Twee villa’s in regionalistische stijl gebouwd naar ontwerpen van architect Frank Blockx uit 1947, en gelegen op twee aan elkaar palende percelen op de hoek tussen de Jozef Hertogslaan en de Professor Piccardlaan.
De villa in de Jozef Hertogslaan werd ontworpen en gebouwd voor rekening van P. Boumans. Van een eerste ontwerp, dat door het college van Wilrijk op 2 augustus 1946 goedgekeurd werd, werden de gevels aangepast, de omvang en de interieurindeling bleven nagenoeg ongewijzigd. De plannen van het nieuwe ontwerp werden bij de bouwvergunning gevoegd en op 3 februari 1947 goedgekeurd.
In 1953 werd de villa voor rekening van de heer Baumgold vergroot. De garage aan de noordwestzijde werd uitgebreid tot langwerpige vleugel. Op het gelijkvloers werd een spreekkamer en een keuken met bergruimte en wasruimte gecreëerd, de dubbele garage werd naar het uiteinde van deze vleugel verplaatst. Onder het dak ontstond een bijkomende slaapkamer met badkamer en een zolderkamer, die langs een nieuwe trap vanuit de bergruimte te bereiken zijn. Dit gebeurde opnieuw naar ontwerp van Frank Blockx.
In 1961 liet de toenmalige eigenaar Abraham Laub aan de tuingevel van deze langwerpige vleugel onder leiding van architect Joseph Michielssen een veranda bijbouwen. Ook het overdekte terras achter de oorspronkelijke woonkamer werd bij de binnenruimte betrokken.
In 1947 ontwierp architect Frank Blockx ook zijn architectenwoning, een villa op een aan het eigendom van P. Boumans palend perceel in de Professor Piccardlaan 13.
Architect Frank Blockx was de zoon van de bekende componist Jan Blockx, die vanaf 1901 directeur was van het Koninklijk Muziekconservatorium. Tot nu toe is hij vooral bekend als architect van meerdere grote burgerhuizen in Antwerpen, die hij in beaux-arts-stijl en in verschillende neostijlen ontwierp.
Hoewel zijn eigen woning in een meer sobere stijl werd uitgevoerd, paste de architect voor beide villa’s een gelijkaardige opbouw toe. Beide villa’s bestaan uit één tot twee bouwlagen op complex grondplan onder samengestelde zadeldaken. Het hoofdvolume werd telkens uitgebreid met een lager volume dat de garage bevat.
Als bouwmaterialen gebruikte hij een combinatie van witgeschilderd, met historiserende muurankers verankerd baksteenmetselwerk voor de gevels en donker afgewerkt hout voor geveltoppen, dakkapellen en dakranden. Samen met de variërende rechthoekige vensteropeningen en rondboogdeuren ontstond een pittoresk totaalbeeld, dat telkens door twee hoge schoorstenen in witgeschilderd metselwerk vervolledigd werd.
Ook het interieur van de twee villa’s heeft een gelijkaardige indeling die reeds in het begin van de 20ste eeuw typerend was voor dergelijke villa’s: hierbij zijn op het gelijkvloers de woonruimtes en op de verdieping de slaapvertrekken rond een ruime trappenhal gegroepeerd.
De villa bestaat uit één bouwlaag onder hoge samengestelde zadel- en schilddaken met dakkapellen. De daken zijn gedekt met bruin genuanceerde daktegels en hebben donkerbruine houten dakranden. De toppen van de puntgevels en de dakkapellen zijn bekleed met horizontale donkerbruine houten planken. De gevels zijn opgetrokken in witgeschilderd baksteenmetselwerk in halfsteens verband en verankerd met rechte muurankers. Op de oorspronkelijke gevelplannen is de plint zwart geschilderd. De rechthoekige vensteropeningen hebben bruin geschilderde lateibalken en als lekdrempels schuin geplaatste wit overschilderde tegels. Volgens het oorspronkelijke plan waren de gelijkvloerse vensters beluikt.
Het hoofdvolume heeft in voor-, zij- en achteraanzicht telkens een brede uitbouw met puntgevel onder zadeldak. De uitbouw aan de zijde van de Jozef Hertogslaan vormt de voorgevel en bevat links de inkomdeur, die achter een bakstenen rondboog met natuurstenen omlijsting terugwijkt. Deze gevel wordt boven het gelijkvloers door een uitstekende baksteenlijst horizontaal verdeeld. Aan de zijde van de Professor Piccardlaan is op het gelijkvloers een brede erker met vierlicht onder een met daktegels gedekt schilddak aanwezig. De achtergevel wijkt in het rechterdeel terug achter een overdekt terras.
De lagere garagevleugel aan de noordwestzijde telde oorspronkelijk twee traveeën maar werd reeds in 1953 verlengd. De twee garagepoorten werden naar rechts verplaatst, tussen de garage en het hoofdvolume kreeg de gevel aan de straatzijde vier vensteropeningen en aan de tuinzijde twee vensters en een deuropening.
Het schrijnwerk lijkt nog grotendeels bewaard, de vensters hebben houten kozijnen met kleinhoutverdeling. In de kleine vensters op het gelijkvloers en in de puntgevels is nog gebuikt smeewerk bewaard.
