erfgoedobject

Burgerhuis in beaux-artsstijl

bouwkundig element
ID
307606
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307606

Beschrijving

Burgerhuis in beaux-artsstijl naar een ontwerp van de architecten Fernand de Montigny en Louis Somers uit 1924, opgetrokken in 1924-1925. Opdrachtgeefster was mejuffrouw Marthe de Montigny (?, 1883-Hoei, 1963), de twee jaar oudere zus van Fernand de Montigny, die het pand vermoedelijk onmiddellijk na de bouw verhuurde. Volgens de adresboeken Ratinckx werd de woning van 1926 tot 1938 betrokken door de rentenierster weduwe A. Stevens.

De woning Marthe de Montigny is representatief voor het rijpe oeuvre van Fernand de Montigny en Louis Somers, die zich tijdens het interbellum vooral toelegden op residentiële architectuur voor de betere kringen. Associés van omstreeks 1910 tot 1940, tekenden zij in 1920 voor het stadion van de Olympische Spelen op het Kiel. De statige beaux-artsstijl die de architecten zich al vóór de Eerste Wereldoorlog toe-eigenden, werd tijdens de jaren 1920 doorgetrokken in het merendeel van de burger-, herenhuizen of villa’s die zij ontwierpen. Op hetzelfde moment waren de Montigny en Somers actief in de wederopbouw van Oostkerke (Diksmuide) met neotraditionele ontwerpen. Het ontwerp van de woning Marthe de Montigny is naar type en stijl sterk verwant met de gekoppelde burgerhuizen Gevers-Grisar uit 1926 in de Albertstraat. Uit 1929 dateert het standingvolle appartementsgebouw “Résidence La Pepinière” aan de Koningin Elisabethlei. Tot hun laatste realisaties behoort de Sint-Theresiakerk met karmelietenklooster aan de Grotesteenweg te Berchem uit 1938-1939.

De rijwoning is van de straat gescheiden door een voortuin met de oprit van de garage, waarvan het smeedijzeren voortuinhek inclusief de stenen posten werd verwijderd. Met een gevelbreedte van twee ongelijke traveeën, omvat het pand drie bouwlagen onder een leien pseudo-mansarde met twee dakkapellen. De lijstgevel heeft een parement uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband met knipvoegen, in combinatie met witte natuursteen voor de pui, pilasters, vensteromlijstingen en het hoofdgestel, op een plint uit blauwe hardsteen. Horizontaal geleed door de puilijst, beantwoordt de opstand aan een tweeledig schema, opgebouwd uit de gedrukte sokkelvormende pui met schijnvoegen, en de bovenbouw in kolossale orde. In overeenstemming met de indeling van het interieur bestaat de ordonnantie uit twee ongelijke traveeën. De asymmetrie van deze gevelcompositie wordt nog benadrukt door de brede rechter travee als risaliet uit te werken, gemarkeerd door een driezijdige, houten erker met een smeedijzeren balkonborstwering als bekroning. De beaux-artsstijl komt tot uiting in de klassieke ordonnantie, vormgeving, detaillering en het smeedwerk, ontleend aan de Franse Lodewijkstijlen. De geblokte pui wordt in de linkertravee geopend door de inkomdeur onder een gebogen waterlijst op stafwerkconsoles met guttae, en in het risaliet door de garagepoort tussen getraliede zijlichten. De bovenbouw wordt verticaal geritmeerd door oplopende vensteromlijstingen en de ingediepte pilasters die het risaliet flankeren. Alle muuropeningen zijn rechthoekig van vorm. Een klassiek hoofdgestel vormt de gevelbeëindiging, samengesteld uit een architraaf, een fries en een houten kroonlijst op klossen, waarboven twee getoogde, houten dakkapellen met oren, neuten en een gebogen waterlijst. Het houten schrijnwerk van de inkomdeur en garagepoort met smeedijzeren siertraliewerk is bewaard, evenals van de vensters met kleine roedeverdeling, behalve in de erker.

De plattegrond beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, die nagenoeg over de volledige breedte wordt opgedeeld door de centraal ingeplante traphal met bovenlicht. Volgens de bouwplannen wordt de begane grond in de linker travee ingenomen door de inkomhal, waarachter zich de stookplaats, diensttrap van de meid, kolen-, voorraad- en wijnkelders uitstrekken. In de rechtertravee beslaat de garage met smeerput de volledige diepte van de woning. Uiterst rechts was aanvankelijk voorzien in een aparte dienstingang voor de chauffeur, met aansluitend een afgescheiden spiltrap die de chauffeurswoning op de mansarde ontsluit. Bij de bouw werd kennelijk van dit opzet afgeweken door het dienstportaal te vervangen door een zijlicht, evenwel met behoud van de chauffeurstrap. De bel-etage omvat aan straatzijde het ruime salon met erker, waarbij een cosy corner aansluit, op het plan aangeduid als ‘seat’. Aan de tuinzijde strekt zich de eetkamer met driezijdige erker uit, die wordt geflankeerd door de office, meidentrap en keuken. Op het terras aan eetkamer en keuken bevindt zich een wc. De eerste verdieping heeft een slaapkamer over de gehele breedte aan de straatzijde, aansluitend een badkamer die tevens toegankelijk is vanuit de gastenkamer aan de tuinzijde. Achteraan op dit verdiep zijn een wc en meidenkamer ingericht. De mansardeverdieping is zowel toegankelijk vanuit de traphal als via de zijdelings ingeplante spiltrap die de chauffeurswoning ontsluit. Op de taphal sluit aan de straatzijde een ‘kastenkamer’ aan. De chauffeurswoning bestaat uit een slaapkamer vooraan en een woonkamer met terras aan de tuinzijde, geflankeerd door een wc en de kinderkamer. De wc’s van beide bovenste verdiepingen palen aan een luchtkoker op het plan aangeduid als ‘courette’.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 961#7485.

Auteurs :  Caboz Cabeleira, Shanna
Datum  : 2021


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis in beaux-artsstijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307606 (Geraadpleegd op 22-06-2021)