Villa in art-decostijl gebouwd naar een ontwerp uit 1925 van architecten Hippoliet en Jules De Vos. Deze laatste diende de bouwaanvraag formeel in. Opdrachtgever was Vital Verdun, 'bestuurder-gérant' van de Antwerpsche Maatschappij van Goedkoope Woningen, en bestuurder van de coöperatieve vastgoed-, verzekerings- en hypotheekmaatschappij "La Garantie Générale".
De broers Hippoliet en Jules De Vos waren tijdens het interbellum als bouwmeesters werkzaam in het Antwerpse. De gebroeders realiseerden onder meer de tuinwijk Garden City Elsdonk in opdracht van de Antwerpse Maatschappij voor Goedkope Woningen maar ook twee gekoppelde cottagevilla’s in de nabij gelegen Sterrenlaan.
De villa is centraal ingeplant in een rechthoekig perceel aan de zuidzijde van de Meerlenlaan, het perceel wordt aan de straatzijde afgesloten door een hoge haag met brede poort.
Villa van twee bouwlagen op souterrain en drie op drie traveeën onder een combinatie van leien schild- en mansardedaken met ver overkragende dakrand. De vernieuwde bakgoten lijken proportioneel zwaarder dan op de bouwplannen voorzien.
De volumewerking van de villa wordt gekenmerkt door het plastische reliëf van erkers, uitbouwen en dakkapellen en de verspringende niveaus van gevelvlakken en dakschilden.
De gevels zijn opgetrokken in baksteenmetselwerk in kruisverband met beperkt gebruik van simili-bepleistering (Terra Nova) voor delen van de daklijst, sluit- en impoststenen, vensterstijlen, balkonpijlers en de bogen van het inkomportaal. Anno 2022 zijn alle gevels witgeschilderd. Op verschillende plaatsen zijn de gevels van decoratieve accenten voorzien, bestaande uit rijen van enkele of dubbele bakstenen die recht of schuin uit het gevelvlak uitsteken. Oorspronkelijk was het metselwerk niet geschilderd, waardoor het met de lichte tint van de simili-bepleistering contrasteerde.
In het vooraanzicht is de als risaliet uitgewerkte en door een afgewolfd zadeldak bekroonde smalle middentravee bepalend. Op het gelijkvloers heeft deze een vijfzijdige erker met leiendak, bekroond door een balkon met smeedijzeren balustrade tussen bepleisterde pijlers. Het smeedwerk bestaat uit vierkante kaders met ingeschreven spiraalvorm, een motief dat ook op de bouwplannen als decoratief detail terugkomt.
Rechts van de middentravee is de gevel maar één bouwlaag hoog en bevat een segmentboogvormige vensteropening. Hierboven heeft het dakvlak een rechthoekig mansardevenster.
De linkertravee van de voorgevel wijkt terug en heeft op de verdieping een groot driedelig trapvenster met bepleisterde tussenstijlen onder rondboog. In de hoek met de vooruitspringende middentravee bevindt zich het inkomportaal met trappenbordes onder een leien afdak. Het afdak wordt gedragen door twee rondbogen die net als de binnenwanden van het portaal afgewerkt zijn met een similibepleistering met schijnvoegen.
In de linkerzijgevel wordt het driedelige rondboogvenster herhaald, de smalle middentravee springt hier in, links is de gevel onder het verder doorgetrokken dakschild lager. De overige vensteropeningen in deze gevel zijn kleiner en hebben een eenvoudige rechthoekige vorm met bakstenen strek en een tweedelig kozijn.
Het reliëf van de lagere rechterzijgevel wordt bepaald door een rechthoekige erker onder leien dak in de linkerhelft en de gelijkvloerse uitbouw van een ver boven het dak uitstekende bakstenen schoorsteen.
In de achtergevel wordt het motief van de met simili-bepleistering en schijnvoegen afgewerkte boog herhaald aan het overdekte terras, op de verdieping bevindt zich een balkon met groot rondboogvormig venster met centrale vensterdeur. De centrale travee heeft twee rechthoekige vensteropeningen met driedelig kozijn, het lagere rechterdeel van de gevel bevat een overluifelde deur naar de bijkeuken.
Het buitenschrijnwerk met decoratief glas-in-lood is in de voor- en zijgevels nog gaaf bewaard, de vensters van de gelijkvloerse woonvertrekken zijn voorzien van een voorzetbeglazing.
Het interieur toont een vrij traditionele planopvatting met als middelpunt de grote hal met dubbele bordestrap in de centrale en linkertravee. Hierachter bevindt zich een vestiaire en de keuken met bijkeuken en toegang tot de kelder. De rechtertravee bevat vooraan een klein kabinet, gevolgd door een enfilade van salon en eetkamer met vierdelige vensterdeur naar het terras.
Op de verdieping zijn vier kamers, een bergruimte en een badkamer in een L-vorm rond de traphal gegroepeerd.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen