erfgoedobject

Architectenwoning Boutchon

bouwkundig element
ID: 307511   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307511

Beschrijving

Architectenwoning van Prosper Boutchon, gerealiseerd naar een ontwerp van 1973. Volgens de bouwaanvraag kwam de architectenwoning tot stand na de sloop van een oudere woning die op dit perceel stond. De bouwplannen omvatten eveneens de verbouwing van een vlakbij gelegen woning aan de Groendreef (nummer 142).

Prosper Boutchon was op het moment van de bouw geassocieerd met René Audenaerde, wiens architectenwoning vlakbij gelegen was aan de Wielewaalstraat. Ze vormden samen ‘Architektenburo AB’. Het brutalistische ontwerp van Boutchons architectenwoning illustreert de ontwikkeling binnen zijn oeuvre. De tot op heden summier gekende ontwerpen van Boutchon volgen de toen gangbare stijlontwikkelingen. Zo leunt zijn vroegst gekende ontwerp in Gent (Unescolaan nummer 14 in Mariakerke) uit 1957-1958 aan bij de toen modieuze expo-stijl.

De rijwoning omvat een volume van drie bouwlagen onder een plat dak, achteraan verhoogd met een dakverdieping onder een zadeldak (nok evenwijdig aan de straat). Grenzend aan de achtertuin is de architectenwoning voorzien van een uitbouw van één tot twee bouwlagen hoog, die gedeeltelijk in gebruik is als dakterras, bereikbaar via een buitentrap. In tegenstelling tot de aanpalende huizen beschikt de woning over een erg ruime tuin. Net als bij veel andere brutalistische realisaties was een uitgewerkt tuinontwerp voorzien, aansluitend bij de architectuur van de woning. Het ontwerp omvatte een geometrische compositie van strakke, omboorde bloemperken, hoekige vijverpartijen, en een weloverwogen padenstructuur over de vijver en doorlopend tot een pergola met ‘open vuur’. Het meest zuidelijke deel van het perceel was aangeduid als koer. Op basis van luchtbeelden lijkt deze tuinaanleg niet bewaard of nooit uitgevoerd.

De dynamische gevelopbouw en volumewerking aan de straatzijde is, samen met de materiaalkeuzes, representatief voor het brutalisme. Boutchon combineerde een bruin baksteenparement met horizontale en verticale gevelaccenten in zichtbare, ruw bekiste beton (heden lichtgrijs geschilderd) die de constructieve opbouw van de woning accentueren. De gevelcompositie omvat een smallere travee links, die op de twee onderste bouwlagen schuin inspringt – onder andere ter hoogte van de inkom – en op de bovenste verdieping voorzien is van een uitbouw. De voornaamste blikvanger van de straatgevel is een betonnen cilinder die de inkom flankeert en een schakelpunt vormt. Ze verbergt een draaitrap die de gelijkvloerse en eerste verdieping ontsluit. Het bredere rechtergedeelte van de voorgevel wordt gemarkeerd door een rechte erker op de eerste verdieping en een schuine insprong van de onder- en bovenliggende bouwlagen. In de insprong op de begane grond is een betonnen bloembak voorzien. Een cilindervormige betonnen schouw bekroont het platte dak op de scheiding tussen de twee traveeën. De straatgevel wordt geopend met grote rechthoekige vensterpartijen. Door het private leefgedeelte op de eerste verdieping te situeren, wordt de privacy van de bewoners gegarandeerd. De rechthoekige vensters en deur bewaren het oorspronkelijke zwarte, houten schrijnwerk.

De dynamiek van het exterieur wordt – in lijn met het brutalisme – verder doorgetrokken in de inwendige ruimtewerking, die volgens de bouwplannen gekenmerkt wordt door een open plan en niveauverschillen. De schuin geplaatste toegangsdeur mondt uit in een eveneens schuin geplaatste hal, die ook dienstdoet als wachtplaats. De draaitrap in de betonnen cilinder staat hiermee in een open relatie. Op de hal geven een toilet, een ontvangstbureel aan de straatzijde en een achterliggende tekenzaal uit. De tekenzaal verspringt qua niveau en is lager gelegen. In deze zaal bevindt zich een kleiner documentatielokaal, dat opnieuw hoger gelegen is en een trap tot de kelder omvat. De onderkelderde voorbouw omvat op kelderniveau een berging voor provisie en materiaal, en een ruimte voor de centrale verwarming. De eerste verdieping is bereikbaar via de draaitrap en omvat in eerste instantie een niveau aan de noordoostzijde. Dit bestaat uit een zithoek met bibliotheek aan de straatkant, in een open plan met de eethoek en woonplaats aan de achterzijde. Ook is er een lager gelegen zitkuil, op de plannen aangeduid als ‘open vuur’. Aan de tuinzijde bevindt zich een uitbouw met de keuken, geflankeerd door het ruime dakterras boven de benedenbouw. De draaitrap leidt nog verder tot het niveau dat schuilgaat achter de erkervormige uitbouw van de gevel. Deze kamer is op de plannen bedoeld voor studie en meditatie. Vanaf dit niveau is er een centrale, rechte trap die de bovenverdiepingen ontsluit. De volgende splitlevel omvat een grote slaapkamer met badkamer aan de tuinzijde. Vervolgens is er een niveau met twee slaapkamers aan de straatkant en een badkamer met stortbad die uitgeeft op de nachthal. De dakverdieping omvat aan de achterzijde een groot atelier voor maquettes en opzoekingen, en een klein, hoger niveau met een archiefruimte.

  • Stadsarchief Gent, Bouwaanvragen particuliere woningen, G12, Litt R-10-73.

Bron     : -
Auteurs :  Verhelst, Julie
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Architectenwoning Boutchon [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307511 (Geraadpleegd op 23-09-2019)