Hoevegebouwen, gelegen in het voormalige gehucht Duyvelshoek of Boeksveld.
De Ferrariskaart toont in deze zone in de jaren 1770 nog geen bebouwing, het primitief kadasterplan (1830-1834) en de kadastrale kaart opgemaakt door Philip-Christian Popp (midden 19de eeuw), tonen een omgrachte hoeve met losse bestanddelen. Het oorspronkelijke bouwdossier werd niet gevonden.
In de 19de eeuw was de site omgeven door een rechthoekige gracht. De hoeve stond in het zuidelijke deel en bestond uit een klein gebouw en twee grotere langwerpige gebouwen die in een U-vorm rond een erf gegroepeerd waren. De twee lange gebouwen waren evenwijdig met elkaar en met de huidige Boeksveldstraat ingeplant. Achteraan stond er nog een klein bijgebouw. Het noordelijke deel van de site was onbebouwd en bevatte wellicht een moestuin. Buiten de gracht, aan de westzijde, stonden nog een langwerpig gebouw en een klein bijgebouw.
In de legger van de kadastrale Atlas, die Philip-Christian Popp tussen 1842 en 1879 publiceerde, wordt het noordelijke deel van de site beschreven als “Tuin”, het zuidelijke als “Huis en erf”. Het geheel was eigendom van Frans-Joseph Vanreeth-Vandewouwer, een landbouwer uit Reet.
Anno 2023 is nog één langwerpig volume onder pannen zadeldak bewaard. Dit gebouw is op dezelfde manier ingeplant als de gebouwen op de 19de-eeuwse kaarten en ook het wegennet dat de omgrachte site omgaf, is nog herkenbaar in het huidige stratenpatroon. Hierdoor kan het bewaarde volume als een van de voormalige hoevegebouwen geïdentificeerd worden.
In 1980 werd er een aanvraag ingediend voor de bouw van een rijwoning als studentenverblijf op het perceel aan de Boeksveldstraat en een hangar met autostaanplaatsen in de noordwestelijke hoek van de site. De aanvraag werd vergund maar de bouwwerken lijken niet uitgevoerd: anno 2023 is het perceel aan de Boeksveldstraat nog onbebouwd en ook de aan het hoevegebouw aanpalende hangar is niet aanwezig.
Het bewaarde hoevegebouw staat evenwijdig met de Boeksveldstraat ingeplant achter de huizenrij Boeksveldstraat 58 tot 68. Het gebouw bestaat uit één bouwlaag van vier traveeën onder een pannen zadeldak. In de zuidelijke helft is in het westelijke dakvlak een schoorsteen aanwezig. De westelijke langgevel is zichtbaar vanuit de parkeerplaats naast Krijgslaan 278.
De langgevel is opgetrokken in genuanceerd roodbruin baksteenmetselwerk in kruisverband en onder de dakrand verankerd met muurankers met lange rechte schieters, aan de uiteinden voorzien van een ingekrast Andreaskruis tussen dubbele horizontale lijnen. Van links naar rechts heeft de gevel in de eerste en derde travee een vrij grote rechthoekige vensteropening, in de tweede travee een lage poortopening en in de uiterst rechtse travee twee kleine rechthoekige vensteropeningen boven elkaar. De vensteropeningen hebben vlakke hardstenen dorpels en lateien, enkel de kleine bovenste opening in de rechtertravee heeft een houten latei. De vensterposten zijn gecementeerd en grijs geschilderd of bestaan mogelijk deels uit natuursteen. De poortopening heeft een houten latei.
Vermoedelijk dateren de gevelopeningen uit een vroege fase maar werden deze later aangepast. De twee grote vensteropeningen zijn voorzien van tralies, ook dit is vermoedelijk een restant uit een vroege bouwfase.
De twee kleine vensteropeningen in de uiterst rechtse travee hebben horizontale diefijzers. De aanwezigheid van twee vensters boven elkaar wijst op een, voor boerenwoningen typerende binnenindeling met een half ondergrondse kelder en daarboven een opkamer.
Het schrijnwerk werd in alle zichtbare gevelopeningen vernieuwd. Ook de poortopening heeft een venster en een glazen deur met recent houten kozijn.
Tegen de noordelijke kopse gevel staat een lage aanbouw onder lessenaarsdak. Hierboven is de geveltop zichtbaar. Deze bestaat ook uit baksteenmetselwerk in kruisverband en is verankerd met rechte muurankers. De schuine zijden zijn voorzien van vlechtingen en in de punt is een rond uilengat aanwezig.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen