Villa in naoorlogs modernisme, gebouwd naar een ontwerp van ingenieur Emile F. Loquet van februari 1964. De opdrachtgevers waren de ingenieur zelf en Hilde Clabots-Loquet.
De villa is gelegen aan het oostelijke uiteinde van de Eekhoornlaan, op een ruim perceel op hoek met de in 1964 nog niet aangelegde Jachtlaan. Ook de aanpalende percelen waren in 1964 nog onbebouwd.
Het ontwerp van de garages op 70 centimeter onder het straatniveau werd in eerste instantie geweigerd. De architect redeneerde echter dat dit de oorspronkelijke pashoogte van het perceel was en dat enkel op deze manier de interieurindeling in split-levels mogelijk was. Het lage hoogteverschil tussen woon- en slaapgedeelte was belangrijk voor een mindervalide gezinslid. Hoewel deze weigering in de bouwvergunning behouden bleef, werden de garages volgens initieel plan op een lager niveau gebouwd.
De architectenwoning bestaat uit twee in hoogte verspringende rechthoekige volumes van telkens twee bouwlagen. Het hogere linkervolume heeft een weinig hellend, met de straat evenwijdig vlinderdak, het lagere rechtervolume een plat dak, beiden met ver overkragende betonnen dakrand. De gevels zijn opgetrokken in wit geschilderd baksteenmetselwerk in halfsteens verband op een oorspronkelijk in breuksteen voorziene maar in bruine baksteen uitgevoerde plint. De rechthoekige gevelopeningen van verschillende afmetingen met hardstenen lekdrempels hebben donkerbruine, met het gevelparement contrasterende houten kozijnen die nog origineel bewaard lijken.
De vlak en gesloten opgevatte voorgevel wordt in het linkerdeel enkel doorbroken door het overluifelde inkomvolume in bruine baksteen met smallere asymmetrisch geplaatste bovenbouw in witgeschilderd metselwerk. De rechthoekige inkomdeur wordt rechts geflankeerd door drie smalle verticale vensteropeningen. In het rechterdeel van de voorgevel vormen de drie garagepoorten een markant, het gelijkvloers verzwarend element.
De houten inkomdeur en de garagepoorten zijn nog origineel bewaard.
Tegen de linkerzijgevel staat een met de orthogonale lijnvoering contrasterende schuine uitbouw, bekroond door een terras. Links hiervan vormt de brede uit het gevelvlak uitstekende schoorsteen in ongeschilderd metselwerk een verticaal accent.
De zuidwestelijk georiënteerde achtergevel heeft volgens de bouwplannen grote vensters en vensterdeuren en op de verdieping gevelbrede terrassen.
De villa heeft een functionele interieurindeling met splitlevels die door een centrale trapzone tussen de twee volumes met elkaar verbonden zijn. In het kleinere rechtervolume wordt het gelijkvloers bijna geheel ingenomen door een grote drievoudige garage met achteraan een kleine kelderruimte. Op de begane grond van het linkervolume zijn de woonvertrekken rond een centrale hal gegroepeerd: vooraan bevindt zich de inkomhal, rechts geflankeerd door de speelkamer en links door de keuken met toegang tot een klein terras met open haard aan de linkerzijgevel. Achteraan bevindt zich de grote L-vormige living, waar grote naar de tuin gerichte vensterpartijen voor maximale lichtinval zorgen. Hieraan sluit links de door een vouwdeur afgescheiden eethoek en rechts een bureau aan.
De verdieping boven de garage wordt door een centrale gang over de hele breedte verdeeld. Aan de straatzijde bevindt zich de ouderslaapkamer, een badkamer en een wc. Aan de tuinzijde zijn drie kleinere slaapkamers gesitueerd, telkens met rechtstreekse toegang tot het achtergelegen terras. Alle slaapkamers zijn voorzien van ingebouwde kasten.
De verdieping van het linkervolume bevat zowel woon- als slaapvertrekken, een bijkomende keuken en een badkamer. Dit deel van de villa is bereikbaar langs een afzonderlijke trap vanuit de inkomhal. De aanwezigheid van een tweede keuken en woonkamer doet vermoeden dat in de villa oorspronkelijk drie generaties samenwoonden.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen