Teksten van Mijnkrater 7/6/1917 Ontario farm

Mijnkrater 7/6/1917 Ontario farm ()

Ontario farm of Backhof was één van de elf locaties aan het front van de Eerste Wereldoorlog waar de Mijnenslag werd uitgevochten. De poel bij de huidige hoeve is mogelijk een restant van de ontploffing van een dieptemijn uit de Eerste Wereldoorlog.

Bij deze hoeve aan het front begonnen de Britten pas laat aan de graafwerken voor de plaatsing van een dieptemijn. Het besluit om Ontario farm op te blazen, volgde eind 1916 nadat de ondertunneling bij de meer zuidelijk gelegen Petite Douve boerderij, nu Bassecour (Armentiersesteenweg 26 in Mesen), door Duitse tegenacties was opgegeven. Als laatste plek aan het front besloten de Britten bij Ontario farm één van de dieptemijnen te plaatsen, die deel zou uitmaken van de elf locaties voor de Mijnenslag.

Na een reeks proefboringen lukte het eind februari 1917 met behulp van stalen segmenten om ten zuiden van de huidige Nieuwkerkestraat in Mesen (nabij Boyle’s Farm) een schacht te steken tot op een diepte van 29m en een tweede tot op 40m. De graafwerkzaamheden werden sterk gehinderd door het drijfzand en de overvloedige wateroverlast. Daardoor kon de mijnlading pas op het laatste nippertje –twee dagen voor de mijnenslag- worden geplaatst.

De Duitsers ondernamen diverse pogingen om de mijn ondergronds te saboteren, maar ook zij kregen met drijfzand af te rekenen. Zoals blijkt uit authentieke oorlogsfoto’s legden zij bij Backhof minstens twee schachten – Gabriël en Gerhard - aan. In tegenstelling met andere locaties aan het front veroorzaakte de Britse dieptemijn nauwelijks een krater. Hij bereikte bijna geen diepte doordat het zand gewoon terug viel, maar zou enkele dagen als een stoofpotje hebben staan door pruttelen.

  • Mijnschacht Ontario farm begonnen 28 januari 1917, lading klaar op 5 juni 1917.
  • Lading 27215 kg ammonal
  • Diepte springlading: 31m
  • Galerij lengte: 393 m

Huidige situatie

De poel bij de wederopbouwhoeve -waar tijdens de Eerste Wereldoorlog Ontario farm of Backhof lag- bevindt zich op de locatie waar in 1917 de Britse dieptemijn ontplofte. Terwijl de oorspronkelijke krater een diameter van 61m bereikte, is de huidige poel veel kleiner (18x30m doorsnede). Ook andere eigenschappen waaraan een krater herkenbaar is, zoals de kraterlip, ontbreken hier. Het is onzeker of deze poel een restant is van de oorspronkelijke mijnkrater. In elk geval is het uitzicht ervan zwaar aangetast.

  • BARRIE A. 1962: War Undergrond, Londen, 254.
  • DELEPIERE A.-M. &1 HUYS M. 1991: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kantons Mesen - Wervik - Zonnebeke, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N3, Brussel - Turnhout.
  • S.N. 1918: Der Mineur in Flandern, Oldenburg, 23.
  • S.N. 1922: The work of the Royal Engineers in the European War, 1914-19, Chatham.

Auteurs:  Verboven, Hilde
Datum:


Je kan deze pagina citeren als: Verboven, Hilde: Mijnkrater 7/6/1917 Ontario farm [online], https://id.erfgoed.net/teksten/393791 (geraadpleegd op )


Mijnkrater 7/6/1917 Ontario Farm (Wijtschate - WOI) ()

De mijnkrater van ‘Ontario Farm’ was op een hoogte gesitueerd bij de hoeve Katteputstraat 2, op ongeveer 2500 meter ten zuiden van Wijtschate en op circa 1300 meter ten westen van Mesen. De omgeving is landelijk en heuvelachtig.

Historische achtergrond

De eerste ‘volwaardige’ ondergrondse mijnen werden in de Ieperboog wellicht door de Duitsers tot ontploffing gebracht eind januari 1915 tussen de weg Menen-Ieper en Sint-Elooi. Hiermee was de aanzet gegeven voor een mijnenoorlog, die de volgende jaren de ondergrond van de Ieper- en Wijtschaeteboog heel regelmatig omwoelde en dood en vernieling zaaide, met als ‘climax’ de Mijnenslag van 7 juni 1917.

Sinds de Tweede Slag bij Ieper (voorjaar 1915) was de frontlinie vrij stabiel gebleven, waarbij de Duitsers ‘vrij comfortabel’ vanuit de hoger gelegen posities de geallieerden domineerden en in het oog konden houden. Een strategisch voordeel van jewelste, dat de Britten in hun voordeel trachtten om te buigen…

Stuwkracht achter de idee om de vijand op grote diepte te ondergraven, was de vrij excentrieke Brit Norton Griffiths. De eerste graafwerkzaamheden startten in de zomer van 1915 bij Hill 60, met het uitgraven van de zogenaamde ‘Berlin Tunnel’ door de ‘175th Tunnelling Company’. Zonder dat hij weet had van de plannen van Griffith, zou ook Major Cropper van de ‘250th Tunnelling Company’ in december 1915 gestart zijn met graafwerkzaamheden voor dieptemijnen rond Wijtschate. Ondertussen werden deze ideeën overgenomen door de legerstaf en geïntegreerd in de plannen om een doorbraak rond Ieper te forceren.

Uiteindelijk zouden er op 7 juni 1917 tussen Hill 60 en ‘The Birdcage’ (ten Z van Warneton) 19 dieptemijnen tot ontploffing gebracht worden. Britten, Australiërs en Nieuw-Zeelanders slaagden er in de heuvelkam Wijtschate-Mesen te veroveren. Maar de geallieerden maakten geen gebruik van de bres die ontstaan was, en wachtten zoals gepland af tot eind juli om aan hun groots offensief te beginnen (Derde Slag bij Ieper).

Ter hoogte van ‘Ontario’ voor de Britten of ‘Backhof’ voor de Duitsers hadden deze laatste een hoger gelegen hoeve in handen, die ze grondig versterkt hadden. Pas begin 1917 besloot de ‘171st Tunnelling Company’ om deze versterkte hoeve te ondergraven. De geologische bodemgesteldheid is hier evenwel anders dan de noordelijke posities waar dieptemijnen geplaatst werden. Zodoende werden de graafwerkzaamheden sterk gehinderd door een dikke laag drijfzand. Na een reeks proefboringen lukte het eind februari 1917 met behulp van stalen segmenten om ten zuidwesten van ‘Boyle’s Farm’ een schacht te steken tot op een diepte van 29 meter. Deze schacht versmalde naar beneden toe, doordat de openingen van de opeenvolgende ringen steeds kleiner werden.

De graafwerkzaamheden werden sterk gehinderd door het drijfzand en overvloedige wateroverlast. Pas eind mei werd een geschikte positie bereikt (onder ‘Ontario Farm’ of ‘Backhof’), waar een mijnlading op het laatste nippertje geplaatst kon worden. De Duitsers hadden diverse pogingen ondernomen om ondergronds te saboteren, maar ook zij hadden af te rekenen met drijfzand.

De krater die ontstond, met een diameter van 61m, had nauwelijks een diepte, dit ten gevolge van de bodemgesteldheid. Na de oorlog werd een hoeve op de site heropgebouwd. Er is in het landschap nauwelijks nog iets te zien van deze krater.

  • BOSTYN F. 1998: De vergeten oorlog onder de Salient. Bijdrage tot de geschiedenis van de Tunnelling Companies in Vlaanderen (1915-1918), Leuven, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling.
  • LAMPAERT R. 2000: De Mijnenoorlog in Vlaanderen, Erpe.

Bron: WOI Relict (819): Mijnkrater 7/6/1917 Ontario Farm (Wijtschate - WOI)
Auteurs:  Bogaert, Nele, Decoodt, Hannelore
Datum:


Je kan deze pagina citeren als: Bogaert, Nele; Decoodt, Hannelore: Mijnkrater 7/6/1917 Ontario farm [online], https://id.erfgoed.net/teksten/393792 (geraadpleegd op )