erfgoedobject

Geheel van twee meergezinswoningen

bouwkundig element
ID
308691
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308691

Beschrijving

Geheel van twee bescheiden meergezinswoningen met latente art-nouveau- en beaux-arts-inslag gebouwd voor rekening van kolonel Louis Lemercier. De plannen werden opgemaakt door architect E. Fiévez voor de Sociéte Anonyme “La Construction Economique”, een bouwmaatschappij met vestigingen in Brussel en Antwerpen. Een eerste versie uit november 1923 toont de twee huizen in gespiegelde vorm. Voor Jules Moretuslei 544 werd in januari 1924 een aangepaste versie ingediend.

Bouwheer Louis Charles Jules Lemercier (Ecaussines-Lalaing, 1875-Brussel, 1954), echtgenoot van Marguerite Claikens, was van 1923 tot 1930 Commandant van het 11de Artillerie Regiment in Doornik en van het 1ste Artillerie Regiment in Antwerpen met de rang van kolonel, en van 1930 tot 1935 Commandant van de artillerie van het 2de Legerkorps met de rang van generaal-majoor. Buiten zijn militaire carrière nam Lemercier een sociaal engagement op als medestichter van de Bond der Talrijke (later Kroostrijke) Gezinnen in 1921, de huidige Gezinsbond, waarvan hij bij zijn overlijden de titel 'président-fondateur' voerde. Daarnaast was Lemercier actief als vastgoedinvesteerder, met de bouw van talrijke 'goedkope' arbeiderswoningen voor eigen rekening in Antwerpen. De bouw van de huizen Jules Moretuslei 542-544 werd in juli 1923 voorafgegaan door een geheel van vier gekoppelde woningen Jules Moretuslei 395-401, eveneens door architect Fiévez en "La Construction Economique. In augustus 1923 liet Lemercier aanpalend een tweede geheel van vier gekoppelde woningen bouwen, Jules Moretuslei 403-409, in een snelbouwsysteem (gewapend beton en 'blocs creux Isotherme') door de Brusselse Société Anonyme Isotherme. In november 1925 volgde een geheel van zes gekoppelde woningen Jules Moretuslei 383-393, eind 1924 ontworpen door de Brusselse architect Louis Leemans. Deze bouwde voor Lemercier gelijktijdig een geheel van vier gekoppelde woningen aan de pare zijde van de Jules Moretuslei (gesloopt), en tekende in 1926 ook nog voor de vier gekoppelde woningen August Van Daelstraat 22-24 in Wilrijk. Tussen 1929 en 1932 verplaatste Lemercier zijn bouwactiviteiten naar de wijk Groenenhoek in Berchem, waar hij een twintigtal woningen en een appartementsgebouw realiseerde, en daarvoor onder meer beroep deed op de architectenassociaties Edouard Bilmeyer en Henry Claes, en Walter Van den Broeck en Florent Laforce.

In 1968 werd de woning nummer 542 aan de achterzijde uitgebreid met een terras en badkamers op gelijkvloers en eerste verdieping. Dit gebeurde onder leiding van architect René Du Bois.

Exterieur

Rijhuizen van twee traveeën, een souterrain en twee bouwlagen onder met pannen gedekt pseudo-mansardedak met één centrale dakkapel of dakvenster.

Beide gevels zijn opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, met gebruik van witte natuursteen of simili voor structurele elementen als de plint, speklagen, kraagstenen, lateien, lekdrempels en vensterposten. In de plint zijn telkens twee rechthoekige keldervensters aanwezig, voorzien van smeedijzeren tralies met getorste spijlen en bloemvormige uiteinden.

Nummer 542. De gelijkvloerse gevelopeningen – een hoge deuropening en rechts daarvan een vensteropening – hebben een rechthoekige vorm en sober geprofileerde lateien. De deur is verhoogd met twee treden in lichtgrijze granito. De oorspronkelijke houten paneeldeur is bewaard. Ze heeft een geprofileerde verdeling en twee verticale lichtopeningen. Deze zijn voorzien van structuurglas en smeedwerk met bloem- en krulmotieven en getorste spijlen. Boven het geprofileerde kalf is een driedelig bovenlicht aanwezig.

De verdieping heeft een groot korfboogvormig venster bestaande uit een tweevleugelige vensterdeur, geflankeerd door tussenposten en twee smallere vensters, en het geheel is gevat in een korfboog van rood baksteenmetselwerk met sluit- en impoststenen. De vensterdeur is voorzien van een eenvoudige balustrade in dezelfde vormgeving als de tralies van de keldervensters en het smeedwerk van de voordeur: rechte en getorste spijlen versierd met krul- en bloemmotieven. Onder de vensteropeningen zijn panelen in baksteenmetselwerk aanwezig.

Nummer 544. Breder opgezet, onderscheidt de gevelordonnantie zich door steekboogopeningen, de inkomdeur met geprofileerd middenkalf, en gegroefde speklagen in het verlengde van imposten en dorpels. De driezijdige erker met leien afdak van de bovenverdieping komt niet voor op de uitgevoerde, tweede versie van de bouwplannen, maar een bouwdossier voor latere toevoeging is evenmin gevonden. Zowel de bovengevel als het getoogde dakvenster worden gemarkeerd door lisenen op bewerkte kraagstenen. Het volledige schrijnwerk is vernieuwd.

Interieur

In de eerste versie van de bouwplannen uit 1923 was voor beide huizen een identieke plattegrond voorzien, die enkel is toegepast in nummer 542. De plattegrond toont een verhoogd gelijkvloers, vanuit de kleine hal ter hoogte van de voordeur leidt een korte steektrap respectievelijk naar de kelder en naar het gelijkvloers. Dwars hierop verdeelt het trappenhuis met steektrap naar de verdieping en de mansarde de woning over de hele breedte. Het souterrain omvat aan de straatzijde kleine kelders, en achteraan een grote keuken en een wasplaats in de kleine uitbouw palend aan de 'cour basse'. Het gelijkvloers en de verdieping bestaan telkens uit een slaapkamer (chambre) vooraan en een woonkamer (salle commune) achter het trappenhuis. De slaapkamer op de verdieping kan met een 'cloison mobile' worden opgesplitst. In de smalle uitbouw bevinden zich gelijkvloers een inbouwkast en wc, en op de verdieping een wasplaats en wc. Onder het dak zijn twee mansardekamers ingericht.

Nummer 544 heeft volgens de aangepaste bouwplannen uit 1924 een gelijkaardige indeling, waarbij de kleine uitbouw op begane grond en verdieping is vervangen door een terrasje. Het souterrain omvat eveneens twee kelders, de keuken en wasplaats van het gelijkvloerse huurkwartier. Dat laatste bestaat uit twee kamers, een 'parloir' en wc. Het huurkwartier op de verdieping telt twee kamers, een eetplaats, keuken en wc. De mansarde is opgedeeld in vier kamers.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 238#960, 222#1952 en 222#17081 (Jules Moretuslei 542-544), 238#922, 238#948, 238#1122 en 238#1329 (Jules Moretuslei 383-409) en 238#1411 (August Van Daelstraat 22-24).

Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Geheel van twee meergezinswoningen [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308691 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.