erfgoedobject

Ensemble van twee burgerhuizen

bouwkundig element
ID
307436
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307436

Beschrijving

Dit ensemble van twee art-decoburgerhuizen met winkel werd in 1932 door de Gentse architect Ormond Bibauw ontworpen. De opdrachtgever was advocaat Robert Bibauw (Gent, 1910-Neuengamme, 1945), de zoon van de architect die tot dan in het ouderlijk huis Kortrijksesteenweg 95 woonde. Robert Bibauw werd in 1937 benoemd tot substituut van de Procureur des Konings in Antwerpen, huwde in 1940 de française Suzanne Madeleine Sestier-Civet (°Luik, 1910), en kreeg een dochter Jacqueline Lucienne Louise (Antwerpen, 1941-Doornik, 2013). Eind augustus 1944, aan de vooravond van de Bevrijding, werd hij gearresteerd wegens verzetsdaden tegen de Duitse bezetter en naar het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg afgevoerd, waar hij op 7 april 1945 overleed. Robert Bibauw wordt herdacht door een gedenkplaat in het Antwerpse Gerechtshof, onthuld in 1947.

Architect Ormond Bibauw liet zijn gevelontwerp perfect inpassen in het straatbeeld dat wordt gekenmerkt door een volledig aaneengesloten bakstenen bebouwing waarbij gelijke bouwhoogtes, uitkragende gevelelementen, strakke art deco en modernistische stijl, en cementbepleistering dominante gevelkenmerken zijn. Uit het oeuvre van de architect zijn tot nog toe niet veel ontwerpen gekend. Terwijl hij voor dit ontwerp voor de vormentaal van de art deco koos, realiseerde de architect in deze periode ook nog klassieke gevels. Bibauw stond in de Paul Fredericqstraat ook in voor de woning op nummer 57, die een sterk gelijkend gevelontwerp met nummer 85-87 kreeg. Links aansluitend bij deze twee woningen, op nummers 79-83, realiseerde Bibauw een hoekensemble met sterk gelijkende gevels, wat voor een homogeen geheel in de straat zorgt.

Het samenstel bestaat uit twee sterk gelijkende rijwoningen van drie bouwlagen onder een pannen zadeldak met de nok parallel aan de straat. De rechterwoning is breder uitgewerkt dan de linkerwoning, die op de begane grond een winkel voorzag. De lijstgevels op blauwe hardstenen plinten zijn afgewerkt uit een rood (links) en oranje (rechts) baksteenparement met gecementeerde muurdelen, en worden bovenaan afgelijnd door een houten geprofileerde kroonlijst, bij de rechterwoning op klossen. Alle gevelopeningen zijn rechthoekig, hebben hardstenen lekdrempels met uitgeholde bovenzijde en watergeulen, en hebben vernieuwd schrijnwerk. De bovengevels van beide woningen zijn op eenzelfde manier uitgewerkt, en zorgen voor de ensemblewaarde.

De gevelbrede en over de verdiepingen doorlopende driezijdige, gecementeerde erkers op getrapte consoles nemen een dominante plaats in in de bakstenen gevels. De borstweringen van de erkervensters zijn sober versierd met uitkragende rechthoeken, bij de vensters op de eerste verdieping van de rechterwoning zijn vaasbalusters geplaatst waartussen kolossale lisenen boven een bloemdecoratie over de tussenstijlen van de erker lopen. Bovenaan volgt de kroonlijst de vorm van de erker bij de rechterwoning.

De gelijkvloerse verdieping wordt van de bovengevel gescheiden door een puilijst. De linkerwoning heeft een winkelpui met rechts een geïntegreerd inkomportaal; schrijnwerk volledig nieuw. De brede rechtse woning heeft in de linkerhelft van de gevel een deur met zijlicht, en rechts een breed venster, allemaal gevat binnen getrapte dagkanten. Deuropening met hardstenen dorpel, authentieke ijzeren, beglaasde deur onder bovenlicht met deurroosters in geometrische vormentaal.

De ontwerper gaf volgens de bouwplannen beide onderkelderde woningen een enkelhuisindeling mee. De brede rechterwoning heeft de indeling van een statige burgerwoning, wat er kan op wijzen dat het de eigen woning van advocaat Robert Bibauw was. De linkse woning, met winkelgelijkvloers is smaller, en was wellicht een opbrengsteigendom.

Het winkelhuis bevat in de brede linkse travee een winkelruimte die in verbinding staat met een achterliggende spreekkamer. De inkomhal in de smalle deurtravee geeft uit op een traphal waarachter een smaller volume met keuken aanwezig is, naast de koer. De bovenverdiepingen zijn identiek ingedeeld, waarbij het trapbordes uitgeeft op een kamer in de achterbouw en in de hoofdbouw telkens een gevelbrede voorkamer en smallere achterkamer zitten.

Bij de rechterwoning vallen de grote inkomhal en de ruime centrale traphal in de linkertravee op. De rechtertravee wordt ingenomen door een salon langs de straatzijde dat in verbinding staat met een eetkamer. Achter de traphal is een smallere aanbouw naast de koer aanwezig waarin een keuken, bijkeuken en toilet ingericht zijn. Boven de keuken is een badkamer met afgeschuinde hoek en toilet toegankelijk via het trapbordes. Op de eerste verdieping geeft de traphal uit op een gevelbrede voorkamer en een smallere achterkamer. Op de aanwezigheid van het toilet na wordt deze indeling herhaald op de bovenliggende verdieping.

  • Stadsarchief Gent, Bouwaanvragen van particuliere woningen, G12, 1932/P/28.
  • MEGANCK L. 2002: Bouwen te Gent in het interbellum (1919-1939): Stedenbouw - Opleiding - Patrimonium, onuitgegeven proefschrift, Universiteit Gent, 194, 198.

Auteurs :  De Caluwé, Carlo, Janssens, Karolien
Datum  : 2019


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Ensemble van twee burgerhuizen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307436 (Geraadpleegd op 07-03-2021)