erfgoedobject

Telefooncentrale van de Regie van Telegraaf en Telefoon (RTT)

bouwkundig element
ID
308635
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308635

Beschrijving

Modernistische telefooncentrale naar ontwerp van Gustaaf De Ceulaerde uit 1962.

Op 3 augustus 1962 stuurde Hoofdingenieur-Directeur R. Meere van de Regie van Telegraaf en Telefoon naar de Antwerpse afdeling van het Bestuur van Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Openbare Werken een aanvraag om op de hoek van de Bosheidelaan met de Valaardreef een telefoongebouw op te richten. Deze aanvraag werd doorgestuurd naar het college van Wilrijk dat een gunstig advies uitbracht en op 18 oktober de bouwvergunning verleende. De Regie van Telegraaf en Telefoon werd in 1930 als autonoom overheidsbedrijf opgericht en in 1991 omgevormd tot Belgacom.

De plannen voor het nieuwe telefoongebouw werden opgemaakt door architect Gustaaf De Ceulaerde en dateren van 6 juni 1962. Architect De Ceulaerde was enkele jaren later als ontwerper ook betrokken bij de uitbreiding van de telefooncentrale in het centrum van Antwerpen. Voor het gebouw in de Bosheidelaan koos hij voor een sobere en functionele modernistische stijl, typisch voor de naoorlogse openbare architectuur. De regelmatige gevelordonnantie met grote ramen aan voor- en achterzijde zorgt voor veel inval van daglicht.

De gebouwen zijn in een U-vorm geschikt rond een open binnenplaats, het geheel is ingeplant op een vierkant perceel op de hoek tussen de Bosheidelaan en de Valaardreef. Het hoofdgebouw staat aan de noordoostzijde, langs de Valaardreef. Evenwijdig hiermee staat aan de zuidwestelijke perceelgrens het smallere en kortere garagegebouw. Beiden worden aan de zijde van de Bosheidelaan verbonden door een haakse tussenvleugel.

In 1989 werd het interieur van het telefoongebouw verbouwd. Hierbij werden er beperkte aanpassingen gedaan aan de binnenindeling en de circulatie tussen de verschillende ruimtes. Op de eerste verdieping werd er een digitale telefooncentrale van het type EWSD geïnstalleerd. De plannen dateren van 12 december 1988 en werden op basis van de oorspronkelijke bouwplannen opgemaakt door architect F. Meeus.

Exterieur

Het hoofdgebouw bestaat uit drie bouwlagen onder plat dak met ver overkragende, dunne betonnen dakrand. De verticale pijlers van het betonskelet verdelen de voor- en achtergevel in elf gelijke traveeën, die op elke bouwlaag een grote rechthoekige vensteropening met betonnen latei en bakstenen borstwering bevatten. In de uiterst rechtse travee van de voorgevel zijn boven in de vensters bijkomende tussenpanelen in baksteenmetselwerk aanwezig. Onderaan heeft elke travee een lage horizontale kelderopening. In de achtergevel wordt de centrale travee ingenomen door een bakstenen schoorsteen. De betonstructuur was oorspronkelijk niet geschilderd, anno 2023 is deze voorzien van een witte verflaag.

De twee zijgevels zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in halfsteens verband op een hardstenen plint. De rechterzijgevel heeft op de middenas een markant verticaal trapvenster, hieronder werd de hardstenen sokkel vergroot tot een rechthoekig paneel met in reliëf de letters RTT. De linkerzijgevel had oorspronkelijk enkel een centrale gelijkvloerse deuropening, in 1989 werden er in het linkerdeel op de verdiepingen twee vensters toegevoegd.

Het oorspronkelijke metalen buitenschrijnwerk is nog bewaard. De grote vensters zijn verdeeld in een breed middenpaneel en twee smallere zijpanelen. Deze worden door een horizontale regel opnieuw verdeeld zodat er zes vakken ontstaan.

De verbindingsvleugel aan de Bosheidelaan bestaat uit twee bouwlagen onder plat dak. De gevels zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in halfsteens verband op een hardstenen sokkel. De uit het gevelvlak vooruitspringende eerste verdieping wordt onderaan begrensd door een smalle wit geschilderde betonlijst. Het gelijkvloers heeft links een rechthoekige deuropening met hardstenen omlijsting, oorspronkelijk de voordeur van de op de verdieping gelegen conciërgewoning. Rechts hiervan bevindt zich de bouwlaaghoge doorrijpoort. Het rechterdeel van de gevel was initieel blind, bij de verbouwing van 1989 werd hier een hoogspanningscabine geplaatst en werd er in de gevel een deur- en vensteropening gemaakt.

Op de verdieping heeft de gevel links een kleine en rechts drie grotere rechthoekige vensteropeningen met dunne betonnen lateien. Rechts van de linkervensteropening is nog een originele metalen vlaggenmast bewaard. Het buitenschrijnwerk van deze gevel is vernieuwd, mogelijk gebeurde dit bij de verbouwing van 1989. De doorrijpoort werd oorspronkelijk afgesloten met een gevouwen schuifpoort.

Het garagegebouw bestaat uit één bouwlaag onder plat dak. De gevel heeft twee grote openingen, die tussen smalle muurpenanten gevat zijn en in het midden verdeeld worden door een betonnen pijler. Beide openingen waren oorspronkelijk voorzien van brede gevouwen schuifpoorten.

Interieur

Het hoofdgebouw is volledig onderkelderd. De kelder is verdeeld in een laskelder, een kolenkelder, een stookplaats, een kelder voor koelgroepen en een ruimte voor accus. Achteraan rechts bevindt zich de kleine kelder van de conciërgewoning.

De verticale circulatie binnen het hoofdgebouw gebeurt langs een trappenhuis met bordestrap, dat centraal haaks op de rechterzijgevel ingeplant is.

Het gelijkvloers bevatte oorspronkelijk vooraan een lange verdelerzaal, achteraan was centraal de hoogspanningscabine en de hulpgroep gesitueerd. Verder bevonden zich hier verschillende werkkamers voor de elektriciens, kleine cabines voor de lassers, een eetplaats en sanitaire ruimtes.

De eerste en tweede verdieping hebben een quasi identieke indeling. Meer dan de helft van het oppervlak wordt ingenomen door een grote zaal met vermelding A.T.M.K. Rond het trappenhuis zijn verschillende kleinere ruimtes geschikt: de eetplaats, een werkplaats, kleedkamers en sanitaire ruimtes. De oorspronkelijke plannen tonen op beide verdiepingen een ruimte voor “luchtconditionnering”. De tussenwanden bestonden deels uit glas in een metalen structuur.

Op de verdieping van de verbindingsvleugel bevond zich oorspronkelijk de woning van de huisbewaarder, die langs een eigen trappenhuis bereikt werd. De woning bestond uit een keuken, een grote living met eethoek, drie slaapkamers, een badkamer en een wc.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 238#11658 en 222#7510.

Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Telefooncentrale van de Regie van Telegraaf en Telefoon (RTT) [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308635 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.