Villa in naoorlogs modernisme gebouwd voor rekening van M. Fobe en zijn echtgenote, naar een ontwerp van de architectenassociatie Jean Waterkeyn, Thierry Cols en Etienne van Caster van december 1967.
De villa is gelegen aan de noordzijde van de Eekhoornlaan, de voortuin heeft een recente aanleg met lichte grindverharding en wordt aan de straatzijde afgebakend door een haag en een houten lattenhek. Langs de rechter perceelgrens is een brede strook verhard met grijze klinkers, deze leidt naar het inkomportaal in de rechterzijgevel en naar de achteraan in de tuin gelegen garage. De dubbele garage met overdekte werkruimte werd samen met de villa ontworpen. Het driehoekig grondplan werd aan de schuine perceelgrens aangepast.
Villa van twee bouwlagen onder een flauw hellend en met roofing afgewerkt zadeldak. De gevels zijn opgetrokken in witgeschilderd baksteenmetselwerk in halfsteens verband, de plint is grijs geschilderd. De bouwplannen vermelden als gevelmetselwerk “lichte paramentsteen”, waarschijnlijk waren de gevels oorspronkelijk niet geschilderd. Het quasi vierkante grondplan wordt in het rechterdeel van de voorgevel uitgebreid met een rechthoekige uitbouw, voor het terugwijkende linker geveldeel bevindt zich een verhoogd terras. Ook de zijgevels hebben telkens in het rechterdeel een ondiepe uitbouw.
Rechthoekige vensteropeningen van verschillende afmetingen, deels als verticale of horizontale bandvensters vormgegeven. De vensters hebben hardstenen dorpels, het oorspronkelijke schrijnwerk van gevernist afzeliahout lijkt vernieuwd, de raamverdeling verschilt van de originele plannen en het schrijnwerk is lichtgrijs geschilderd.
In de linkerzijgevel vormt de uit het gevelvlak en boven de nok uitstekende schoorsteen een markant verticaal accent. De rechterzijgevel is gesloten opgevat en heeft centraal op het gelijkvloers een overluifeld inkomportaal. Links onder de luifel zijn een lange en een kortere verticale lichtopening aanwezig, rechts bevindt zich de terugwijkende rechthoekige inkomdeur, geflankeerd door een smalle verticale vensteropening.
De grondplannen tonen een functionele indeling met gelijkvloers woongedeelte en nachtgedeelte op de verdieping. Op de begane grond zijn alle vertrekken rond de inkom- en traphal met vestiaire en wc gegroepeerd, die zich centraal aan de rechterzijde bevindt. Voor de woonvertrekken werd hierbij rekening gehouden met de oriëntatie van de villa: de open eet- en woonkamer zijn in een L-vorm in de zuidwestelijke hoek geplaatst en worden door de grote zuidelijk georiënteerde glazen schuifdeuren van veel daglicht voorzien. In de uitbouw aan de zuidoostelijke hoek bevindt zich de bibliotheek met een grote vensterdeur naar het westen, die voor inval van avondlicht zorgt. De woon- en eetkamer en de bibliotheek bevinden zich op hetzelfde niveau als het terras aan de voorgevel, hoger dan de overige begane grond.
In de noordwestelijke hoek bevindt zich de speelkamer met rechtstreekse toegang tot de tuin, rechts hiervan de keuken, geflankeerd door een gang die de inkomhal met de tuin verbindt en een bijkomende vestiaire en wc naast een ruimte voor de verwarmingsinstallatie.
Op de verdieping zijn vijf slaapkamers en twee badkamers rond de door een dakvenster verlichte centrale traphal gegroepeerd. De ouderslaapkamer met ensuite badkamer bevindt zich in de zuidoostelijke hoek en wordt net als de bibliotheek via een venster in de zijgevel van de uitbouw van avondlicht voorzien.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen