erfgoedobject

Trambeddingen tussen Rillaar-Tielt-Winge en Meensel-Kiezegem-Kapellen

landschappelijk element
ID
308333
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308333

Beschrijving

De spoorwegbeddingen Rillaar - Tielt-Winge en Meensel-Kiezegem - Kapellen zijn restanten van de buurtspoorlijn Haacht-Aarschot-Tienen die van 1897 tot 1953 in gebruik was.

Na de aanvang van de eerste spoorlijn Brussel-Mechelen in 1835 werd het duidelijk dat niet alle gemeenten door het spoorwegennet konden bediend worden. De Belgische staat wilde dit probleem aanpakken door de nationale spoorwegen met buurtspoorwegen aan te vullen. Dit leidde in 1884 tot de oprichting van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen. Hoewel de maatschappij in eigen naam buurtspoorwegen kon exploiteren, ging de voorkeur uit naar de verpachting aan commerciële maatschappijen. Niet alle buurtspoorwegen waren even winstgevend en waren daarom minder interessant voor de private vervoersmaatschappijen. De NMVB zorgde daarom voor een tussenoplossing en stond in voor de aanleg van de tramlijnen en de nodige infrastructuur, waarna de lijn aan een onderaanneming overgedragen werd. De maatschappij die de lijn Haacht-Aarschot-Tienen van de NMVB pachtte, was de in 1887 opgerichte S.A pour l’exploitation de chemins de fer vicinaux.

Door een gebrek aan plaatselijke werkgelegenheid in de Zuidkempische en Hagelandse dorpen, trokken verschillende arbeiders tussen 1850 en 1950 richting Wallonië en regio Tienen om er in de steenkoolmijnen en op de bietenvelden te werken. Vooral Rillaar kende een hoge seizoens- en pendelarbeid. Onder het voorzitterschap van de Aarschotse burgemeester Theophiel de Becker werd er een comité voor de aanleg van een buurtlijn Haacht-Tienen opgericht. Die lijn moest onder andere de seizoens- en pendelarbeid faciliteren. De onderhandelingen tussen de verschillende gemeenten verliepen vlot, waardoor in 1892 de NMVB het voorstel goedkeurde en de exploitatie ervan aan de S.A pour l’exploitation de chemins de fer vicinaux overdroeg.  De opening van de lijn verliep in drie stadia: Aarschot-Tielt in 1897, Tielt-Tienen in 1898 en Haacht-Aarschot in 1901. Het gedeelte Haacht-Aarschot liep vertraging op door de aanleg van een brug over de Dijle in Werchter en het bepalen van de reisweg tussen Aarschot en Betekom. In totaal bediende de lijn de volgende gemeenten: Haacht, Werchter, Baal, Betekom, Aarschot, Rillaar, Tielt, Meensel-Kiezegem, Kapellen, Glabbeek-Zuurbemde, Bunsbeek en Tienen.

De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog waren groot voor de buurtspoorwegen. De beschadigde infrastructuur en schaarste aan materialen joegen de exploitatiekosten de hoogte in. Private vervoersmaatschappijen konden daarom de kosten niet meer dragen en beëindigden hun contracten. Noodgedwongen moest de NMVB nu instaan voor de exploitatie van de private buurtspoorwegen. De situatie werd bemoeilijkt door de komst van personenwagens, autobussen en vrachtwagens als alternatief. Om de concurrentie het hoofd te bieden, werden de trage stoomtrams – in de volksmond de “zwarte tram” – vervangen. Drukke lijnen werden geëlektrificeerd, maar lijnen met een dalend aantal passagiers – zoals de lijn Haacht-Tienen –  werden voorzien van spoorauto’s op benzine.  De moderniseringsbeweging kon echter niet beletten dat het totale aantal passagiers bleef dalen. Bovendien verdween de seizoens- en pendelarbeid tijdens de jaren ’50. De komst van de landbouwmachines vereenvoudigde het werk en zorgde er namelijk voor dat de handenarbeid overbodig werd. Daardoor werd de uitbating van niet alleen de lijn Haacht-Tienen, maar ook van andere verliesmakende buurtspoorwegen te duur. Uiteindelijk stopte de uitbating en werd de lijn in 1953 opgebroken en door een autobuslijn vervangen.

Van noord naar zuid volgt het tracé Rillaar-Tielt Winge de vallei van de Brede Motte tot aan de samenvloeiing met de Tielse Motte en loopt de lijn doorheen akkers en houtkanten. Tussen de Boekhoutstraat en het Hazenpad loopt het tracé samen met een trage weg op de oude spoorbedding vergezeld van houtkanten. Het traject doorkruist nadien het Ralisbroek en loopt samen met de trage weg de “Oude Route”.  Bepaalde straatnamen zoals “Oude Route”, maar ook Statiestraat en Tramstraat verwijzen nog naar de oude trambedding. Vanaf de Heuvelstraat verdwijnt het tracé weer in enkele akkerlanden. De verhoogde trambedding van het tracé Meensel-Kiezegem – Kapellen is in het landschap nog goed zichtbaar en dient als trage weg. Het gedeelte tussen Haacht en Aarschot volgt grotendeels de N21 tussen Haacht en Werchter. Het tracé liep over de reeds afgebroken trambrug over de Dijle en door het centrum van Werchter. Het café “De Wissel” verwijst naar het oude station en de verschillende wisselsporen. Daarna herneemt het tracé de N21 naar Betekom en Aarschot.

  • Meensel-Kiezegem: Gezellig dorpje hartje Hageland. 2014: Geschiedenis: Den tram – Interviews met oude tramgebruikers [online] Den tram | Meensel-Kiezegem (geraadpleegd op 17 juli 2021).
  • NEYENS N. 1982: De buurtspoorwegen in de provincie Brabant 1885-1978, Lier, 13-24, 37-38, 87-92, 98-101, 133.
  • VERBEKEN P. 2012: Grand Central Belge voetreis door een verdwijnend land, Antwerpen, 217-222.

Auteurs :  Verheyden, Bert
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2022: Trambeddingen tussen Rillaar-Tielt-Winge en Meensel-Kiezegem-Kapellen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308333 (Geraadpleegd op )