Bescheiden villa in cottagestijl, als “landhuisje” gebouwd voor rekening van bediende H. Van den Brande, naar een ontwerp van architect Jules Lemaire uit juli 1929. De villa is gelegen aan de zuidzijde van de Meerlenlaan op een rechthoekig perceel met zuidelijk georiënteerde tuin.
In 1947 werd voor dezelfde eigenaar onder leiding van architect Frans Laporta het inpandige terras met een erker uitgebreid en tot kamer omgevormd. Achteraan rechts in de tuin werd een eenlaagse garage onder plat dak bijgebouwd.
Anno 2022 ziet men dat de villa later aan de tuinzijde nog verder werd uitgebreid, hiervan is echter geen bouwdossier gevonden.
De voortuin wordt afgebakend door een recent hekwerk, de bouwplannen voorzagen een lage baksteenmuur met decoratief hekwerk tussen bakstenen pijlers en links van de middenas een poort.
Villa van één bouwlaag op quasi rechthoekig grondplan van twee op twee traveeën onder dwars op elkaar geplaatste steile en met pannen gedekte mansardedaken. De daken hebben ver overkragende dakranden, boven de voorgevel heeft het linker dakvlak een halfrond dakvenster, boven de achtergevel is in het rechter dakvlak een dakkapel met eenvoudig fronton aanwezig. Recent werd ook boven de erker in de rechterzijgevel een venster in het dakvlak gemaakt.
De gevels zijn opgetrokken in baksteenmetselwerk, de topgevels zijn ter hoogte van de dakverdieping bepleisterd. Oorspronkelijk was vermoedelijk nog het contrast tussen ongeschilderd baksteenmetselwerk en witte bepleistering zichtbaar, anno 2022 zijn de gevels volledig witgeschilderd, de plint is gecementeerd en zwartgeschilderd.
Het vooraanzicht wordt bepaald door de rechter travee met hoge geveltop onder steil mansardedak. Deze heeft op het gelijkvloers een driezijdige erker met rechthoekige vensteropeningen, op de verdieping bekroond door een balkon met grote rondboogvormige vensterdeur en bakstenen borstwering. De panelen van de borstwering zijn versierd met een patroon van afwisselend inspringende en uitstekende verticale baksteenrijen, de hiermee contrasterend vlak bepleisterde hoekpijlers lopen als vensterposten van de erker door. Waarschijnlijk werd ook hier oorspronkelijk gebruik gemaakt van de materiaalpolychromie van baksteen en witte bepleistering.
In de smallere linkertravee bevindt zich de rondboogvormige inkomdeur in een getrapte bakstenen omlijsting. De hardstenen trap naar de inkomdeur bestond oorspronkelijk ook uit baksteenmetselwerk. Links van de inkomdeur is een vlakke gevelsteen met het opschrift J. LEMAIRE ARCH. bewaard.
De rechterzijgevel is grotendeels blind en had initieel enkel een rondboogopening naar het inpandige terras. Na de verbouwingen in 1947 ontstond hier een erker op rechthoekig grondplan.
De linkerzijgevel heeft smalle rechthoekige vensteropeningen met bakstenen strek en dorpel, ter hoogte van de zolder een rondboogvormige vensteropening. De verspringende hoogte van de vensters verraadt de aanwezigheid van een trap in dit deel van de woning.
In de achtergevel was er links een brede rondboogopening naar het inpandige terras, geflankeerd door een klein rondboogvenster en een grote rechthoekige vensteropening in de rechtertravee.
Het buitenschrijnwerk werd vernieuwd.
De grondplannen tonen een compacte versie van de sinds de 19de eeuw gebruikelijke enkelhuisplattegrond. In de brede venstertravee met erker bevindt zich een woonkamer in enfilade met het inpandige terras, links geflankeerd door de gang en traphal en achteraan de keuken. Op de verdieping bevinden zich twee slaapkamers, een badkamer en een kleine bergkamer.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen