Villa in naoorlogs modernisme gebouwd voor rekening van het echtpaar W. Clarys, naar een ontwerp van architect Jul De Roover. Het plan is niet gedateerd, de bouwaanvraag werd op 23 juni 1967 ingediend.
Een eerste ontwerp door architect René Du Bois werd in oktober 1966 vergund maar niet uitgevoerd.
Architect en interieurontwerper Jul De Roover werd in 1913 in Antwerpen geboren. Het artistieke en sociaal geëngageerde milieu waarin hij opgroeide, bepaalde later zijn ontwerpfilosofie, die in de progressieve antiburgerlijke idealen van het Interbellum geworteld was. Hij was vanuit zijn opvattingen over een sociaal rechtvaardige maatschappij met een sterk gemeenschapsideaal, een fervente tegenstander van de Belgische verkavelingspolitiek. Toch bestaat een groot deel van zijn oeuvre uit ontwerpen voor villa’s en woningen, opdrachten voor de gemeenschap waren eerder zeldzaam.
Zijn werk toont een zeer persoonlijke verwerking van de invloeden van verschillende modernistische pioniers en stromingen. Elke door hem gerealiseerde woning stelt andere prioriteiten, gebaseerd op gevarieerde invloeden en een intense dialoog met de opdrachtgevers.
In Wilrijk ontwierp De Roover in 1963 een villa in expressief baksteenmodernisme in de Eekhoornlaan 11. In 1965 tekende hij het ontwerp voor een tweewoonst in naoorlogs modernisme in de Prieelstraat 21 en in 1969 voor een brutalistische villa in de Blauwmeeslaan 3.
De villa is in de diepte ingeplant op een rechthoekig perceel aan de zuidzijde van de Jachtlaan. De voortuin wordt grotendeels aan het zicht onttrokken door hoge hagen, in het rechterdeel bevindt zich het pad naar de voordeur en de oprit naar de achtergelegen garage, beiden met een recente verharding in grijze klinkers. De plannen van het bouwdossier geven geen informatie over de oorspronkelijke verharding, de lage muur in roodbruin baksteenmetselwerk, die de voortuin in twee delen verdeelt, is hierop wel getekend.
Villa van twee bouwlagen onder twee in hoogte tegenover elkaar verspringende lessenaarsdaken, waarvan de overkragende dakranden zich op hetzelfde niveau bevinden. Hierdoor ontstaat de indruk van twee, tegen elkaar geplaatste maar verschoven volumes, die in de rechterzijgevel door een smalle, bijna gevelhoge verticale vensteropening gescheiden worden. Het voorste volume is op het gelijkvloers breder en op de verdieping smaller dan het achterste, zodat de lijn van de linkerzijgevel verspringt. Op het lagere dakvlak aan de straatzijde staat een schoorsteen in wit geschilderd baksteenmetselwerk, bekroond met een betonnen kap.
De gevels zijn opgetrokken in kempische rode baksteen en wit geschilderd. De plint was oorspronkelijk zwart geschilderd, anno 2023 is deze lichtgrijs geschilderd.
De betonnen vloerplaat van de verdieping werd in de voor-, achter- en rechterzijgevel zichtbaar gelaten en zorgt voor een horizontale geleding. In een latere fase werd deze ook lichtgrijs geschilderd.
Op het gelijkvloers wijkt de rechtergevelhoek ver terug, hier bevindt zich het verhoogde inkomportaal, rechts afgebakend door een lage baksteenmuur. Voor de linkerhoek werd op de verdieping een balkon met gesloten balustrade in glad beton geplaatst, die langs het terugwijkende deel van de linkerzijgevel doorloopt.
Onder het balkon heeft de voorgevel een bouwlaaghoge raampartij, rechts hiervan een horizontaal keukenvenster en naast het terugwijkende portaal vier kleine rechthoekige gevelopeningen ter hoogte van wc en vestiaire. De zijgevels zijn gesloten opgevat en worden gekenmerkt door smalle horizontale en verticale vensters, die samen met het balkon en de betonnen vloerplaat een compositie van verticale en horizontale lijnen creëren.
Tegen de linkerhoek van de achtergevel staat een éénlaagse aanbouw onder plat dak met houten dakrand, die een bureauruimte en de garage bevat. De achtergevel is open geconcipieerd en heeft op het gelijkvloers twee bouwlaaghoge raampartijen met glazen schuifdeuren, op de verdieping grote rechthoekige vensteropeningen.
Het buitenschrijnwerk in aluminium lijkt grotendeels behouden, de rolluikkasten zijn een latere toevoeging.
De villa is in de achterste helft onderkelderd.
Het gelijkvloers heeft een functioneel grondplan en wordt door een centrale, haaks op de rechterzijgevel geplaatste gang in twee delen verdeeld. Vooraan bevindt zich naast het inkomportaal de vestiaire met wc, daarnaast de keuken en de eetkamer.
Achteraan wordt drie kwart van de oppervlakte ingenomen door een grote woonkamer met open doorgang naar de eetkamer vooraan. In de rechterhoek achteraan bevindt zich het trappenhuis met rechtstreekse toegang tot de woonkamer en de gang. De éénlaagse uitbouw hierachter bevat een bureau en de garage.
Het nachtgedeelte op de verdieping wordt op dezelfde manier als het gelijkvloers door een centrale gang verdeeld. Aan de tuinzijde zijn twee grote, door een deur met elkaar verbonden slaapkamers, aan de straatzijde een kleine slaapkamer en een naaikamer gesitueerd. Vooraan, boven het inkomportal ligt de badkamer en een kleine douchekamer.
Het dossier bevat geen plan van de zolderverdieping.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen