Bescheiden villa in ingehouden cottagestijl, volgens de bouwaanvraag uit juni 1925 gebouwd voor rekening van Willem De Coster, bediende bij de Staatsspoorwegen. De ontwerper is niet vermeld in het bouwdossier. Tot het bouwproject behoorden een "kolenkot" en een "bornput" in de tuin. Aan de rechterzijde grensde het perceel volgens het bouwplan aan een "gemeene landweg voor kar en paard" afgeboord door een "halve gracht".
In 2005 werd een bestaande éénlaagse uitbouw aan de achterzijde voorzien van twee erkers.
De voortuin heeft een recente grindverharding en wordt als oprit gebruikt.
Woning in halfopen bebouwing, bestaande uit twee bouwlagen onder een boven de voorgevel afgewolfd pannen schilddak met overkragende houten bakgoot op klossen.
De gevels zijn opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, het bovenste deel van de voorgevel is voorzien van een witgeschilderde beraping, volgens het bouwplan "gerotste bezetting", die oorspronkelijk doorliep over de zijgevel, vandaag nog aangegeven door verkleuring van het metselwerk.
De linkertravee van de voorgevel is uitgewerkt als driezijdige erker met bakstenen sokkel en drie vensters met houten hoekstijlen, hier werd het oorspronkelijke schrijnwerk bewaard. In de rechtertravee wijkt de gevel ver terug om een aan twee zijden open inkomportaal met bakstenen hoekpijler te vormen. De bakstenen rondboog van de verhoogde inkomdeur heeft met een diamantkop versierde impoststenen.
Boven de erker en de twee zijden van het inkomportaal is een met leien gedekt afdak aanwezig, dat steunt op boogvormige korbelen.
Op de verdieping heeft de voorgevel een rechthoekig vierlicht, gevat in een vermoedelijk houten omlijsting. Ter hoogte van de zolder is een rondboogvenster met bakstenen omlijsting aanwezig.
De zijgevel is boven het inkomportaal blind, in de hierop volgende travee is op gelijkvloers en verdieping telkens een rondboogvormige gevelopening aanwezig (traplichten), op de verdieping ook een klein bakstenen balkon.
In de achterste travee van de zijgevel springt het gevelvlak naar voor, hier bevindt zich op de verdieping een rechthoekige vensteropening.
Tegen de achtergevel staat een recentere éénlaagse aanbouw onder plat dak.
Volgens het bouwplan wordt de plattegrond dwars opgedeeld door het trappenhuis, centraal ingeplant over de volledige breedte van de woning. De begane grond omvat de onderkelderde inkomhal tussen portaal en trappenhuis, vooraan links het salon met erker, achteraan de woonkamer over de volledige breedte, en in de eenlaagse achterbouw het pomphuis met geïncorporeerde wc, geflankeerd door een overdekt terras. Op de bovenverdieping bevinden zich twee slaapkamers aan weerszij van het trappenhuis, onder het dak twee mansardes of zolders.
Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen