Dorpswoning in neotraditionele stijl, gebouwd voor rekening van Jacques of Leon Yzermans naar een ontwerp uit 1902. Het bouwplan vermeldt als eigenaar Jac. Yzermans, de bouwvergunning Leon Yzermans. De ontwerper heeft de plannen met de initialen F.S.L. ondertekend. Het plan is getiteld “Ontwerp tot het opbouwen van eene woning met aanhoorigheden...” maar toont enkel de kopse straatgevel van de woning en een plan van het gelijkvloers.
De woning staat vooraan op de oostelijke hoek ingeplant op een breed en diep perceel aan de zuidwestzijde van de Druivenstraat. De noordwestzijde van het perceel grenst aan het hondenpark bij het voormalige kerkhof. Langs de drie perceelgrenzen staan bijgebouwen, in het midden bevindt zich een naar de straat toe open erf.
In 1937 werd in opdracht van de heren Leus en Pauwels aan het einde van het perceel een drie traveeën brede werkplaats onder sheddak gebouwd. De korte zijde van het dak is geknikt en onderaan gedekt met golfplaten. De lange zijde is volledig gedekt met golfplaten en het stukje plat dak achteraan heeft aan de breedste kant een bovenlicht. De werkplaats is anno 2023 nog bewaard, de gevel aan de erfzijde is aangepast.
Een bouwdossier uit 1957 handelt over herstellingen maar bevat geen plannen. De aanvrager was P. Aerts.
In 1960 diende Paul Aerts een aanvraag in om langs de noordwestelijke grens van het perceel de tuinmuur te vernieuwen en er 14 autoboxen tegenaan te bouwen. Ook langs de straat werd een bestaande schutting vervangen door een muur in baksteenmetselwerk met gecementeerde plint. Tussen de nieuwe muur en het woonhuis werd een schuifpoort in plaatijzer geplaatst. De muur met geglazuurde pannen als dekstenen en de autoboxen zijn anno 2023 nog bewaard.
In 1964 werd door dezelfde eigenaar achter de in 1937 gebouwde werkplaats een overdekte hal als autostalling gebouwd. De gevels werden in baksteenmetselwerk opgetrokken, de dakconstructie bestaat uit ijzeren spanten gedekt met golfplaten.
In 1967 reeg Paul Aerts toestemming om een serre te bouwen in de tuin ten zuidoosten van de nieuwe autostalling. In 1971 voegde hij een van buiten toegankelijke wc aan de achterbouw van het woonhuis toe. Deze achterbouw was sinds het ontstaan van de woning in 1902 reeds vergroot, hiervan werd echter geen bouwdossier gevonden.
Dorpswoning van één bouwlaag van twee op drie traveeën onder een pannen zadeldak met overkragende houten dakrand. Centraal boven de langgevel is een dakkapel met zadeldak aanwezig.
De gevels zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in kruisverband en afgewerkt met een knipvoeg. Boven de vensters van het gelijkvloers zijn de gevels gecementeerd. Ter hoogte van de lateien, onder de dakrand en langs de gevelopeningen zijn banden van uitstekende bakstenen aanwezig. De plint bestaat mogelijk uit blauwe hardsteen maar is anno 2023 afgewerkt met een grijze cementlaag.
De smalle licht getoogde gevelopeningen hebben een boog van roodbruine en donkergrijze baksteen, de hardstenen lekdrempels van de vensteropeningen zijn geprofileerd. De vensters zijn telkens per twee gekoppeld en gevat onder een brede bakstenen ontlastingsboog van bruinrode en donkergrijze baksteen.
Het oorspronkelijke gevelplan van de straatgevel toont vensterkozijnen met kleinhoutverdeling en een dakrand met decoratief uitgesneden windveer.
Anno 2023 komt het houten schrijnwerk van de vensters en de vlak afgewerkte houten voordeur niet meer overeen met het oorspronkelijke gevelplan. Ook de houten windveer is verdwenen.
Het grondplan uit het bouwdossier toont een enkelhuisplattegrond. In de smalle deurtravee bevindt zich de gang, die ter hoogte van de trap verbreedt. De rechtertravee bevat twee kamers, de tweede kamer, die zich in het midden van de woning bevindt, kreeg de vermelding “Kamer. Waaronder kelder”. Aan de scheidingsmuur tussen deze twee kamers is een dubbele schouw getekend. Achteraan bevindt zich de keuken, die de hele breedte van de woning beslaat. De smalle uitbouw aan de achterzijde bevatte het pomphuis en een bakoven en achteraan een wc. Tussen de achtergevel en de smalle aanbouw toont het plan een ronde waterput.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen