Pastorie en kosterswoning van de parochie Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Rozenkrans, gelegen aan het noordelijke einde van de Heistraat. Restanten van de voormalige Rozenkranskapel en de parochiale jongensschool zijn nog bewaard in de feestzaal ten oosten van de twee woningen.
Om tegemoet te komen aan de enorme bevolkingsgroei in het begin van de 20ste eeuw stichtte Pastoor Jules De Coninck (Antwerpen, 1866-Wilrijk, 1924) in 1906 de parochie Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Rozenkrans. Nog in hetzelfde jaar, op 10 maart 1906, werd aan bouwmeester Louis De Vooght een bouwvergunning verleend om voor rekening van Pastoor De Coninck een pastorie en een kosterswoning in de Heistraat te bouwen. Tegelijk vroeg De Vooght in naam van pastoor De Coninck ook een vergunning aan voor de bouw van een kapel, die hem op 28 april 1906 verleend werd. Twee jaar later werd aan de kopse achtergevel van de kapel een eenlaags schoolgebouw aangebouwd, dat vier klaslokalen en een kamer voor de meester bevatte. Hier ontstond de parochiale jongensschool die later samen met de meisjesschool naar de Rozenkransschool verder zuidelijk in de Heistraat verhuisde. De bouwvergunning voor het kleine schoolgebouw dateert van 4 juli 1908 en werd verleend aan Pastoor De Coninck en bouwmeester Louis De Vooght. In 1920 werd de kapel nog met een haakse bijbouw vergroot.
In het begin van de jaren 1930 werd er verder zuidelijk aan de Heistraat de parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Heilige Rozenkrans gebouwd en in 1935 in gebruik genomen. De Rozenkranskapel werd omgebouwd tot feestzaal. Het kleine schoolgebouw is mogelijk nog bewaard in de kern van het kleine bouwvolume aan de achtergevel van de huidige feestzaal.
In 2014 werd woning nummer 386 (pastorie) gerenoveerd en uitgebreid. De plannen hiervoor werden opgemaakt door architect Yannick Verberckt. Hierbij werd de bestaande achterbouw op het gelijkvloers vernieuwd en op de verdieping uitgebreid met een kleine badkamer. De binnenindeling van de oorspronkelijke woning werd niet gewijzigd.
De Rozenkranskapel was een langwerpig gebouw met bakstenen gevels op rechthoekig grondplan onder zadeldak. De voorgevel had een driedelige indeling, het rondboogportaal en de drie rondboogvensters erboven waren gevat in een centrale rondboognis. De linker- en rechtertravee had telkens twee rondboogvensters boven elkaar. Boven de voorgevel was een dakruiter aanwezig. Het grondplan van de kapel toont een kerkruimte met een basilicaal grondplan van negen traveeën en een rechthoekig koor dat geflankeerd werd door twee zijaltaren. Ten oosten van het inkomportaal bevond zich een bergruimte en een trap die wellicht naar het doksaal leidde. Aan de andere zijde was de doopkapel gesitueerd. Achter het koor was rechts de sacristie en links een vergaderzaal aanwezig, deze volumes sprongen uit de lijn van de zijgevels uit. In de zijgevels had de kapel in elke travee een raam.
Het perceel links van de pastorie was in deze fase nog onbebouwd en diende als voorplaats voor de kapel. Aan de straatzijde werd het afgesloten door een metalen spijlenhek op een bakstenen muur met een centrale poort.
De huidige feestzaal heeft dezelfde inplanting en oriëntatie als de vroegere kapel. De kopse voorgevel wordt door een recent inkomvolume bijna volledig aan het zicht onttrokken, het rondboogportaal en de rondboogvensters zijn niet meer zichtbaar of verdwenen. De dakruiter is niet bewaard. Ook de dakvorm is veranderd, de feestzaal heeft een minder steil zadeldak dan de kapel, in het achterste deel is het dak verhoogd. De langgevels van de feestzaal bestaan onderaan uit bruin baksteenmetselwerk in kruisverband en worden door vlakke muurpijlers verticaal geritmeerd. Mogelijk zijn dit restanten van de gevels van de kapel. Bovenaan werden de langgevels met recenter metselwerk verhoogd en werden betonnen balken en een betonnen dakrand toegevoegd. Het interieur is volledig verbouwd.
De pastorie en de kosterswoning aan de Heistraat zijn twee bouwlagen hoog en hebben een met pannen gedekt zadeldak met een overstekende geprofileerde houten dakrand op klossen. Beide gevels hebben een enkelhuisopstand van drie traveeën en zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in kruisverband met horizontale gevelbanden in lichtbeige natuursteen. De hardstenen sokkel heeft een sobere horizontale profilering en reikt tot aan de doorlopende dorpels van de gelijkvloerse vensters. Alle gevelopeningen zijn licht getoogd, in de bogen werden natuurstenen blokken met baksteenmetselwerk afgewisseld. Boven het gelijkvloers wordt de gevel met een uitspringende natuursteenlijst horizontaal verdeeld en ook de hardstenen dorpels van de vensters op de verdieping vormen een doorlopende horizontale lijst.
De rechterwoning, vermoedelijk de kosterswoning, is smaller en heeft een meer sobere gevelopbouw. Op het gelijkvloers bevindt zich in de linkertravee de inkomdeur, rechts hiervan twee vensteropeningen. Op de eerste verdieping heeft de gevel drie vensteropeningen. Boven de rechtertravee is een dakkapel met een kleine vensteropening onder lessenaarsdak aanwezig.
De pastorie heeft een bredere gevel die in het midden bekroond wordt door een grote dakkapel onder zadeldak met twee vensteropeningen. Het gelijkvloers had oorspronkelijk drie vensteropeningen, de inkomdeur bevond zich aanvankelijk in de zijgevel. In een latere fase, mogelijk toen de aanpalende woning gebouwd werd, werd het venster in de linkertravee omgevormd tot deuropening. Op de verdieping is de centrale travee geaccentueerd door een driedelig venster met een brede centrale opening en twee smalle flankerende openingen. De tussenposten bestaan uit lichtbeige natuursteen. De twee buitentraveeën van deze gevel hebben telkens een vensteropening in dezelfde vormgeving als deze op het gelijkvloers.
De zijgevel van de kosterswoning bestaat uit baksteenmetselwerk, is volledig blind en voorzien van een recente muurschildering. De twee achtergevels bestaan ook uit baksteenmetselwerk en hebben in de bredere linkertravee een licht getoogd venster op de verdieping en in de smallere rechtertravee twee kleinere licht getoogde vensters ter hoogte van de trappenbordessen. Op gelijkvloers niveau bevinden zich aanbouwen onder platte daken.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen