Architectenwoning in naoorlogs modernisme gebouwd voor rekening van architect Louis Luyten naar eigen ontwerp van mei 1972. De voorgevel werd afwijkend van de oorspronkelijke plannen uitgevoerd. Uit de grondplannen blijkt dat het pand uit twee gescheiden wooneenheden bestaat.
De voortuin is in de linkerhelft verhard met cementtegels, de rechterhelft is begraasd. Aan de straatzijde wordt het rechterdeel begrensd door een lage muur in donkerbruin baksteenmetselwerk en een beukenhaag. Centraal staat de oorspronkelijk bewaarde brievenbus in lichtgrijze baksteen, deels bekleed met houten plankjes.
De twee percelen brede rijwoning bestaat uit drie bouwlagen onder plat dak met overkragende dakrand. De compositie van de voorgevel wordt bepaald door een wissel van open en gesloten vlakken. De zichtbaar gelaten betonnen vloerplaten zorgen voor een nadrukkelijke horizontale geleding tussen de brede muurpenanten van de zijdelingse scheidingsmuren. De eerste en tweede verdieping bestaat uit een reliëf van verspringende vlakken in verschillende grijstinten: brede muurpenanten in lichtrijs baksteenmetselwerk in halfsteens verband, brede bouwlaaghoge raampartijen en de horizontale banden van betonnen vloerplaten. De sobere bandvormige balkonleuningen voegen hieraan een extra laag toe.
Hiermee contrasteert de terugwijkende en in donkere tinten uitgevoerde gevel van het gelijkvloers. De donkerbruine kleur van garagepoort en inkomportaal en de als plantbakken uitgewerkte sokkel in donkerbruin baksteenmetselwerk lijken de schaduwwerking nog te versterken.
De houten garagepoort en het zwartgeschilderde stalen buitenschrijnwerk zijn nog bewaard.
Het oorspronkelijk gevelplan toont een meer symmetrische indeling met afwisselend open en gesloten, op de eerste en tweede verdieping even brede gevelvlakken.
De zuidwestelijk georiënteerde achtergevel wijkt op alle bouwlagen terug achter gevelbrede balkons en terrassen. Hier wisselen muurpenanten met houten beplanking af met brede bouwlaaghoge vensters die voor maximale lichtinval zorgen.
Zowel in de voor- als in de achtergevel weerspiegelt de grootte van de raampartijen de interieurindeling: de grootste vensters bevinden zich ter hoogte van de woonvertrekken op het gelijkvloers en de tweede verdieping, de slaapkamers hebben smallere gelijkmatige gevelopeningen. Achter het blinde terugwijkende gevelvlak in de voorgevel verbergt zich het gemeenschappelijke traphuis.
De grondplannen tonen twee wooneenheden met functionele indeling: de wooneenheid van twee bouwlagen op gelijkvloers en verdieping was wellicht de architectenwoning, het appartement op de bovenste verdieping werd mogelijk verhuurd. De dubbele garage en het traphuis aan de voorzijde wordt gemeenschappelijk gebruikt, de tweelaagse woning heeft bijkomend een spiltrap voor de interne circulatie.
Het gelijkvloers wordt voor meer dan de helft van het oppervlak ingenomen door een L-vormige woon- en eetkamer met open planopvatting. In het verlengde hiervan bevindt zich achter de garage de bijhorende keuken.
De eerste verdieping wordt over de hele breedte verdeeld door een centrale gang met een badkamer aan elk uiteinde. Vooraan rechts bevindt zich de ouderslaapkamer, achteraan vier kleinere slaapkamers. Vooraan links bevindt zich het vanuit het gemeenschappelijke traphuis bereikbare bureel.
Het appartement op de tweede verdieping heeft in het linkerdeel een grote woonruimte, die de hele diepte beslaat. Hiernaast bevinden zich een smalle keukenruimte en drie slaapkamers met badkamer.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen