijde die in verbinding staat met een eetkamer die op zijn beurt uitgeeft op een gevelbrede zenitaal verlichte keuken. Daarachter is naast de buitenruimte een smallere lage aanbouw aanwezig die plaats biedt aan een schotelhuis, toilet en bergruimte. Boven de keuken is een kamer via het trapbordes bereikbaar. Op de eerste verdieping geeft de traphal uit op een gevelbrede slaapkamer langs de straatzijde en een smallere slaapkamer achteraan. Van de bovenliggende verdieping zijn geen bouwplannen beschikbaar, vermoedelijk volgt deze dezelfde indeling als de eerste verdieping.

Opmerkelijk genoeg heeft nummer 56 ondanks zijn ligging op een hoekperceel eenzelfde interieurindeling meegekregen, met het verschil dat de linkerzijde van de keuken tot veranda opengewerkt is, de ruimtes in de achterbouw anders geschikt zijn, en er geen kamer boven de keuken aanwezig is. De achterbouw werd in een latere periode (deels) omgebouwd tot garage.

  • Stadsarchief Gent, Bouwaanvragen particuliere woningen, G12, 1929/H/35 (nummer 56) en 1930/H/9 (nummer 58).

Auteurs :  De Caluwé, Carlo, Janssens, Karolien
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Samenstel met bakstenen gevels [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307354 (Geraadpleegd op )