erfgoedobject

Spoorwegbedding tussen Leuven en Heverlee

landschappelijk element
ID
308331
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308331

Beschrijving

De spoorwegbedding tussen Leuven en Heverlee –  gelegen in het Egenhovenbos – is een restant van een nooit gerealiseerde spoorlijn die de Leuvense Vaartkom met het industriële bekken aan de Samber moest verbinden via de westzijde van de historische stadskern.

In 1845 – een decennium na de opening van de eerste Belgische spoorlijn – was er een gebrek aan kapitaal om het Belgische spoorwegennet verder uit te bouwen. De Engelse spooruitbating daarentegen stond al enkele jaren verder waardoor de mogelijkheden om er nieuwe spoorlijnen aan te leggen bijna waren uitgeput. Engelse bankiers waren daarom op zoek om elders in nieuwe spoorweginfrastructuur te investeren. De Belgische overheid profiteerde hiervan en stond tussen 1845 en 1846 niet minder dan 10 Engelse spoorwegconcessies toe. Eén van die concessies werd verleend aan de Engelse ingenieur Tarte en twee Engelse investeerders voor de aanleg van een spoorlijn tussen Leuven en Jemeppe-sur-Sambre in het Waalse industriebekken.  De spoorlijn vertrok aan de Leuvense Vaartkom waar de overslag van goederen tussen binnenvaartschepen, opslagplaatsen, bedrijven en andere sporen op het Engels Plein gebeurde.  Via een tunnel onder de Keizersberg liep het traject naar het zuiden langs de huidige Ridderstraat, Goudsbloemstraat en H. Geeststraat. Ter hoogte van de Tervuursevest doorkruiste het tracé de  tot promenade omgevormde tweede stadsomwalling richting Egenhovenbos. Als gevolg van een verzakking tijdens de aanleg van de tunnel onder de Keizersberg werden de werken stilgelegd. De aanleg van de lijn werd verder bemoeilijkt door politieke en sociaaleconomische onrust. De plannen voor een station aan de Vaartkom werden waarschijnlijk tussen 1848 en 1850 afgevoerd. Het project kwam in 1852 in handen van de privémaatschappij L’Est Belge die het traject in zuidoostelijke richting verlegde en de verbinding met Charleroi voltooide. Spoorlijn 139 opende in 1855 en verbindt Leuven met Ottignies en is vandaag nog in gebruik.

In de valleien van de Voer en de Dijle, langs het Egenhovenbos, werd de spoorwegbedding extra verhoogd. De nooit in gebruik genomen talud is vandaag nog goed zichtbaar. Het gedeelte van de bedding tussen de Celestijnenlaan en het wachtbekken doet vandaag dienst als wandel- en fietspad. Het resterende tracé maakt vandaag deel uit van het wachtbekken Egenhoven en is niet toegankelijk. Naast de bedding is de gemetselde brug over de Voer nog aanwezig.

  • Curieus 2013: Neuzen in de spoorweg [online] Neuzen in de spoorweg by Curieus vzw - issuu (geraadpleegd op 26 juli 2021).
  • LORENT J. & VERCOUTERE B., 2003. Toen het Dijleland nog jong was. Een reconstructie van het landschap van voor 1950, Leuven.
  • Railations 2019: De spoorwegtunnel onder de Keizersberg en het westelijke ‘ringspoor’ rond Leuven [online] Tunnel Keizersberg en Ringspoor Leuven - Railations (geraadpleegd op 26 juli 2021).
  • VAN DER HERTEN B. 2001: Sporen in België 175 jaar spoorwegen 75 jaar NMBS, Leuven, 71-76.

Auteurs :  Verheyden, Bert
Datum  :


Relaties

  • Is deel van
    Valleien van Dijle en Laan ten zuiden van Leuven


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2022: Spoorwegbedding tussen Leuven en Heverlee [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308331 (Geraadpleegd op )