Nijverheidsgebouwen, kantoren en magazijnen, gebouwd in opdracht van de NV Hilaire Van der Haeghe vanaf het begin van de jaren 1950. De gebouwen werden in 1958 in gebruik genomen en in 1965, 1969 en 1999 uitgebreid.
NV Hilaire Van der Haeghe nam zijn oorsprong in 1898, toen Hilaire Vanderhaeghe een bedrijf als distributeur van wasmachines en wringers startte. Na het overlijden van de oprichter oriënteerden Paul, Marcel en André Van der Haeghe het bedrijf vanaf 1935 naar landbouwmachines, die door de mechanisatie van de landbouw steeds belangrijker werden. Vanaf 1938 was het familiebedrijf gevestigd aan de Sint-Bernardsesteenweg op het Kiel en huurde magazijnen in Hoboken. In 1958 verhuisde het bedrijf definitief naar het gebouw op de Boomsesteenweg 174. De Berkenrijslaan, vroeger Ringlaan, werd pas na 1965 aangelegd.
Het oorspronkelijke bouwdossier van het hoekgebouw werd niet gevonden, maar door vergelijking van een stafkaart van 1939 met een luchtfoto van 1947 – 1954 kan het ontstaan van de eerste gebouwen in deze fase gedateerd worden. De stafkaart van 1939 toont het terrein nog als onbebouwd. Op de luchtfoto is het hoekgebouw met de kenmerkende inkompartij reeds aanwezig. De site van de Rijkswachtkazerne ten zuiden ervan is echter nog volledig onbebouwd. Hier ontstonden de eerste gebouwen vanaf 1953. Dat jaar vormt een terminus ante quem voor de eerste gebouwen op de site van Hilaire Van der Haeghe. Ook de op het hoekgebouw aansluitende conciërgewoning en werkhuizen kunnen niet gedateerd worden, deze zijn pas na het hoekgebouw ontstaan.
Het eerste bewaarde bouwdossier dateert van 1958 en handelt over het aanbrengen van lichtreclame op het gebouw. Het gevelplan toont de oost- en de noordgevel van het hoekgebouw en in het verlengde, langs de huidige Berkenrijslaan, de lange gevel van het eenlaagse fabrieksgebouw. Boven de twee gevels van het hoekgebouw werd in oranje neonletters het opschrift S.A. Hilaire Van der Haeghe N.V. voorzien, langs de dakranden werd een neonbuisafsluiting in blauw aangebracht. Op de gevelplannen van dit bouwdossier zijn de conciërgewoning en de ten westen aansluitende werkhuizen afgebeeld. Deze zijn bijgevolg vóór 1958 ontstaan.
Op 21 juni 1965 diende het bedrijf een bouwaanvraag in voor de verbouwing en uitbreiding van het werkhuis. De vergunning hiervoor werd op 28 juni 1965 verleend. Het werkhuis in de bestaande lange eenlaagse vleugel aan de huidige Berkenrijslaan werd in de twee meest oostelijke traveeën met een bouwlaag verhoogd. Hier ontstonden twee extra slaapkamers als uitbreiding van de bestaande conciërgewoning.
Achter het werkhuis werd een nieuw, hoger fabrieksgebouw onder flauw hellend, met roofing bedekt zadeldak opgericht. Het nieuwe gebouw bevatte één grote hal met 7 meter binnenhoogte en werd door meerdere lichtkoepels en een reeks hoog geplaatste rechthoekige vensteropeningen in de langgevels van daglicht voorzien. Aan de westelijke kopse gevel ontstond een laadkaai.
Het bestaande werkhuis werd beperkt verbouwd: in de travee rechts van de brede poort werd een extra verdieping met een bureel en een ontvangstkamer ingevoegd. Hierdoor werd ook de gevel aangepast: in plaats van één grote vensteropening zoals in de andere traveeën van het werkhuis, voorzag het plan twee horizontale bandvensters boven elkaar.
Korte tijd later werd een nieuwe aanvraag voor het aanbrengen van lichtreclame ingediend en op 13 december 1965 vergund. Hierbij ging het om een rechthoekig bord dat aan de zijde van de Boomsesteenweg naast de inkom bevestigd werd.
De volgende uitbreiding werd aangevraagd op 19 juni 1969 in opdracht van de SA Immobilière du Valaer, de aan de NV Hilaire Van der Haeghe verbonden immobiliënmaatschappij. De door architect Marcel Geens opgemaakte plannen tonen een grote hal die tot aan de Huisblokstraat doorloopt en even diep is als de reeds bestaande fabrieksgebouwen. De grond hiervoor werd in april 1967 door de immobiliënmaatschappij van de gemeente Wilrijk aangekocht.
De nieuwe hal werd overdekt met twee evenwijdige zadeldaken met metalen spanten, gedekt met vlasvezelplaten en roofing. In de twee centrale dakvlakken waren oorspronkelijk meerdere langwerpige daklichten gepland. Boven de langgevels was een zinken bakgoot voorzien, de kopse gevels werden met betonnen muurkappen afgedekt. Het gabarit van de kopgevels volgt de daklijn, in tegenstelling tot het plan waar het met een vlakke bovenkant is getekend.
Tenslotte werden de kantoren van het bedrijf vanaf 1999 met een verdieping boven het bestaande kantoor en het werkhuis uitgebreid. Dit gebeurde onder leiding en naar ontwerp van de architecten Paul Wauters en Jan Denissen. De uitbreiding werd voorzien naast de slaapverdieping van de conciërgewoning en sluit aan de achterzijde aan op het dak van het in 1965 gebouwde fabrieksgebouw. Naast kantoren werd ook een refter, een dakterras en een sanitair gedeelte voorzien. De circulatie naar de bestaande kantoren in het hoekgebouw werd door een passerelle aan de achterzijde verzekerd.
De poort op het gelijkvloers werd omgevormd tot vast raam, de twee ramen in de travee ernaast tot inkomportaal. In de ruimte erachter ontstonden een ontvangstruimte, kantoorruimtes en een stockageduplex.
Het gebouwencomplex is ingeplant op de hoek tussen de Boomsesteenweg en de Berkenrijslaan op een langwerpig perceel, dat van oost naar west de hele breedte van het bouwblok beslaat. De gebouwen zijn één, twee of drie bouwlagen hoog en hebben platte daken of flauw hellende zadeldaken. Alle gevels zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in halfsteens verband met volgens de bouwfase variërende baksteenformaten. De gevelplinten bestaan uit blauwe hardsteen, enkel de gevels van de in 1969 opgetrokken hal hebben op het oorspronkelijke plan een lage plint in klinkaert.
Het meest beeldbepalende deel van de site is het twee bouwlagen hoge kantoorgebouw met toonzaal op de hoek tussen de Boomsesteenweg en de Berkenrijslaan. Een markant cilindervormig inkomvolume met plat dak wijkt op de hoek tussen de twee gevels terug en steekt boven de aanpalende platte daken uit. Op de begane grond bevindt zich de inkompartij met twee glazen deuren tussen twee vensters van gelijke hoogte in een metalen kozijn met bovenlicht. De vier glaspartijen zijn gevat tussen rechte posten in donkergrijze graniet en volgen de gebogen vorm van de cilindervorm. Hierboven is een ver uitkragende concave betonnen luifel aanwezig, die tegelijk een balkon voor de verdieping vormt. De metalen balustrade van het balkon bestaat uit horizontale witgeschilderde banden. Op de verdieping wordt de verticale geleding herhaald en gemarkeerd door vijf lisenen in lichtbeige natuursteen. Tussen de lisenen zijn tot op halve hoogte een deur en drie vensteropeningen onder hardstenen lateien aanwezig. Op de gevelplannen uit het bouwdossier van 1958 zijn boven op drie van de vijf lisenen vlaggenmasten getekend. Het bakstenen cilindervolume loopt boven de lisenen nog een stuk door en wordt bekroond door een omlopende metalen balustrade uit witgeschilderde horizontale banden.
De twee gevels langs respectievelijk de Boomsesteenweg en de Berkenrijslaan tellen tien traveeën en sluiten bovenaan af met een sobere hardstenen dakrand op kleine vierkante blokjes met afloopgleuf. In de bakstenen gevelvlakken werden natuurstenen kaders onder een uitstekende hardstenen latei geplaatst, waarin de rechthoekige vensteropeningen van gelijkvloers en verdieping gevat zijn. De vensters van de verdieping hebben een hoge borstwering in lichtbeige natuursteen en werden boven de bouwlaaghoge vensters van het gelijkvloers geplaatst. Zo ontstaan er in de oostgevel tien en in de noordgevel acht verticale stroken, die tussen sober geprofileerde natuurstenen lisenen terugwijken.
