erfgoedobject

Villa in cottagestijl

bouwkundig element
ID
308636
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308636

Beschrijving

Villa in cottagestijl gebouwd naar een ontwerp van architect Willie Pijl uit mei 1927, voor rekening van de parketfabrikant Henri Auguste Lachappelle. Een gevelsteen rechts in de voorgevel draagt het opschrift “Willie Pijl Architecte”. De villa is gelegen aan de oostzijde van de Elsdonklaan op een vrij diep rechthoekig perceel met oostelijk georiënteerde tuin.

Henri Auguste Lachappelle (New York, 1874-Wilrijk, 1928) was de oudste zoon van François Auguste Lachappelle (Interlaken, 1849-Antwerpen, 1925), die in 1889 met zijn gezin vanuit Straatsburg naar Antwerpen was geëmigreerd, en in 1896 in de Lamorinièrestraat het bekende parketbedrijf Société Anonyme Auguste Lachappelle had gevestigd. Zoon Henri Auguste huwde op 24 oktober 1903 te Antwerpen met Henriette Lachappelle (Straatsburg, 1881-Membrey, 1954), volgde zijn vader op als bestuurder van het parketbedrijf, maar overleed in 1928 nog voor hij de nieuwe villa kon betrekken. Zijn echtgenote was de zus van Henri Eugène Lachappelle, die in 1925 als eerste van de familie een cottagevilla door Willie Pijl had laten bouwen, Elsdonklaan 12. Ook de bouwheer van Elsdonklaan 5, Jules Hoeben was een schoonbroer van Henri Auguste Lachappelle.

De in Antwerpen geboren Willie Pijl studeerde architectuur aan de Academie van Antwerpen en was lid van de Kring voor Bouwkunde. In Antwerpen bouwde hij talrijke woningen, villa’s en winkelpanden, die qua stijl de evolutie van de architectuur volgden. Al voor de Eerste Wereldoorlog behoorde hij tot de pioniers van de pittoreske cottage-architectuur naar Engels voorbeeld in Antwerpen, getuige daarvan zijn architectenwoning "Huize Willecom" uit 1913, het eerste pand dat aan de Elsdonklaan tot stand kwam (gesloopt in 1973). Deze cottagestijl paste hij tijdens de jaren 1920 ook toe voor de verderop nabij gelegen gelegen villa’s Elsdonklaan 3 en Elsdonklaan 12. In de latere jaren 1930 ontwierp Pijl in dezelfde straat nog twee modernistische villa’s Elsdonklaan 10 en Elsdonklaan 18.

De plannen van het bouwdossier schetsen een symmetrisch aangelegde voortuin met een centraal pad naar het inkomportaal en twee zijdelingse paden naar de achtergelegen tuin. Aan de straatzijde was een geometrisch gesnoeide haag voorzien, links en in het midden toont het plan poortjes in decoratief smeedwerk. Anno 2022 vormt een lage muur met buisleuning tussen breukstenen pijlers de voortuinafsluiting, aan de rechterzijde is een met grijze klinkers verharde oprit aanwezig.

Exterieur

Villa van twee bouwlagen onder samengestelde pannendaken met ver overkragende dakrand met cassettenindeling op sobere hoekconsoles. De architectuur van de villa wordt bepaald door twee dwars op elkaar geplaatste volumes onder afgewolfde zadeldaken: het hoofdvolume is van de straat naar de tuin georiënteerd, het tweede volume werd dwars hierop aan de rechterzijde geplaatst.

De gelijkvloerse gevels zijn opgetrokken in bruinrood baksteenmetselwerk in kruisverband op een breukstenen sokkel, de verdieping is bepleisterd en wit geschilderd. Bij een kleine uitbouw aan de rechterzijgevel zijn de gevelhoeken in getrapt metselwerk uitgewerkt, een decoratief detail dat de architect ook in het ontwerp van villa Verstraelen toepaste.

De rechthoekige vensteropeningen hebben uit het gevelvlak uitstekende natuurstenen lekdrempels en op het gelijkvloers zichtbare bakstenen strekken. De houten vensterkozijnen en rolluiken zijn nog grotendeels origineel bewaard, op de verdieping bleven ook de horizontale houten roeden behouden. De gelijkvloerse vensteropeningen in de zijgevels bewaren nog oorspronkelijk traliewerk. Het smeedwerk van de inkomdeur lijkt vernieuwd.

De straatgevel van het hoofdvolume heeft een driedelige ordonnantie met telkens een centrale brede vensteropening geflankeerd door twee smallere gevelopeningen. Op het gelijkvloers is de centrale opening uitgewerkt als drielicht in een ondiepe erker onder een met lood bedekte kroonlijst. De omlijsting en de vensterposten zijn wit geschilderd. Bovenaan is een decoratieve gevelsteen met een door voluten omgeven cartouche aanwezig.

Rechts van de erker geeft een verticale rechthoekige opening met smeedijzeren leuning in art-decovormgeving zicht op de achtergelegen rondboogdeur. De eigenlijke toegang tot het verhoogde inkomportaal bevindt zich aan de rechterzijde en bestaat uit een bakstenen rondboog op gebuikte witte zuilen.

Rechts hiervan wijkt de zijgevel van het dwarsvolume terug, het motief van het drielicht wordt herhaald in een driezijdige erker met witgeschilderde vensteromlijstingen, bekroond door een balkon met smeedijzeren leuning met cirkels en verticale golfmotieven. Dit balkon staat niet op de oorspronkelijke gevelplannen, de vormgeving van de smeedijzeren leuning en de bewaarde houten balkondeuren wijzen er echter op dat deze uit de oorspronkelijke bouwfase dateert.

De rechterzijgevel heeft een meer sobere ordonnantie, de kleine bakstenen uitbouw onder zadeldak wordt bekroond door een schoorsteenmassief en bevat de grote schouw van de woonkamer.

De linkerzijgevel wordt bepaald door een rechthoekige bakstenen uitbouw die op de verdieping een overluifeld balkon met bakstenen borstwering draagt. Ook hier werden de witte ingesnoerde zuilen als steunelement toegepast. Aan de achterzijde van de uitbouw bevindt zich een overdekt portaal met diensttoegang en keldertrap.

De achtergevel heeft ter hoogte van het vooruitspringende hoofdvolume een vrij sobere ordonnantie. Het dakschild van het dwarsvolume werd aan de tuinzijde doorgetrokken tot boven het overdekte terras.

Interieur

De grondplannen tonen een van de traditionele planopvatting enigszins afwijkende interieurindeling, waarin vooral de uitzonderlijk grote woonkamer opvalt, die de hele gelijkvloerse oppervlakte van het dwarsvolume beslaat en achteraan overgaat in het overdekte terras. Naast de woonkamer bevindt zich centraal in het hoofdvolume de grote traphal, door een inkomhal met het portaal aan de straatzijde verbonden. Links vooraan toont het grondplan de rookkamer, links van de traphal een naaikamer en achteraan de keuken. Op de entresol ter hoogte van het eerste bordes bevindt zich een vestiaire en wc.

In het oorspronkelijke ontwerp was enkel het hoofdvolume functioneel onderkelderd, hieraan werd met een handgeschreven aanpassing een grote biljartkamer onder de woonkamer toegevoegd.

Het nachtgedeelte op de verdieping bevat drie rond de traphal gegroepeerde slaapkamers en aan de tuinzijde de badkamer en meidenkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 238#1616; vreemdelingendossiers 954#158, 481#67122 en 481#108666.

Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Villa in cottagestijl [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308636 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.