Villa in brutalistische stijl gebouwd naar een ontwerp van architect Walter Steenhoudt uit oktober 1974. Opdrachtgever was Herman Tob.
Architect Walter Steenhoudt werd in 1930 in Kortrijk geboren, en was tijdens zijn loopbaan docent en directeur van Sint-Lucas in Gent en Brussel, en voorzitter van de nationale raad van de Orde van Architecten. Hij ontwierp de parochiekerk Sint-Jan Maria Vianney aan het Valkenveld in Wilrijk. In de jaren 1970 en 1980 werkte hij samen met architect Bert Robaye.
In 1997 werd de villa onder leiding van deze twee architecten uitgebreid: de bestaande garage werd omgevormd tot badhuis en aan het westelijke uiteinde werd een nieuwe garage onder zadeldak toegevoegd.
De villa is ingeplant op een breed perceel aan de noordzijde van de Flamingolaan. Het bouwdossier bevat geen informatie over de oorspronkelijke aanleg van de voortuin.
De villa bestaat uit een complexe samenstelling van verschillende volumes van één of twee bouwlagen onder een combinatie van platte en hellende, met leipannen gedekte dakvlakken. Het sculpturale massief met verspringende dak- en gevelvlakken en uitstekende en terugwijkende volumes wordt aangevuld door twee brede verticale schoorstenen boven de zuid- en westgevel. De volumes zijn op een grondplan van twee gekoppelde U-vormen geschikt rond twee open zones: de voorplaats van de inkom in het rechterdeel van de straatgevel en een patio in het westelijke deel van de villa.
Het gevelparement bestaat uit roodbruine baksteen in halfsteens verband en wordt plaatselijk aan de bovenzijde afgezoomd met een bakstenen rollaag. De gevelopeningen zijn grotendeels rechthoekig maar volgen in de oostelijke gevel ook de schuine lijn van de dakrand. De gevel aan de Flamingolaan en de oostelijke zijgevel zijn zeer gesloten opgevat. De tuingevel en de westelijke zijgevel daartegen zijn vooral ter hoogte van de gelijkvloerse woonruimtes open geconcipieerd. Hier zorgen bouwlaaghoge raampartijen voor veel lichtinval.
Achter de oorspronkelijke garage, die in 1997 tot badhuis werd omgevormd, bevindt zich een overdekt terras. Op de verdieping is een glazen erker met lessenaarsdak in de westelijke gevel een opvallend, vanuit de straat zichtbaar, detail.
Initieel bestond het buitenschrijnwerk uit natuurhout en hadden de gevelopeningen hardstenen dorpels, de vensters, lekdrempels van cement.
Anno 2023 lijkt het schrijnwerk grotendeels vernieuwd, mogelijk bij de uitbreiding in 1997. Het glazen dak boven de patio dat vanuit de straat zichtbaar is, is niet op de initiële plannen weergegeven maar dateert van vòòr de verbouwing van 1997.
Het gelijkvloers wordt door een gang in de lengterichting in twee zones verdeeld. Het inkomportaal en de inkom- en trappenhal bevinden zich aan het oostelijke uiteinde van deze gang.
Aan de straatzijde ligt naast de open voorplaats van de inkom een salon met open haard, hiernaast de patio en aansluitend de vroegere garage. Zowel het salon als de gang hebben brede glazen schuifdeuren naar de patio.
Aan de tuinzijde is een tweede salon en de eetkamer gelegen. De functionele ruimtes zijn kleiner en werden langs de oostelijke zijgevel geplaatst: aan de straatzijde een bureau, hierachter de vestiaire met wc en wastafel. Aan de tuinzijde bevinden zich de keuken en de bijkeuken, met toegang tot de keldertrap en rechtstreeks bereikbaar vanuit de dienstingang in de oostelijke zijgevel.
De verdieping bevat het nachtgedeelte waar de verschillende ruimtes rond de trappenhal, de gang en een vide naar de inkomhal geschikt zijn. Het gaat om vijf slaapkamers, drie badkamers en een sauna. Onder de schuine dakvlakken zijn kleine bergruimtes voorzien.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen