Villa in brutalistische stijl gebouwd voor rekening van Samuel Galant, naar een ontwerp van het architectenduo Yves Donck en Eddy Posson.
In een eerste fase werd de bouwaanvraag op 30 oktober 1978 vergund. Deze vergunning werd echter begin december door het college ingetrokken omdat het ontwerp zich niet hield aan de heersende bouwvoorschriften: de bouwdiepte van 19,5 meter was dieper dan de toegelaten 15 meter en het gedeeltelijk platte dak was niet toegestaan. De voorgeschreven vorm waren hellende daken van minstens 10° en hoogstens 60°, platte daken waren enkel op uitbouwen mogelijk.
Desondanks werd de villa volgens het initiële ontwerp uitgevoerd, het platte gedeelte van het dak ligt tussen schuine dakvlakken en is vanuit de straat amper zichtbaar. De bouwdiepte van 19,5 meter was blijkbaar inclusief terras aan de tuinzijde. De villa zelf is maar 15 meter diep.
Het oeuvre van het architectenbureau Posson en Donck is nog onderbelicht. Zij ontwierpen in 1971 ook de villa in de nabijgelegen Flamingostraat 3, in 1973 de villa in de Kwikstaartlaan 7 en in 1974 de villa in de Goudvinklaan 9-11. Daarnaast waren zij betrokken bij een aantal verbouwingen en restauraties van historische gebouwen in de Antwerpse binnenstad.
De villa is centraal ingeplant op een rechthoekig perceel aan de zuidzijde van de Goudvinklaan. De voortuin wordt aan de straat door een recent hoog hek afgeschermd. De oorspronkelijke voortuinafsluiting bestond volgens de bouwplannen uit spoorwegbils, in het linkerdeel was een brede strook als oprit naar de garage met klinkers verhard. Tegen de rechtergevelhoek was vooraan een groot plantvak voorzien. Tot minstens juli 2014 was de voortuin nog met initiële aanleg behouden, inclusief een bakstenen brievenbus.
Villa van twee bouwlagen op quasi vierkant grondplan van drie op drie traveeën met een éénlaagse uitbouw aan de straatzijde. Het dak bestaat uit vier, van het midden naar verschillende richtingen afhellende lessenaarsdaken rond een lager plat dak met centrale lichtkoepel. De uitbouw aan de voorzijde heeft een naar de straat toe afhellend lessenaarsdak. De daken waren oorspronkelijk met donkerbruine leien in asbestcement gedekt, deze werden recent vervangen door donkergrijze leien.
Het gevelparement bestaat uit roodbruin baksteenmetselwerk in halfsteens verband, afgewerkt met een rollaag. De gevels werden pas na juli 2014 wit overschilderd. De overkragende dakgoten, de balken tussen de vensters van gelijkvloers en verdieping en het balkon aan de achtergevel bestaan volgens het bouwdossier uit beton met ruwe bekisting. De dakgoten werden recent vernieuwd in PVC en de betonnen balken werden samen met het gevelmetselwerk wit overschilderd.
Door de recente aanpassingen is het voor de brutalistische stijl kenmerkende materiaalgebruik (baksteenmetselwerk en ruw beton) niet meer zichtbaar. De witte gevels staan nu in sterker contrast met de dakvlakken dan initieel bedoeld en de horizontale accenten in béton brut zijn verdwenen.
De expressieve vormen, die het brutalisme kenmerken, zijn wel nog leesbaar. Door de variërende helling van de dakvlakken en de in elke gevel, tussen de dakvlakken terugwijkende middentraveeën, ontstaat een spel van rechte en schuine vlakken en in- en uitspringende hoekige volumes. De enige uitzondering is een kwartronde muur rechts van het inkomportaal. De gesloten gevelvlakken wisselen af met rechthoekige, vaak bouwlaaghoge gevelopeningen.
De voorgevel is gesloten opgevat, het voorgeschakelde lagere inkomvolume bevat de voordeur en de brede garagepoort en wordt enkel door ramen in de rechterzijgevel verlicht. De rechts terugwijkende gevel van het hoofdvolume heeft twee boven elkaar geplaatste verticale vensters en op het gelijkvloers een brede vensteropening.
De rechterzijgevel heeft enkel in de linkertravee een kleine hoog geplaatste horizontale vensteropening. Op het gelijkvloers een met de overige gevelopeningen contrasterende ronde vensteropening aanwezig. De midden- en rechtertravee zijn blind.
De linkerzijgevel heeft op het gelijkvloers een twee traveeën brede vensteropening en op de verdieping rechts een breed, bouwlaaghoog venster.
De achtergevel is open geconcipieerd en heeft op beide niveaus bouwlaaghoge raamopeningen met schuifdeuren. Op de verdieping is voor de centrale, terugwijkende travee een betonnen balkon met gesloten borstwering geplaatst.
Het buitenschrijnwerk bestond initieel uit donker veredeld hout maar werd recent vernieuwd.
Het principe van rond een centraal punt geschikte volumes werd ook naar het interieur vertaald: het middelpunt van de woning vormt de centrale hal, die door een glazen koepel in het dak en een vide tussen gelijkvloers en verdieping verlicht wordt. Hier bevindt zich ook de open bordestrap naar de verdieping en de toegang tot de keldertrap. De villa is enkel in het centrale deel onderkelderd.
In het éénlaagse volume aan de voorzijde bevindt zich de garage en de inkomhal met vestiaire en wc. Het gelijkvloers bevat achter de garage langs de linkerzijgevel een wasplaats en een grote keuken met eethoek. Aan de tuinzijde ligt achter de hal de eetkamer. Langs de rechterzijgevel wordt de volledige diepte van de villa ingenomen door een open geconcipieerde woonzone bestaande uit een woonruimte met open haard aan de tuinzijde en een wat smaller salon met driezijdige zithoek aan de straatzijde.
Op de verdieping bevindt zich het nachtgedeelte, dat uit een grote ouderslaapkamer met ensuite dressing en badkamer, drie kinderkamers en een logeerkamer bestaat. Bij de kinderkamers zijn nog twee kleinere badkamers en wc’s gesitueerd.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen