erfgoedobject

Spaans Toreken

bouwkundig element
ID: 307729   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307729

Beschrijving

Het Spaans Toreken is een woontoren of donjon uit de tweede helft van de 15de of de eerste helft van de 16de eeuw. Het is een laat voorbeeld van een gebouwtype dat in de zuidelijke Nederlanden voorkwam van de elfde eeuw tot de eerste helft van de zestiende eeuw. Het gebouw staat op een lichte verhevenheid, waarschijnlijk het afgevlakte restant van een motte uit de volle middeleeuwen. Rond de verhevenheid is het verzonken tracé van de vroegere gracht herkenbaar.

Historiek

De oudste afbeelding van het Spaans Toreken is in het kaartenboek van de abdij van Grimbergen, uit 1699. Ten zuiden van de kerk van Niel is een kasteel met grachten weergegeven. Het kleine oostelijke vierkant stemt overeen met het perceel van het Spaans Toreken, dat fantasierijk is weergegeven met twee hoektorens met spitsdaken. Een brug aan de westzijde verbindt het eiland van het Spaans Toreken met een groter eiland aan de westzijde, wellicht het neerhof. Het westelijke eiland is bereikbaar langs een poortgebouw aan de zuidzijde, aan de huidige Emile Vanderveldelaan en het Elisabethplein.

De aanleg met walgrachten laat toe om de oorsprong van het Spaans Toreken minstens in de late middeleeuwen te plaatsen. De verhevenheid is een wellicht het overblijfsel van een motte die mogelijk opklimt tot de twaalfde eeuw. Op een vol- of laatmiddeleeuwse oorsprong van het Spaans Toreken wijst ook de oorspronkelijk tweeledige opzet van de site, met een westelijk opperhof en een oostelijk neerhof.

De omgeving van het Spaans Toreken wordt in historische bronnen het “Nielderhoff” genoemd. Vermoed wordt dat het Nielderhoff het heerlijke centrum was van waaruit de exploitatie van de omliggende gronden werd georganiseerd. Sommige auteurs schrijven de oprichting van deze heerlijke site toe aan de Berthouts of een plaatselijke vazal, in het kader van de verdediging van de westgrens van Brabant tegen het graafschap Vlaanderen.

Verschillende bouwkundige kenmerken wijzen voor het Spaans Toreken op een bouw in ongeveer 1450-1550. In de Nederlanden kwamen canonnières in gebruik vanaf de 15de eeuw. Een voorbeeld dichtbij Niel is de donjon van het kasteel Cleydael in Aartselaar. De aanwezigheid van zowel canonnières als vensteropeningen impliceert niet noodzakelijk een latere aanpassing. Zo combineert de donjon van Wijk-bij-Duurstede (1459) in Nederland zowel schietgaten van het canonnière-type als kloostervensters, zoals in het Spaans Toreken. Ook het gemengde gebruik van baksteen en bleke kalksteen uit het Brusselse wijst op een bouw in ongeveer 1450-1550. Bakstenen donjons met verwerking van Brusselse kalksteen voor hoeken en omlijstingen zijn bijvoorbeeld de torens van het Hof ten Houte in Merchtem (ca. 1360) en van het kasteel van Heetvelde in Oetingen (tweede helft vijftiende eeuw).

Een schriftelijke getuigenis uit 1622 toont aan dat het Spaans Toreken op het einde van de zestiende eeuw door gewapende dorpelingen werd gebruikt als schuilplaats voor de geuzen die toen de streek onveilig maakten. De naam ‘Spaans Toreken’ wijst op de associatie die plaatselijk wordt gemaakt tussen de woontoren en de woelige periode van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).

De eerste zekere geschreven vermelding van het Spaans Toreken dateert uit 1659. Een notariële akte spreekt over “een huys, genaemd het Huys of het Hoff van Niel, met poorte, grachte, brouwery en grachten, item de bergh aen de oostzijde van dezelfde huysinghe met steenen huys daerop staende […]”. De situering aan de oostzijde van het neerhof (de “huysinghe” met poort, grachten en brouwerij) en de vermelding van de verhevenheid (“bergh”) laat geen twijfel over de identificatie van het “steenen huys” als het Spaans Toreken. De aanduiding als het “Hoff van Niel” wijst op een vroegere heerlijke verblijfplaats die in 1659 al was vervangen door het kasteel Nielderbroek ten westen van de kerk van Niel.

De uitbouw vanaf de 17de eeuw van het kasteel Nielderbroeck als verblijfplaats van de heren van Niel leidde tot de geleidelijke opgave van de site van het Spaans Toreken als het “Hoff van Niel”. Zo wordt in het kaartenboek van Grimbergen (1699) alleen het kasteel Nielderbroeck met naam genoemd (“het Casteel te Niel”). De site van het Spaans Toreken is wel afgebeeld maar wordt niet benoemd. Ook op de Ferrariskaart (1771-1778) wordt alleen het kasteel Nielderbroek weergegeven, hoewel de site van het Spaans Toreken toen nog bestond. Zo heeft de beschrijving bij de verkoop van het “Houd Hoff van Niel” in 1777 het over “een schoon huis […] genaamd het Houd Hoff van Niel”. Er wordt ook melding gemaakt van het neerhof (“pachtershoff”) en van grachten. Op het plan bij de beschrijving van de te koop aangeboden goederen is het Spaans Toreken (“Den Thooren”) prominent afgebeeld. Aan de zuidzijde is het poortgebouw (“De Poorte”) weergegeven en aansluitend de “Algemeenen Uytwegh”. Dit is de huidige Kasteelgang, de vandaag doodlopende steeg tussen het Spaans Toreken en de Emile Vanderveldelaan.

Op de kadastrale atlas van Niel uit 1805 is de site van het Spaans Toreken aangeduid als het “Vieux Château”. De grachten zijn dan al gedeeltelijk verdwenen. De omtrek van het neerhof, met de opvallende uitstulping aan de Heideplaats, is wel nog intact. De getrapte omtrek van het Spaans Toreken wijst op aanbouwen tegen de west- en zuidgevel. Een verkoop van de kasteelsite in 1824 spreekt nog over “Het Oud Hof”. Het poortgebouw (“Groote Poorte”) staat dan nog steeds overeind. Ook de Kasteelgang wordt opnieuw vermeld, als “[…] eene gemeyne wegenisse langs de Poort […]”.

Op het primitief kadaster van 1830-34 is alleen de noordelijke gracht van het oostelijke eiland nog aanwezig. Aan de vroegere kasteelsite herinneren verder nog het Spaans Toreken, de Kasteelgang en de westelijke uitstulping aan de Heideplaats. Op de plaats van het vroegere neerhof zijn intussen gebouwen opgetrokken. Op de Atlas der Buurtwegen en de Vandermaelenkaart (beide ca. 1850) is de toestand ongewijzigd. In het derde kwart van de negentiende eeuw werd de oostelijke rooilijn van de Heideplaats aangepast aan de rooilijn van de Dorpsstraat. Hierdoor werd de westelijke afbakening van het vroegere neerhof uitgewist. Deze toestand is vastgelegd op de Poppkaart (1842-1879), waarop ook de toegenomen bebouwing rond het Spaans Toreken zichtbaar is. In de loop van de twintigste eeuw verdween de als laatste overgebleven noordelijke gracht. Vandaag resteren van de kasteelsite alleen de aarden ophoging met het Spaans Toreken en de Kasteelgang. Rondom het Spaans Toreken is het tracé van de omgrachting nog herkenbaar in het microreliëf.

In de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd het Spaans Toreken verhuurd als woning. Uit deze periode dateert de indeling van de gelijkvloerse verdieping in drie vertrekken met een verlaagd plafond. Ook de haarden tegen de oostmuur dateren uit deze periode.

De lage aanbouw met zadeldak tegen de westgevel, zichtbaar op foto’s uit het interbellum, verdween in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Beschrijving

Het Spaans Toreken staat op een lichte verhevenheid. Deze aarden ophoging is wellicht het afgevlakte restant van een motteheuvel. In het microreliëf rond het Spaans Toreken is de verzinking van de verdwenen gracht rond de verhevenheid nog herkenbaar. Het terrein ten noorden van het Spaans Toreken behoort tot de historische kasteelsite van het Spaans Toreken. Hier lag de noordelijke arm van een grote walgracht. In het grasveld is microreliëf aanwezig, misschien van deze verdwenen walgracht.

Het Spaans Toreken is een gedrongen torengebouw op een vierkante plattegrond van 6,5 op 6,5 meter. Het gebouw bestaat uit een half verzonken kelderverdieping, een gelijkvloerse verdieping en een zolderruimte onder het zadeldak. De deuropening in de zuidgevel is bereikbaar via een helling met recente betonnen afboording. Tegen de zuidoostelijke hoek van het gebouw staat een zeshoekige traptoren. Het zadeldak van het Spaans Toreken is verdwenen, maar onderdelen van de dakkap zijn nog bewaard. De traptoren wordt afgedekt door een lessenaarsdakje, een latere aanpassing die behoort tot de verlaging van de oorspronkelijk hogere traptoren.

Het Spaans Toreken is gebouwd in baksteen met verwerking van Brusselse kalksteen voor de hoeken, de omranding van de venster- en deuropeningen, de sluitstenen van ontlastingsbogen, de lijsten en de lateien, en de schietgaten en canonnières. Op de buitengevels zijn trekankers aangebracht, ter hoogte van de balklaag van de gelijkvloerse verdieping.

In de noordgevel bevindt zich de oorspronkelijke kelderopening. De nadien gedichte opening heeft een dorpel in zandkalksteen en een latei in blauwe hardsteen. Boven de latei is er een bakstenen ontlastingsboogje. De twee keldergaten met betonnen lateien in de oostgevel zijn een aanpassing uit de twintigste eeuw.

De buitengevels van de gelijkvloerse verdieping tonen een afwisseling van canonnières en grotendeels gedichte kloostervensters. De canonnières bestaan uit een kruisvormige schietspleet voor boogschutters bovenaan en een ronde geschutsopening onderaan. De kloostervensters bevatten een middenregel en latei in zandkalksteen, en een bakstenen ontlastingsboog. Op de hoeken van de gevels zijn kleine schietgaten ingewerkt.

De zuidgevel bevat een deuropening onder een korfboog en met een bakstenen dorpel. Er zijn twee vensteropeningen: een klein venster boven de deur en een later deels verbreed kloostervenster aan de linkerzijde van de deur. In de westelijke buitengevel van de gelijkvloerse verdieping wijst de verkleuring van het baksteenmetselwerk en de aflijning van een zadeldak op een verdwenen (latere) aanbouw.

Ter hoogte van de zolderverdieping zijn er eveneens canonnières. Ze bevinden zich boven de lijst in zandkalksteen die de gelijkvloerse verdieping afbakent van de zolderverdieping. Boven de deuropening in de zuidgevel bevindt zich een oorspronkelijk, thans gedicht, zoldervenster. In de geveltoppen bevinden zich kleine vensteropeningen.

De traptoren wordt door een zandkalkstenen waterlijst in twee bouwlagen verdeeld. Ook de traptoren is voorzien van canonnières, meestal twee per zijde, boven en onder de waterlijst. De vensteropening in de traptoren naast de zuidgevel is mogelijk een latere aanpassing, ter vervanging van een canonnière.

De kelder is toegankelijk via twee bakstenen trappen: de wellicht oorspronkelijke keldertrap aan de westzijde en een later toegevoegde trap in de zuidoosthoek. De kelder is een tweebeukige ruimte met tongewelven (west-oost georiënteerd). In het tongewelf van de noordbeuk bevindt zich de uitsparing van het gedichte keldergat in de noordgevel.

De gelijkvloerse ruimte was oorspronkelijk de ontvangstruimte, al dan niet met woongelegenheid, van de donjon. In de noordwest-, noordoost- en zuidwesthoek bevinden zich schietgaten. In de zuidoosthoek bevindt zich de doorgang naar de traptoren.

De balklaag van de gelijkvloerse verdieping is nog origineel. De ruimte wordt van west naar oost overspannen door een moerbalk op sleutelstukken met peerkraalprofiel. In de oostmuur rust de moerbalk op een geprofileerde kraagsteen in zandkalksteen. Het uiteinde van de moerbalk aan de westmuur is opgenomen in de schoorsteen van de zolderverdieping. De met toognagels vastgezette kinderbalken zijn origineel. De resten van een verlaagd stucplafond op rinkellatten behoren tot de binneninrichting van het Spaans Toreken in de negentiende eeuw.

De schouw tegen de westmuur van de gelijkvloerse verdieping dateert uit de negentiende of het begin van de twintigste eeuw. Het rookkanaal wordt breder vanaf het verlaagde negentiende-eeuwse plafond waar het uiteinde van de moerbalk is opgenomen in de schoorsteen.

Op de zolderverdieping zijn resten van de oorspronkelijke dakkap bewaard: het schaargebint op de trekbalk en de flieringen op windschoren. De trekbalk ligt dwars op de moerbalk van de onderliggende balklaag. De onderdelen van het schaargebint zijn gepend met toognagels.

  • Brussel, Algemeen Rijksarchief: Kadaster. Primitieve Plannen: Niel, Sectie A, Percelen van 1 tot 615, 'du Village' [1830-1834].
  • Niel, Gemeentearchief: Atlas du Plan de la Commune de Niel, 12 vendémiaire an XIV [4 oktober 1805], door landmeters Gigault en Vanypen.
  • Niel, Niels Erfgoedarchief: DOCA 2 000 741: verkoop van het “Houd Hoff van Niel” [1777].
  • DOPERÉ F. & UBREGTS W. 1991: De donjon in Vlaanderen. Architectuur en wooncultuur, Acta Archaeologica Lovaniensia – Monographiae 3, Leuven.
  • VAN DEN BROECK R. & VAN DYCK V. 2007: Wonen in Niel en Hellegat. Open Monumentendag 9 september 2007, Niel.
  • VAN DEN BROECK R. & VAN DYCK V. 2009: Niel, een zorgrijke gemeente. Open Monumentendag 13 september 2009, Niel.
  • VAN DEN BROECK R. & VAN DYCK V. 2017: Terug van nooit weg geweest. Het Spaans Toreken. Op verkenning door Oud-Niel, tussen het Spaans Toreken en ’t Leikeske, Niel.
  • VAN DYCK V. (dir.) 1999: Niel 850 jaar, Niel.
  • VAN RAEMDONCK R. & VAN DYCK V. (dir.) 1995: Niel, opnieuw bekeken, Niel.

Auteurs :  Debonne, Vincent
Datum  : 2020


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Spaans Toreken [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307729 (Geraadpleegd op 18-02-2020)