Burgerhuis in beaux-artsstijl gebouwd voor rekening van architect Arthur Vander Heyden, naar eigen ontwerp uit november 1926. De architect betrok deze woning vanaf 1927. In 1925 bouwde Vander Heyden reeds een meergezinswoning in cottagestijl in de nabij gelegen Jozef Kenneslei 16, waar hij in 1926 ook kortstondig gedomicilieerd was.
Arthur Vander Heyden, wiens Nederlandse vader Petrus Vander Heyden zich in 1872 als schrijnwerker-timmerman in Antwerpen gevestigd had, bouwde in het eerste derde van de 20ste eeuw verschillende burger- en meergezinswoningen in Antwerpen en de randgemeenten. Voor de Eerste Wereldoorlog paste hij de toen gebruikelijke eclectische en art-nouveaustijl toe, tijdens het interbellum de beaux-arts- en cottagestijl en de art deco.
De voortuin heeft als afbakening nog de originele lage gecementeerde muur met hoekpijlers en smeedijzeren hekwerk, weliswaar anders uitgevoerd dan op de bouwplannen voorzien. Het centrale poortje ontbreekt. Ook de verharding met rechthoekige lichtgrijze cementtegels is mogelijk nog oorspronkelijk, centraal bevindt zich een plantvak dat op de bouwplannen groter getekend werd. Links leidt een trap naar het souterrain, deze was op de plannen van het bouwdossier niet voorzien.
De woning van twee bouwlagen onder plat dak heeft een rijkelijk versierde gevel met rechthoekige gevelopeningen. Op een achtergrond in vlakke simili-afwerking met imitatievoegen en trapeziumvormige sluitstenen werd een speelse maar symmetrisch opgebouwde reliëf-ornamentiek toegepast die als voornaamste motieven bloem- en bladguirlandes, eierlijsten, medaillons en voluten combineert. De gevel wordt bekroond door een segmentboogvormige attiek tussen gecanneleerde pijlers en sluit af met een geprofileerde gebogen kroonlijst op klossen. Het boogveld is voorzien van een medaillon met de letter M tussen voluut- en bladornamenten, vermoedelijk de initiaal van de echtgenote van de architect, Mathildis Eugenia Vander Heyden-Van de Velde.
De gelijkvloerse gevel is verdeeld in drie gelijke traveeën met twee vensteropeningen en rechts een hoge deuropening. De verdieping wordt geaccentueerd door een bow-window met een grote en twee smalle vensters onder een oorspronkelijk met leien gedekte halve koepel.
Het originele schrijnwerk met guillotineramen is nog grotendeels bewaard en werd enkel in de twee smalle vensters van de verdieping vernieuwd. Het glas-in-lood is verdwenen. Ook de rijkelijk versierde inkomdeur met vast bovenlicht en ornamenteel smeedwerk is behouden.
Het interieur wordt over de volledige breedte opgedeeld door de centrale traphal met bovenlicht. Op de begane grond bevat de brede venstertravee vooraan een bureel, rechts geflankeerd door de inkom en gang. Achter de centrale hal met toegang tot de kelder bevindt zich een grote, naar de trap geopende eetkamer. Achteraan sluiten de keuken en het pomphuis aan, aan de linkerzijde een overdekt terras gevolgd door een ingesloten koer en de geometrisch aangelegde tuin. De verdieping bevat aan weerszijden van het traphuis een grote slaapkamer en achteraan, boven de keuken, een badkamer.
Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen