Bescheiden burgerhuis in art-decostijl, gebouwd voor rekening van Josephus Bergé volgens een in 1934 goedgekeurd ontwerp. Het bouwdossier vermeldt geen ontwerper.
De originele voortuinafsluiting is aan de straatzijde en aan de rechter perceelgrens nog bewaard en bestaat uit lage, anno 2022 overschilderde baksteenmuren met hekwerk in geometrische vormgeving tussen getrapte bakstenen pijlers. Ook het smeedijzeren poortje is nog aanwezig.
De voortuin is grotendeels verhard met baksteen, achter de afsluiting is een plantvak aanwezig.
Woning van twee traveeën en twee bouwlagen onder plat dak met overkragende dakrand op twee niveaus. De voorgevel heeft een typische enkelhuisopstand met een smalle deurtravee en een bredere venstertravee. Het gevelparement bestaat uit gele baksteen in halfsteens verband met Dudokvoeg. Door decoratief gebruik van roodbruin metselwerk en bepleisterde, lichtgeel geschilderde geveldelen wordt een voor de art deco typerende materiaalpolychromie gecreëerd.
Rechthoekige gevelopeningen, op de verdieping gevat tussen halfronde posten. De brede travee is op het gelijkvloers uitgewerkt als erker met getrapte volumewerking en smalle vensteropeningen in de zijmuren, op de verdieping bekroond door een balkon met smeedijzeren leuning. De leuning wijkt af van de weergave op het oorspronkelijke gevelplan maar herhaalt de vormgeving van de voortuinafsluiting, beiden zijn wellicht origineel bewaard.
De met een hardstenen trap verhoogde inkomdeur heeft een brede luifel en daarboven een vast bovenlicht. In deze smalle travee lopen de halfronde vensterposten van de verdieping naar onder door en omkaderen een vlak bepleisterd paneel met een driehoek van roodbruin metselwerk in verticaal verband.
Het buitenschrijnwerk en het glas-in-lood met polychrome geometrische motieven in de bovenlichten zijn origineel en gaaf bewaard. De houten vensterkozijnen hebben vaste bovenlichten en een horizontale roedenverdeling, de erker heeft een wat breder guillotineraam met geprofileerde dwarsregel. De smalle verticale lichtopening in de goed bewaarde houten voordeur is voorzien van gemarmerd glas.
De grondplannen tonen een sinds de 19de eeuw voor stedelijke rijwoningen typerende interieurindeling: op het gelijkvloers bevat de brede venstertravee een enfilade van salon en eetkamer, rechts geflankeerd door de gang met traphuis in de smallere inkomtravee. Achteraan bevindt zich een veranda onder lichtkoepel en de keuken. De verdieping is minder diep en bevat twee slaapkamers en een badkamer.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen