erfgoedobject

Burgerhuis in art deco

bouwkundig element
ID
307574
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307574

Beschrijving

Burgerhuis in art-decostijl naar een ontwerp van de architect René Cnoops uit 1927, zoals vermeld op de gevel. Opdrachtgever was Daniel Thibaut, uitbater van een drukkerij en papierhandel gevestigd op Meir 18, en uitgever van de Indicateur des Annonces Notariales. Zijn vader Cl. Thibaut had het pand op de Meir in 1899 laten verbouwen en uitbreiden met een drukkerijatelier door de architect Charles Janssens.

De woning Thibaut behoort tot de vroege realisaties van René Cnoops, die in 1922 met zijn loopbaan van start ging als partner van de architect Ernest Pelgrims, maar voor zover bekend slechts een beperkt oeuvre tot stand bracht. Tot de enige gekende nieuwbouwprojecten uit de tweede helft van de jaren 1920 behoren zijn eerste architectenwoning in beaux-artsstijl in de Peter Benoitstraat, en deze woning Thibaut in art-decostijl aan de Koninklijkelaan. Vanaf de jaren 1930 beoefende Cnoops een beheerst baksteenmodernistisme dat tot uiting komt in zijn tweede architectenwoning uit 1933 in de Tentoonstellingswijk, en het appartementsgebouw “Residentie Esmeralda” in opdracht van François Lenaerts uit 1937, gelegen op de hoek Amerikalei 175 en Montignystraat 1.

De woning beantwoordt aan de typologie die de architectuur van de Koninklijkelaan kenmerkt. Het gaat om een bebouwing van overwegend burgerhuizen uit de jaren 1920 en 1930, afwisselend in historiserende beaux-artsstijl en eigentijdse art-decostijl. Zoals de bouwvoorschriften opleggen, zijn de voortuintjes telkens afgesloten door een ijzeren hekwerk. Het originele smeedijzeren voortuinhek, volgens de bouwplannen met een ruitpatroon  zoals de balkonborstwering van de woning, is hier echter verdwenen. De rechts aanpalende woning Bruers (nummer 13) ontworpen door de architect Edgard Destaebele in 1928, valt op door een zeer gelijkaardige gevelordonnantie, evenwel uitgevoerd in beaux-artsstijl.

Met een gevelbreedte van drie traveeën omvat de rijwoning drie bouwlagen onder een pseudo-mansarde (leien). De gevel heeft een parement volledig uit witte natuursteen, op een blauwe hardstenen plint. Axiaal-symmetrisch van opzet, is de compositie van de bovenbouw als risaliet uitgewerkt, geaccentueerd door de brede bow-window met drielicht van de bel-etage. Deze rust op een markante, geblokte en getrapte console in de middenas van de pui, en wordt bekroond door een smeedijzeren balkonborstwering met ruitpatroon. Twee brede korfboogboogopeningen met geprofileerde dagkanten en sluitsteen doorbreken de pui aan weerszij van de console, respectievelijk voor de garagepoort en het inkomportaal. De tweede verdieping is opengewerkt door een rechthoekig drielicht met centraal deurvenster, gevat in een geleed, rechthoekig spaarveld. Het risaliet wordt beëindigd door een klassiek hoofdgestel, samengesteld uit een gelede architraaf en een stafwerkfries onder de gekorniste, houten kroonlijst op klossen. Daarboven bevinden zich drie rechthoekige, houten dakkapellen met een geknikte frontonbekroning. Het oorspronkelijke houten schrijnwerk is integraal bewaard, zowel de identieke beglaasde vleugeldeuren met smeedijzeren siertraliewerk in ruitpatroon van de garage en het inkomportaal, als de guillotine- en T-ramen met kleine roeden in het bovenlicht van de bow-window en vensters. Volgens de bouwplannen wordt de compositie van de achtergevel ter hoogte van de bel-etage bepaald door het brede korfboogvenster met waaiervormig bovenlicht van de eetkamer, die uitgeeft op het gevelbrede terras op gietijzeren colonnetten.

De plattegrond beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, die over de volledige breedte wordt opgedeeld door de centraal ingeplante traphal met bovenlicht. Volgens de bouwplannen is de kelder ingericht als stookplaats, kolenkelders, een voorraad- en wijnkelder. De begane grond wordt aan de straatzijde parallel opgedeeld tot de garage en de inkomhal, en biedt achter de traphal ruimte aan de vestiaire met wc, en de keuken geflankeerd door de dienstcirculatie. Deze omvat de diensttrap tussen kelder en bel-etage, de ‘monte-plats’ en een wc voor het personeel. De bel-etage bestaat uit een salon of 'fumoir' aan de straatzijde, en achter de traphal uit de eetkamer met aanpalend de office, die beide uitgeven op het gevelbrede terras. Op de tweede verdieping bevinden zich vooraan de grote slaapkamer en aan de tuinzijde twee kleinere slaapkamers met bijhorende wascellen. De traphal neemt hier nog maar de helft van de woningbreedte in beslag zodat er ruimte is voor een gemeenschappelijke badkamer en wc tussen de slaapkamers. Op de mansardeverdieping bevinden zich aan de straatzijde een logeerkamer of ‘chambre d’amis’ en een kamertje met ingerichte kastenwand, vervolgens de traphal en een ‘mansarde’, en achteraan twee slaapkamers. De interieurafwerking van de inkom- en traphal wordt in detail op de bouwplannen weergegeven, eveneens in art-decostijl.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 961#8842 (Koninklijkelaan 15), 1899#1493 en 1899#1536 (Meir 18) en 18#7215 (Amerikalei 175-Montignystraat 1).

Auteurs :  Van Nieuwenhuyse, Sien
Datum  : 2021


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis in art deco [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307574 (Geraadpleegd op 22-06-2021)