erfgoedobject

Hof te Eksel

archeologisch geheel
ID
307758
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307758

Beschrijving

Algemene situering

Het hof van Eksel situeert zich in Moorsel, deelgemeente van Aalst. Moorsel is gelegen in het Vlaamse zandleemgebied. Het Hof te Eksel situeert zich in de oost-west georiënteerde vallei van een beek, de Molenbeek, die een zijstroom is van de Dender. De beek is nu grotendeels dichtgeslibt. De Dender zelf situeert zich een eind naar het westen. In het noorden zien we de Vlaamse vallei waar licht glooiende terreinen van 8 -10 m TAW voorkomen. Verder zien we vooral loessgronden die vaak diep zijn ingesneden door rivieren. De hoogtes variëren er tussen 8 en 71 m TAW. Het hydrografisch net is sterk vertakt. De site is gesitueerd in het midden van een alluviale vlakte met vrij steile valleiflanken. Zo’n 200 meter noorden van de site loopt ook nog de baan tussen Aalst en Moorsel. Deze weg volgt de rand van de beekvallei en gaat vermoedelijk terug op een historisch tracé. De ligging is gunstig voor het optrekken van een mottekasteel.

De omgeving rond Hof te Eksel omvat een tiental Tertiaire geologische niveaus. Het gaat om zandige tot kleiige niveaus. Het bodemtype ter hoogte van de archeologische zone bestaat in het noordoosten en oosten uit een zeer sterk gleyige kleibodem zonder profiel (bodemserie Efp) en aan de west en noordwestzijde uit een natte zandleembodem zonder profiel (bodemserie Lep). De zone van de motteheuvel en omgevende grachten staat aangeduid als opgehoogde gronden (bodemserie ON). De archeologische zone is gesitueerd in een uitgesproken bocht van de Molenbeek (15 m TAW).

De motteheuvel heeft een basisdiameter van 48m en dat is het resultaat van een tweede ophoging. Aanvankelijk was de heuvel dus kleiner in omvang. De bestaande hoogte is het resultaat van nivellering door de eeuwen heen. Uit de opgraving blijkt dat die ooit hoger moet geweest zijn. De gracht die de motteheuvel omringt is nog ten dele bewaard in het reliëf. De grachten zijn vandaag nog 15 tot 17 meter breed, ook deze waren in een eerste fase breder en werden ten dele opgevuld bij het uitbreiden en verder ophogen van de motteheuvel. De grachten werden oorspronkelijk gevoed door de Molenbeek. Over de locatie, opbouw en omvang van het neerhof is er geen informatie voorhanden. Alluderend op zijn vorm werd de motteheuvel ook wel eens de Koekepanberg genoemd.

Historisch onderzoek

Het hof te Eksel wordt gesitueerd te Moorsel, de hoofdplaats van de heerlijkheid Moorsel-Propre. Dit is allodiaal bezit van de Vlaamse Graaf zelf. De dorpskern van Moorsel gaat terug op een Merovingisch klooster (vermoedelijk 7de eeuw). Rond 1105 wordt de kerk en parochie van Moorsel geschonken aan de abdij van Affligem.

De vroegste vermelding van het hof van Eksel gaat terug tot 1151. Dan wordt Bernerus van Moorsel genoemd als heer van het castrum te Moorscele. Op basis van historische argumenten gaat men er vandaag vanuit dat de opwerping een kleine eeuw mogelijk eerder moet gezien worden in kader van de verwerving van Rijksvlaanderen door de Graaf van Vlaanderen. Moorsel wordt daarbij beschouwd als één van de zogenaamde zogenaamde Dendermottes, een groep mottes waarvan we uit historische bron weten dat ze werden gesticht nadat Rijksvlaanderen – grosso modo het gebied tussen Schelde en Dender – in 1049 wordt geannexeerd door de graaf van Vlaanderen. De opvolgers van Bernerus komen tot in 1257 in de oorkonden voor. Na deze datum blijven de bronnen tot in 1400 stilzwijgend. In 1400 vermeldt het leenhofregister van de Baronaige's 'Jonffrouwe kateline benages' als leenhoudster. In 1457 wordt de site nog vermeldt in de bronnen als den berch te Morsele ende gracht. Op dat moment lijkt de castrale motte al geëvolueerd tot omwald pachthof. Een leenboek uit 1473 vermeldt dat 'Pierre de Meynaertshove... tient en fief la maison et motte de Moorsele, appelé la Court de Exele. De laatst gekende verpachting van het Hof te Eksel, aan een zekere Joos Hendricx, dateert van 1571.

Cartografisch materiaal

De motte wordt niet afgebeeld op de Ferrariskaart (1777). De ronde perceelgrenzen verschijnen op de Atlas der Buurtwegen (1840), de Popp-kaart (1842-1879) en de topografische kaart Vandermaelen (1846-1854). Op deze kaarten is het ook duidelijk hoe er een weg loopt tot aan de motte. De benaming "'T Hof Texel" wordt gegeven.

Aan de hand van het Digitaal Hoogtemodel is de motteheuvel en het grachtensysteem nog heel duidelijk. De westelijke en oostelijke perceelgrenzen van het neerhof zijn nog zichtbaar. Het is onduidelijk hoe ver het perceel door zou gelopen hebben in het noorden. In het zuiden wordt het perceel begrensd door de Molenbeek. Aan de hand van orthofotografie is te zien hoe het perceel nu volledig bebost is.

Archeologisch onderzoek

Tussen 1975 en 1977 werd onder leiding van D. Callebaut door de toenmalige Nationale Dienst voor Opgravingen op de site archeologisch onderzoek uitgevoerd. Verschillende haakse sleuven werden uitgezet over de motteheuvel. Twee grote fasen werden onderscheiden te relateren aan de historische chronologie: die van de castrale motte en latere hofstede. Op basis van de archeologische vondsten werd de opwerping in de periode tussen de 12de en 14de eeuw gesitueerd. De evolutie naar site met walgracht is te plaatsen in de 14de tot 15de eeuw. Tot de 16de eeuw bleef de site bewoond.

Uit het onderzoek kwam tot uiting dat de motte werd opgeworpen uit humeuze klei en kleiig zand te relateren aan de vallei van de Molenbeek. In een eerste fase werd de gracht gegraven waarbij met de grond hieruit een wal werd opgeworpen. De kern van de wal was zandig en afgedekt met plaggen uit de alluviale klei van het beekalluvium. Vervolgens richtte men een motteheuvel (zogenaamde kernheuvel) op die de ruimte binnen de wal en gracht slechts gedeeltelijk opvulde. Het heuvellichaam bestond uit geelbruin lemig zand en geelgrijs kleiig zand. Ten noorden van de kernmotte werd een twee wal opgeworpen. De motteheuvel werd stelselmatig vergroot. De kleine wal lijkt stelselmatig uit te breiden richting kernmotte. De ophoging van de wal bestond uit grijs zand en lemig zand. Op de kernheuvel werd kleiig zand geworpen. Tussen beide moet er nog een tijdlang een zink geweest zijn waar zich ook colluvium van de motteheuvel verzamelde. Nadien worden er over de kernmotte en uitdijende wal bijkomende zandige pakketten geworpen. In de loop van de tweede helft van de 14de eeuw werd de motte opgegeven ze werd omgevormd tot een site met walgracht met verlaagde woonheuvel en breed uitgewerkt platform. Hiervan getuigd een dik uitbraakpakket. Er zijn aanwijzingen dat natuurlijke opduikingen of ophogingen in het alluviaal werden geïntegreerd in de motteheuvel.

Aard en bewaringstoestand

Van het Hof te Eksel in Moorsel is enkel nog de motteheuvel ten dele bewaard. Het neerhof was vermoedelijk gesitueerd ten noorden van het opperhof. De precieze locatie, vorm en omvang van het neerhof kan vandaag niet meer worden bepaald. De archeologische zone werd nooit bebouwd en is dus nagenoeg ongeschonden. Wel moet er rekening mee gehouden worden met het feit dat het gebied fel bebost is en de wortels mogelijks elementen hebben aangetast. Het archeologisch onderzoek uit de jaren 1970 heeft aangetoond dat op het motteplateau zeker nog heel wat structuren in de ondergrond bewaard gebleven zijn. Dit bodemonderzoek heeft het ondergronds patrimonium slechts gedeeltelijk aangesneden. Het ging om een reeks lange sleuven die haaks op elkaar georiënteerd waren en de motteheuvel doorsneden. Een groot gedeelte van de motte is met andere woorden tot vandaag nog onaangeroerd aanwezig.

  • CALLEBAUT D. 1976: Archaeologica Belgica - conspectus MCMLXXV 186, 100-105, Brussel.
  • CALLEBAUT D. 1977: Het hof te Eksel te Moorsel, Archaeologica Belgica 196, Brussel.
  • CALLEBAUT D. 1978: Het Hof te Eksel te Moorsel (Aalst), Vobov-info 1, 3.
  • CALLEBAUT D. 1979: Het hof te Eksel te Moorsel, Archaeologica Belgica 220, Brussel.
  • DE DECKER S. 1997-1998: Vanuit de hoogte. Een vergelijkende studie van de inplanting van castrale mottes in Oost-Vlaanderen, onuitgegeven licentiaatverhandeling, UGent.
  • DE DECKER, S. 1999: Vanuit de hoogte. Een vergelijkende studie van de inplanting van castrale mottes in de provincie Oost-Vlaanderen, VOBOV-Info 49, 3-19.
  • DE DECKER S. 2002: Over elfenheuvels en kabouterbergen. Een overzicht van de bewaarde mottekastelen in de provincie Oost-Vlaanderen, Gent.
  • D' UYVETTER C., DE LONGIE B. & EEMAN M. & LINTERS A. 1978: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Aalst, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 5N1 (A-G), Brussel - Gent.
  • HERREMANS D., CRUZ F., STORME A., VERHEGGE J., ALLEMEERSCH L., DE SMEDT P., STICHELBAUT B., ROZEK J., VERGAUWE R., VAN DE VELDE S., VAN PARYS V. & LALOO P. (Red.) 2023: is het gras groener aan de andere kant van de heuvel? De studie van mottekastelen vanuit landschappelijk en beheersmatig perspectief, SYNTAR 017, BRUSSEL.
  • PIETERS M. 1986: Moorsel. Archeologische Inventaris Vlaanderen, band V, Gent.
  • PIETERS M. & DE SWAEF W. 1997: Zones met een hoog potentieel in de Faluintjes : een eerste overzicht. In: DIERICKX F. & WILLE D. (red.) 1997: Verzorg ons (erf)goed - Inventaris van waardevolle gebouwen, landschappen en archeologische sites in de Faluintjes, s.l., 9-11.

Bron: AZ-dossier
Auteurs: Lommelen, Lies; Moens, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Waarnemingen

  • Is gerelateerd aan
    Hof te Eksel (M325)


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Hof te Eksel [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307758 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.