erfgoedobject

Modelhoeve uit de wederopbouwperiode

bouwkundig element
ID
308165
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308165

Juridische gevolgen

Beschrijving

Aan de straat gelegen wederopbouwhoeve met losse bestanddelen, in U-vorm rondom een klein erf opgesteld. Deze eigendom van het verdwenen kasteel van Hollebeke werd na de vernietiging van de Eerste Wereldoorlog ten zuiden van de vooroorlogse site heropgebouwd. Kenmerkend voor de sobere regionalistische baksteenarchitectuur zijn de doorgetrokken strekse banden bij boerenwoning en stallen, en de lisenen bij de dwarsschuur. Door de terugkerende configuratie en architectuur van de hoeves gebouwd door deze eigenaar kunnen ze getypeerd worden als modelhoeves. De hier behandelde hoeve met semigesloten volumewerking is beeldbepalend gelegen in een nog deels open landbouwgebied. Vanuit het oosten bepaalt het lange stalvolume onder pannen zadeldak het beeld van de hoeve, waarbij de doorgetrokken strekse banden en witgeschilderde strekken boven staldeuren en -vensters in het oog vallen. Aan de oorspronkelijk open westzijde van het hoeve-erf is een recente loods gebouwd.

Historiek

De hoevesite is op de Ferrariskaart (1771-1778) aangeduid met twee vrijstaande gebouwen in L-vorm. De hoeve was gelegen op de hoek van de straat met een zijstraatje naar de Rosettestraat. De Atlas der Buurtwegen (1843-1845) en de P.C. Poppkaart (midden 19de eeuw) tonen ongeveer dezelfde configuratie, met bijkomend een poel ten oosten. Het westelijk deel van het zijstraatje, op de Poppkaart benoemd als “Heulestraatje”, werd na 1854 opgeheven door de aanleg van spoorlijn 69 Kortrijk-Ieper ten westen van de hoeve (toestand rond 1873 op de kaart van het Militair Cartografisch Instituut, nu volledig verdwenen). Voor de Eerste Wereldoorlog bestond de hoeveconfiguratie uit drie vrijstaande gebouwen, in U-vorm rond het kleine erf gegroepeerd (mutatieschets 1929, ‘situatie voor’). Van een poel was geen sprake meer.

Hoeve van het kasteel van Hollebeke, oorlogsvernietiging en wederopbouw

Vermoedelijk was de hoeve rond het midden van de 19de eeuw reeds eigendom van de kasteelheer van Hollebeke. Bij de aanleg van de spoorlijn in 1854 waren de akkerlanden bij de hoeve alvast in eigendom van kasteelheer Karel Josephus Michael Winocus de Buus d’Hollebeke (Ieper, circa 1790-Lille, 1860), die door het kadaster als “eigenaer Ryssel” werd aangestipt. De kaarten van het MCI van 1873 en 1904 situeerden de hoeve op het gehucht “Kasteelhoek”. In 1871 kocht Auguste Mahieu (1834-1900), een lijnwaadhandelaar uit het Noord-Franse Armentières, het kasteel met de bijhorende landerijen en heel wat hoeves, onder meer in Voormezele en Hollebeke. In 1886 huwde Auguste met Marie-Louise Ferry (1866-1938). In 1912 hertrouwde Marie-Louise met de Franse luitenant-kolonel Marie-Emile Ernest Morgon (1862-1938).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er in de omgeving van het kasteel hevig gevochten tussen Britse en Duitse strijdkrachten. Het imposante kasteel met afhankelijkheden, kasteelhoeve, park en bos en de omgevende landerijen werden door het oorlogsgeweld compleet vernield. In 1930 schreef Marie-Louise Ferry-Morgon, die haar twee zonen in de oorlog verloren had, dat het kasteel en al de hoeves “ont été complètement écrasés dans la guerre ignoble que nous ont faite les Allemands, de 1914 à 1918". Na de oorlog werd de hoeve ten zuiden van de oorspronkelijke site heropgebouwd, met drie vrijstaande gebouwen in U-vorm rondom het kleine erf. Het kadaster noteerde pas in 1929 de wederopbouw. Voor de oorlog was de hoeve volledig in bezit van Morgon-Ferry. In 1929 behoorde de heropgebouwde hoeve toe aan de Poperingse landbouwer Gustave-Emile Cuvelier-Bonduelle. Het omgevende weiland, met de site van de vooroorlogse hoeve, was in gedeeld bezit met Marie-Emile Morgon-Ferry uit Parijs.

Beschrijving

Modelhoeves gebouwd door dezelfde eigenaar

De door de familie Morgon-Ferry heropgebouwde hoeves in Hollebeke en deels ook in Voormezele zijn herkenbaar aan de specifieke hoeveconfiguratie en architectuur met semigesloten volumewerking. Naast de hier behandelde hoeve kunnen in Hollebeke Komenseweg nummer 194, Rosettestraat nummer 12, Kortewildestraat nummers 35 en 37 vermeld worden. Nummer 35 gaat terug op de vooroorlogse kasteelhoeve, nummer 37 werd in de jaren 1920 als nieuwe hoeve in het vernietigde park gebouwd. Bij Eekhofstraat nummer 18 in Voormezele verwijzen de stallen nog naar dit hoevetype. Kenmerkend voor de configuratie zijn telkens drie vrijstaande gebouwen in verankerde donkerrode baksteen gevat onder zadeldaken (rode mechanische pannen), in U-vorm rondom een klein erf opgesteld. Als terugkerend element is de representatieve gevel van de boerenwoning (nok evenwijdig met de straat) naar de straat gericht, en wordt deze voorafgegaan door een voortuintje. Ook sluit meestal een lager en smaller bakhuis van het tweeledige type bij de woning aan. De inplanting van het stalvolume en de dwarsschuur is daarentegen inwisselbaar. Soms waren stallen en schuur in een L verbonden, wat de semigesloten volumewerking nog versterkte. Bij de hier behandelde hoeve is het lange, vrijstaande stalvolume haaks op de woning en op de straat ingeplant, en de dwarsschuur achterin op het erf ingeplant, evenwijdig met de woning. De erftoegang bevindt zich meestal tussen de woning en het haakse volume, en was bij een aantal hoeves oorspronkelijk geaccentueerd door bakstenen pijlers met bolbekroning. Verder laat het metselwerk van woningen en stallen zich kenmerken door doorgetrokken strekse banden tussen vooruitspringende baksteenlagen. Dit zowel in de erf- en zijgevels - ter hoogte van de boven- en onderdorpel van de (meestal getoogde) muuropeningen - als in de gevelvelden van de zijpuntgevels. Typisch voor de schuren is dat de langs- en zijgevels geritmeerd zijn door bakstenen hoek- en middenlisenen. De hoge schuurpoorten zijn gevat onder metalen I-profielen, en waren soms voorzien van schuifpoorten. De korte dakoverstek is bij de stallen onderbroken door dakvensters (laaddeuren) met overkragende puntgevel.

Beschrijving Kortewildestraat nummer 32

De boerenwoning is ten noorden van het verharde erf opgesteld. Tegen de oostelijke zijgevel leunt het lagere, tweeledige bakhuis aan. Ten oosten van het erf bevinden zich de stallen, het langste volume van de hoeve. Het erf wordt ten zuiden afgesloten door de dwarsschuur. Het ten oosten aansluitend lager volume gaat mogelijk terug op het vroegere wagenhuis. De erftoegang tussen het bakhuis en de stallen is voorzien van nieuwe bakstenen pijlers.

Boerenwoning. De rechthoekige vensters in de straatgevel en de rechter zijgevel zijn gevat onder de doorgetrokken strekse band. De straatgevel wordt geritmeerd door een smal venster, een breed venster, de getoogde deur onder strek en opnieuw een smal (opkamer)venster (vernieuwd houtwerk). Onder dit laatste venster steekt een rechthoekig keldervenster met betonlatei. Het links aanleunende bakhuis is opgetrokken in egaal metselwerk met in de straatgevel een klein rechthoekig venster onder strek. In de erfgevel van de woning steken vier getoogde muuropeningen onder strek, waaronder twee vensters met bewaarde houten luiken.

Dwarsschuur. In de erfgevel zijn de vijf brede traveeën, met in het midden de hoge schuurpoort (nieuwe poort), van elkaar gescheiden door lisenen. Boven de poort steekt nog de ijzeren rail van de vroegere schuifpoort. In de oorspronkelijk blinde schuurtraveeën links en rechts van de poort zijn in het midden van de 20ste eeuw rechthoekige betonnen stalvensters met kruisindeling ingebracht. In de rechter travee steekt een dichtgemetselde staldeur en een oorspronkelijk getoogd stalvenstertje onder witgeschilderde baksteenstrek en kopse laag.

Stallen. De erfgevel wordt geritmeerd door de getoogde staldeuren en -vensters onder witgeschilderde baksteenstrekken. Een opvallend element in de bovenste doorgetrokken strekse band zijn de verluchtingsgaten op regelmatige afstand. De dakoverstek is onderbroken door twee dakvensters met overkragende puntgevel. De rechthoekige laaddeuren zijn gevat onder houten lateien en getoogde ontlastingsbogen met baksteenstrek en suggestie van sluitsteen. De deels bewaarde laaddeuren en tweeledige staldeuren bestaan uit een houten beplanking op een opgeklampt kader. De naar het landbouwgebied gerichte achtergevel van de stallen kent een gelijkaardige ritmering, doch met slechts één laadvenster.

Het interieur van de stallen heeft een betonnen overwelving tussen ijzeren I-profielen.

  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, Mutatieschetsen en bijhorende staten Ieper, 15de afdeling (Hollebeke), 1853/3, 1929/39, 1935/5.
  • PRIEM V. 1996: Kastelen en landhuizen in Groot-Ieper, Ieper.

Auteurs: Vanneste, Pol
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Modelhoeve uit de wederopbouwperiode [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308165 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.