De villa is enkel aan de voorzijde van het hoofdvolume onderkelderd, achteraan bevindt zich een verluchte kruipruimte. Op het gelijkvloers ligt achter het inkomportaal een ruime hal met vestiaire en wc, met open doorgang naar de centrale trappenhal. Aan de zijde van de Professor Piccardlaan bevindt zich de woonkamer met open haard en toegang tot het terras, aan de tuinzijde de eetkamer. Beide woonruimtes worden door grote ramen van veel daglicht voorzien. Vooraan, rechts van de inkomhal bevindt zich de keuken, gevolgde door een kleine bijkeuken met doorgang naar de eetkamer en de garage in de zijvleugel.
Op de verdieping wordt aan de zijde van de Professor Piccardlaan de volledige diepte van de villa ingenomen door een ruime ouderslaapkamer met ensuite toiletkamer. Vooraan bevindt zich een badkamer met wc en een kleine slaapkamer, aan de tuinzijde een bijkomende slaapkamer met kleine ensuite badkamer. In de zijvleugel was in entresol oorspronkelijk een bijkomende slaapkamer met aansluitende toiletkamer gesitueerd, wellicht voorzien voor dienstpersoneel. Bij de uitbreiding in 1953 werd hieraan nog een slaapkamer met kleine badkamer toegevoegd.
Villa van twee bouwlagen onder samengestelde zadeldaken, gedekt met donkerbruine daktegels. De overkragende houten dakranden hebben een donkerbruine afwerking.
De gevels zijn opgetrokken in witgeschilderd baksteenmetselwerk in kruisverband op een schuin vooruitspringende bakstenen plint. De oorspronkelijke gevelplannen vermelden als afwerking van de gevels “Gekalkt” en tonen een zwarte plint. De gevels zijn verankerd met rechte muurankers. Deze hebben, verwijzend naar historische voorbeelden, een gekrulde spie en platte uiteinden voorzien van een geponste X tussen horizontale lijnen.
De villa bestaat uit een hoofdvolume op rechthoekig grondplan met een brede uitbouw onder zadeldak aan de straatzijde. Aan de noordelijke hoek werd aan het hoofdvolume een tweede volume onder lager zadeldak toegevoegd.
De rechthoekige vensteropeningen hebben bakstenen lateien en hardstenen lekdrempels op bakstenen onderdorpels. In de gevel van de brede uitbouw aan de straatzijde is boven het gelijkvloers een sobere natuurstenen zonnewijzer aanwezig. De rondboogvormige voordeur in het terugwijkende rechterdeel van de straatgevel is gevat in een nis onder geprofileerde natuurstenen rondboog op impostblokken. De boog heeft een trapeziumvormige sluitsteen met geprofileerde bovenlijst. Op het oorspronkelijke gevelplan loopt de geprofileerde boog als omlijsting met negblokken door tot aan de plint.
De nog verder terugwijkende gevel van het lagere volume bevat de rechthoekige garagepoort. In het dakschild hierboven is een met houten planken beklede dakkapel met tweelicht aanwezig.
De zij- en achtergevels hebben rechthoekige vensteropeningen van verschillende formaten, in de zuidwestelijke gevel is een deels inpandig overdekt terras aanwezig. De achtergevel van de garage heeft een rechthoekige deuropening naar de tuin.
Het buitenschrijnwerk werd recent vernieuwd in aluminium. De oorspronkelijke vensterkozijnen hadden een kleinhoutverdeling, de tweevleugelige houten garagepoort had twee vierkante lichtopeningen met decoratief smeedwerk. De voordeur was een houten plankendeur met halfrond bovenlicht. De oorspronkelijke schoorstenen zijn anno 2023 verdwenen.
De plannen uit het bouwdossier tonen een volledig onderkelderde villa.
Op het gelijkvloers bevindt zich achter het inkomportaal een kleine hal met vestiaire. De brede uitbouw aan de straatzijde bevat de ruime woonkamer met toegang tot het inpandige terras, een open haard en plaats voor een vleugelpiano. De woonkamer is door een brede open doorgang met de eetkamer aan de tuinzijde verbonden. De woonzone wordt met grote zuidoostelijk en zuidwestelijk georiënteerde ramen van veel daglicht voorzien.
Achter de centrale trappenhal bevindt zich de bijkeuken met ingebouwde kasten en een kleine dienstlift, hierachter in het lagere volume de keuken met tuingerichte ramen en de garage.
De verdieping bevat het slaapgedeelte met een ruime ouderslaapkamer boven de woonkamer en een dubbele kinderslaapkamer boven de eetkamer. De badkamer met aansluitende wc ligt boven de inkomhal en is zowel vanuit de ouderslaapkamer als vanuit de centrale trappenhal bereikbaar. De trappenhal loopt als gang met ingebouwde kasten door tot aan de zuidwestelijke gevel. Achter de trappenhal bevindt zich de meidenkamer.
De werkkamer van de architect bevindt zich achteraan in het lagere volume, boven garage en keuken, samen met een kleine zolderkamer en een bijkomende wc.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen