erfgoedobject

Burgerhuis

bouwkundig element
ID
307391
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307391

Beschrijving

Dit omvangrijke burgerhuis werd in 1862 gebouwd in opdracht van fabrikant August Hooreman. Het perceel liep oorspronkelijk door tot in de Hertstraat, waar zich een magazijn langs de straatkant bevond. De oorspronkelijke gevelbepleistering van het burgerhuis werd volgens een vergund ontwerp van architect Paul De Taeye uit 1947 vervangen door een nieuw parement in gevelsteen met bijhorende vensteromlijstingen, sluitstenen en waterlijsten. Enkel de cordonvormende lekdrempels zijn oorspronkelijk.

Gezien de ligging op de oostelijke oever van de Muinkschelde, is de straat slechts langs één zijde bebouwd. Deze straatwand wordt gekenmerkt door een vrij homogene bebouwing van overwegend bepleisterde neoclassicistische rijwoningen, allen met gelijkaardige kroonlijsthoogte. Nummer 51 valt op in het straatbeeld door zijn opmerkelijke gevelbreedte.

De rijwoning telt vier traveeën en drie bouwlagen boven een souterrain, onder een pannen mansardedak met recent inpandig terras. De oorspronkelijk bepleisterde en beschilderde lijstgevel met een gecementeerde plint heeft een parement van rode baksteen met geaccentueerde lintvoegen, en is afgelijnd met een houten geprofileerde kroonlijst op klossen. Deze gevelafwerking die atypisch is voor de 19de-eeuwse bouwperiode van de woning werd uitgevoerd volgens een vergunning van 1947 ingediend door bouwheer Antoine Verslot naar ontwerp van architect Paul De Taeye voor het uitvoeren van veranderings- en verbeteringswerken aan de woning en het bouwen van een papiermagazijn met bureel en garage. Het gevelvlak is ingedeeld in vier gelijke traveeën met rechthoekige vensters op de gelijkvloerse verdieping en getoogde vensters op de bovenverdiepingen, allen gevat binnen een witstenen geprofileerde omlijsting en identiek uitgewerkt per verdieping. Horizontale accenten werden in het oorspronkelijke ontwerp gelegd door de bewaarde cordonvormende lekdrempels, na de verbouwing werden hier witstenen parallelle banden, witstenen waterlijsten en een bepleisterde band ter afsluiting van de gevel bovenaan toegevoegd. In de plint zijn aan de rechterzijde drie rechthoekige keldervensters uitgewerkt met diefijzers. Daarboven verlichten drie vensters de gelijkvloerse verdieping. Boven de vensteromlijsting is later telkens een ontlastingsboog met witstenen aanzetten en centrale sluitsteen toegevoegd. De vensters worden verbonden door cordonvormende lekdrempels die ter hoogte van de linkertravee de omlijsting met sluitsteen vormen van een brede houten vleugeldeur met bovenlicht. Op de bovenverdiepingen zijn telkens vier vensters bekroond met een sluitsteen. Al het vensterschrijnwerk werd vernieuwd.

Van de oorspronkelijke interieurindeling zijn geen bouwplannen beschikbaar. Uit de verbouwingsplannen van 1947 kan afgeleid worden dat de plattegrond van bij oorsprong georganiseerd was rond een ruime traphal, centraal ingeplant in de woning aansluitend op de vestibule, en ontdubbeld door een diensttrap loodrecht op de tuingevel. Het souterrain herbergde vermoedelijk de keuken.

  • Kadasterarchief Oost-Vlaanderen, Mutatieschetsen Gent, afdeling IV (Gent), 1862/25.
  • Stadsarchief Gent, Bouwaanvragen particuliere woningen, G12, 1861/9577, 1947/M/6.

Auteurs :  De Caluwé, Carlo, Janssens, Karolien
Datum  : 2019


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307391 (Geraadpleegd op 22-04-2021)