erfgoedobject

Pont Mallethoeve

bouwkundig element
ID: 307458   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307458

Beschrijving

Wederopbouwhoeve ‘Pont-Mallethoeve’, gelegen aan de grens van Wijtschate met Neerwaasten en vernoemd naar het gehucht aan de Leie in Neerwaasten. Hoeve in vierkantopstelling met gebouwen in regionalistische baksteenarchitectuur, gebouwd in de jaren 1920 na de verwoesting tijdens de Eerste Wereldoorlog van de ernaast gelegen hoeve.

Historiek

De vooroorlogse hoeve is al afgebeeld op de Ferrariskaart (1771-1778). Hierop zijn vier gebouwen in vierkantopstelling weergegeven, gelegen binnen een walgracht met rechthoekig tracé. Op de oostelijke arm van de gracht staat een poortgebouw. Op de Atlas der Buurtwegen (1841) is de hoeve aangeduid als ‘Ferme Goumaert’ met dezelfde opstelling: drie grote gebouwen aan de noord-, west- en zuidzijde, en een poortgebouw en bijgebouwtje aan de oostelijke arm van de walgracht. Na verwoesting in de Eerste Wereldoorlog volgde in de jaren 1920, vermoedelijk in de eerste helft van het decennium, de bouw van een nieuwe hoeve in opdracht van eigenaar D. Clouet des Pesruches. De kadastrale intekening van de wederopbouwhoeve gebeurde in 1929. De nieuwe hoeve werd opgetrokken naast de verwoeste hoeve, ten oosten van de walgracht maar met dezelfde opstelling van de gebouwen. De poel naast de hoeve is een overblijfsel van de walgracht van de verdwenen vooroorlogse hoeve. Op de plaats van de vooroorlogse hoeve staan vandaag recente loodsen.

Beschrijving

De verankerde bakstenen gebouwen van de wederopbouwhoeve omvatten het woonstalhuis aan de straatzijde, de haaks er tegenaan gebouwde stalvleugel aan de westzijde en de schuur met wagenhuis aan de oostzijde. Aan de noordzijde van het erf staat het overblijfsel van een ast. De toegang tot het erf wordt gemarkeerd door een bakstenen hekpijler die deel uitmaakt van de voorgevel van het woonhuis. Bij de schuur stond mogelijk een tweede, thans verdwenen hekpijler.

De zijgevels van het woonstalhuis en de stalvleugel zijn uitgewerkt als tuitgevels met vlechtingen en aandaken op schouderstukken. De venster- en deuropeningen worden overspannen door bakstenen korfbogen, de stalvensters door bakstenen rondbogen. Ook de dorpels van de stalvensters zijn in baksteen. Andere bouwmaterialen zijn beton voor de lateien van de stalvensters en sommige deuropeningen, en hardsteen voor de dorpels van de vensteropeningen.

Aan de straatzijde staat het woonstalhuis met voortuin. De tuitgevel centraal in de voorgevel geeft de scheiding aan tussen het woon- en het stalgedeelte. Het stalgedeelte is herkenbaar aan de deels gedichte stalvensters en de staldeuren met blinde boogvelden boven de lateien. De centrale en oostelijke tuitgevel bevatten tweelichtvensters, in de oostelijke tuitgevel met verlaagde laadopening en oorspronkelijk vensterglas en schrijnwerk in het bovenlicht. De westelijke tuitgevel behoort tot het stalgedeelte en bevat een deuropening, een stalvenster en een laadopening naar de zolder. Het woonstalhuis wordt overdekt door een zadeldak met bewaarde oorspronkelijke Muldenpannen. De dakranden zijn vervangen door recente dakgoten.

Op de erfgevel van het stalgedeelte prijkt een dakkapel met lessenaarsdak en laadopening. In het bovenlicht van de deuropening in de erfgevel van het woongedeelte is oorspronkelijk vensterglas en schrijnwerk bewaard. De gekoppelde vensteropeningen zijn thans verenigd en verlaagd tot één venster.

Het zadeldak (platte pannen) van de stalvleugel heeft aan de erfzijde een dakkapel met lessenaarsdak en laadopening. Ter hoogte van de lateien van de stalvensters zijn verluchtingsgaten uitgespaard. De deuropeningen en stalvensters in de achtergevel zijn grotendeels gedicht. Het opgeheven stalvenster duidt de poort in de erfgevel aan als een latere aanpassing.

Het zadeldak van de schuur is aan de erfzijde bedekt met platte pannen, aan de achterzijde met Muldenpannen. De dakrand rust op modillons. Centraal in de puntgevels zijn laadopeningen aangebracht. De centrale doorrit van de schuur bevat in de achtergevel mogelijk nog de oorspronkelijke houten poort. In beide uiteinden van de schuur bevinden zich de deels gedichte poorten van het wagenhuis.

Aan de noordzijde van het erf staat het overblijfsel van een ast, opgenomen in een recente loods.

  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Heuvelland, afdeling I (Wijtschate), 1929/159.

Auteurs :  Debonne, Vincent
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Pont Mallethoeve [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307458 (Geraadpleegd op 19-01-2020)