In de noordelijke gevel bevindt zich rechts van de grote vensterpartij op het gelijkvloers een brede poort die terugwijkt tussen afgeronde baksteenposten en onder een concaaf oplopende natuurstenen luifel. Op de verdieping zijn twee gekoppelde rechthoekige vensteropeningen met natuurstenen borstwering aanwezig, gevat tussen korte natuurstenen posten. De hardstenen latei van de grote vensterpartij werd boven deze twee vensters doorgetrokken en gaat verder rechts over in een verticale lijst om dan boven het lagere gelijkvloers van de aanpalende traveeën opnieuw in horizontale richting door te lopen.
Op gelijkvloers niveau bevinden zich in deze gevelzone twee rechthoekige deuropeningen en vier kleine vierkante vensters. Hierboven zijn op twee niveaus telkens drie kleinere smalle vensteropeningen en een breder rechthoekig venster aanwezig. Dit deel van het gebouw, tussen het administratieve hoekgebouw en de ten westen aansluitende werkhuizen en magazijnen, is het enige dat drie bouwlagen telt en een kleinschaligere gevelordonnantie heeft. Hier bevindt zich de conciërgewoning.
Op het gelijkvloers van het hoekgebouw is het oorspronkelijke schrijnwerk nog bewaard: metalen kozijnen in het inkomportaal en houten kozijnen in de vensters van de twee aansluitende gevels. Het schrijnwerk op de verdieping en in de gevel van de conciërgewoning werd vernieuwd in pvc.
Rechts van de conciërgewoning sluiten de oudste, eenlaagse werkhuizen en magazijnen aan, de linkerhelft werd in 1965 en in 1999 met een bouwlaag verhoogd. De zeven rechtse traveeën behouden nog de oorspronkelijke indeling met één groot rechthoekig venster met een typerend houten kozijn met een verdeling in kleine rechthoeken.
In de linkerhelft bevindt zich op het gelijkvloers de in 1999 vernieuwde inkompartij, de drie traveeën links hiervan hebben telkens een brede rechthoekige vensteropening op de tussenverdieping en daaronder links een lage poort met schuifdeuren en rechts een rij van vier kleine vierkante vensters.
Op de bovenverdieping zijn de twee verhogingen door een kleurverschil in het gevelmetselwerk nog herkenbaar. De twee linkertraveeën zijn in 1965 ontstaan en hebben twee brede rechthoekige ramen, het in 1999 toegevoegde deel van deze bouwlaag heeft een lang, in een omlijsting van glad lichtbeige sierbeton terugwijkend bandvenster dat door smalle pijlers in vijf delen verdeeld is.
Ten westen van de oude werkhuizen sluit de in 1969 bijgebouwde grote hal aan. De lijn van de straatgevel ligt enkele meter noordelijker dan deze van de oudere werkhuizen. Zowel de gevels aan de Berkenrijslaan als deze aan de Huisblokstraat zijn zeer gesloten opgevat. Aan de Berkenrijslaan is uiterst links een brede gevelhoge poort aanwezig, verder drie hoog geplaatste rechthoekige vensteropeningen. In de gevel aan de Huisblokstraat zijn twee bouwsporen van gelijkaardige, in een bepaalde fase dichtgemetste vensters zichtbaar. Het initiële plan van 1969 voorzag geen vensteropeningen.
De oorspronkelijke interieurplannen van het hoekgebouw zijn niet bewaard. Volgens de plannen van de bestaande toestand in 1999 was hier op de begane grond een hoge toonzaal met een receptie en twee ontvangstruimtes aanwezig. Op de tussenverdieping bevond zich een vergaderzaal en een kleinere toonzaal en op de verdieping een groot landschapsbureau, drie kleinere kantoren en twee kleine vergaderruimtes. Vanuit de verdieping was er een toegang tot de ten westen aansluitende magazijnen. Deze interieurindeling lijkt 2023 behouden.
Het interieur van de werkhuizen en magazijnen bestaat grotendeels uit hoge ruimtes of hallen, plaatselijk werden kleinere ruimtes voor de administratie of de opslag van onderdelen en sanitaire ruimtes ingevoegd.
In de zone van de conciërgewoning bevindt zich op de begane grond een inkomgedeelte met wc, rechts hiervan is in een afgescheiden ruimte de hoogspanningscabine gesitueerd. Op de eerste verdieping bevindt zich de L-vormige leefruimte met open keuken en een slaapkamer, op de tweede verdieping een badkamer en drie bijkomende slaapkamers, waarvan twee pas in 1965 zijn ontstaan.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen