erfgoedobject

Burgerhuis in cottagestijl

bouwkundig element
ID
308314
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308314

Beschrijving

Burgerhuis in cottagestijl naar het ontwerp van Guillaume Peeters (gevelsteen) uit mei 1927. De bouwaanvraag werd op 9 juli 1927 ingediend door Pierre Haentjens, van beroep ‘directeur de société’ en toezichthouder. Vermoedelijk gaat het om Petrus (Pierre) Haentjens (Sint-Kruis-Winkel, 1888-Berchem, 1961), echtgenoot van Augusta De Vleeschauwer (Moerbeke-Waas, 1889-Berchem, 1971), een echtpaar met twee dochters. Op het aanpalende perceel nummer 113 werd gelijktijdig een gelijkaardige burgerhuis in cottagestijl opgetrokken in opdracht van Ed. en Martha Claes, naar een ontwerp van Peeters gedateerd juli 1927, voor vergunning ingediend in  augustus 1927. De woningen maken deel uit van een homogeen ensemble van cottagewoningen Koninklijkelaan 111 tot 121, waaronder ook de eigen woning van Guillaume Peeters uit 1925 op nummer 117 en de woning Diels-Van Gestel op nummer 111 die hij in 1928 ontwierp. De bouw van deze burgerhuizen is te situeren in de context van de verkaveling en aanleg van “nieuw Berchem” kort vóór en na de Eerste Wereldoorlog. Dit stadsdeel dat teruggaat op oude landgoederen en krijgsgronden werd ten zuiden van de Brialmontomwalling ingericht.

De Antwerpse architect Guillaume Peeters was actief van 1905 tot eind jaren 1930 en bouwde met name conventionele burgerhuizen, meergezinswoningen en villa’s in eclectische stijl, cottagestijl en art-decostijl. Tijdens het interbellum had de architect talrijke bouwopdrachten in nieuw Berchem, waar hij zelf ook resideerde. Behalve Koninklijkelaan 111 tot 117, zijn gelijkaardige cottagewoningen van Peeters bekend in de nabijgelegen Lodewijk Gerritslaan 35, 41 en 43. In dezelfde stijl had hij al in 1922 het ontwerp getekend voor de meer prestigieuze villa Schenck in de Nieuw-Parkwijk “Den Brandt”. Deze architectuur onderscheidt zich door een pittoresk karakter, geïnspireerd op de traditionele Engelse vakwerkbouw, met een levendige vormgeving en een kleurrijke materiaalcombinatie van baksteen, natuursteen en houtbouw.

Zoals opgelegd door de bouwvoorschriften voor de Koninklijkelaan, wordt de woning voorafgegaan door een voortuintje, van de straat gescheiden met een omheining van eenvoudig smeedwerk tussen hardstenen posten. De afhellende oprit tussen bakstenen keermuren van de garage neemt de rechterhelft in, het tuinpad de linkerhelft, geflankeerd door beplanting.   

Het rijhuis heeft een gevelbreedte van twee ongelijke traveeën en telt, boven een souterrain, twee bouwlagen onder een complex zadeldak van rode pannen met de nok parallel aan de straat. De constructie is opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband met gesneden voeg, in de bow-window en een boogveld afgewisseld met een koppenverband. Van witte natuursteen is gebruik gemaakt voor speklagen, de bow-window, vensteromlijstingen, lekdrempels, lateien, vensterposten, hoekblokken, kraagstenen en de brievenbus, van blauwe hardsteen voor de plint en het inkombordes van drie treden met cementtegelvloer. De puntgevel is uitgevoerd in geschilderd imitatievakwerk waarin vlak behandelde panelen. Ook de luifel, dakkapel en balkon zijn van geschilderd hout. De typische kenmerken van de cottagestijl komen in het ontwerp tot uiting in de dakstructuur, puntgevel, het gebruik van imitatievakwerk en de wisselende vorm van de muuropeningen.

Asymmetrisch van opzet, legt de gevelcompositie de nadruk op het brede zijrisaliet in de rechtertravee, dat wordt bekroond door een puntgevel. De bow-window met ongelijk drielicht, tussendorpels en bewerkte posten die de begane grond markeert, steunt op voluutconsoles en heeft een houten balkonbalustrade als bekroning. In het souterrain korfboogvormige garagepoort, en op de eerste verdieping rechthoekig drielicht met centraal deurvenster en vlakke posten. De overkragende puntgevel met afgewolfde bedaking rust op een geprofileerde houten lijst, korbelen en gekoppelde consoles vanaf schildvormige kraagstenen. Het rechthoekige venster met drieledig raamwerk is vervat in het houten stijl- en regelwerk, vanaf een houten lekdrempel. In de smallere inkomtravee wordt de rechthoekige inkomdeur beschut door een sierlijk gedetailleerde houten luifel op zware consoles, waarboven een ronde oculus als bovenlicht. Op de eerste verdieping rechthoekig venster met een natuurstenen, segmentboogvormige overspanning, het boogveld gevuld met baksteenmetselwerk in koppenverband. Als beëindiging heeft de inkomtravee een gemetselde lijst in rollagen en een overhangend dakvlak op houten consoles, waarin een klimmende, houten dakkapel. De oorspronkelijke, beglaasde smeedijzeren inkomdeur met leliemotief en garagepoort zijn bewaard, evenals het houten vensterschrijnwerk met kleine roedeverdeling of enkel in het bovenlicht, inclusief de rolluiken van de bow-window. Zowel de oculus als het bovenvenster met kleine roedeverdeling van de inkomtravee behielden hun glas-in-loodramen met gestileerde bloemmotieven.

De plattegrond van de woning is duidelijk afgeleid van de eigen woning van Guillaume Peeters, met een quasi identieke indeling op de begane grond. Door enkele inventieve ingrepen wordt afgeweken van de conventionele typologie van het burgerhuis. Volgens het bouwplan is de woning georganiseerd rond de zijdelings ingeplante traphal met bovenlicht. Een enfilade van salon, eetkamer, veranda en terras met glazen afdak beslaat de brede venstertravee van de begane grond, geflankeerd door de inkom- en traphal, en de keuken annex pomphuis en wc. Trapezoïdaal van vorm sluit de eetkamer enerzijds aan op de inkom- en traphal en anderzijds op de keuken, die onderling verbonden zijn door de vestiaire. Op de eerste verdieping bevinden zich twee slaapkamers in het hoofdvolume, aan de tuinzijde met een terras, verder aan weerszij van de traphal de badkamer en een wc. Een derde kamer annex cabinet neemt de achterbouw in. Het dakniveau biedt ruimte aan een voorkamer, een grote en kleine mansardekamer en een zoldertje. De woning is volledig onderkelderd, in tegenstelling tot de architectenwoning met een garage te bereiken via de afhellende oprit, en verder opgedeeld in een kolen-, wijn- en (was)kelder. Deze laatste geeft uit op een ‘cour anglaise’ onder het terras.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 961#8954.

Auteurs :  Hüpscher, Erica
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308314 (Geraadpleegd op )