Burgerhuis in halfopen bebouwing, in zakelijk baksteenmodernisme gebouwd voor rekening van 'scheepvaart ingenieur' William Bews naar een ontwerp van architect Florent Vaes uit 1929.
De Schotse ingenieur William James Linklater Bews (°Edinburgh, 1892) was op 3 augustus 1916 in North Shields gehuwd met Mary Anne Innes (°Frazerburg, 1892). Het echtpaar vestigde zich in september 1921 in Antwerpen, met hun zonen Alastair en Angus, geboren te North Shields in 1917 en 1919. In Antwerpen werden in 1922 en 1927 hun dochters Rosemary en Greta geboren. Voor de bouw van de nieuwe woning in Wilrijk verbleef het gezin in Mortsel en Berchem.
Florent Vaes werd 1879 als zoon van architect Richard Vaes in Antwerpen geboren. Voor de Eerste Wereldoorlog werkte hij een aantal jaren samen met zijn schoonbroer Joan Coninck Westenberg. Tijdens het interbellum bouwde hij een zelfstandige loopbaan uit en ontwierp woningen en appartementsgebouwen voor de betere kringen. In vergelijking met zijn overige oeuvre vertoont het ontwerp voor deze woning een zeer moderne en zakelijke insteek.
De woning is vooraan ingeplant op een rechthoekig perceel aan de zuidzijde van de Meerlenlaan. Het in de tuin gelegen eenlaagse bakstenen garagegebouw onder plat dak ontwierp de architect gelijktijdig met de woning. De voortuin en de oprit langs de rechterzijgevel werden oorspronkelijk afgebakend met lage baksteenmuren, deze afsluiting is enkel aan de straatzijde nog gedeeltelijk bewaard.
De oprit heeft een vernieuwde verharding met betonplaten van verschillende afmetingen. De tweevleugelige poorten aan begin en einde van de oprit zijn verdwenen, bij de doorgang naar de tuin werd een nieuwe poort geplaatst.
In 2012 werd de woning onder leiding van architectenbureau Frank Van Laere aan de achterzijde uitgebreid en de interieurindeling aangepast. Vanuit de straat is hiervan enkel een verticale uitbouw achteraan de rechterzijgevel zichtbaar. Hierbij werd hetzelfde gevelmateriaal als voor de oorspronkelijke woning toegepast. De nieuwe achtergevel heeft brede, bouwlaaghoge vensterpartijen.
Woning van twee traveeën en twee bouwlagen onder plat dak. De gevels zijn opgetrokken in genuanceerd roodbruin baksteenmetselwerk in halfsteens verband, de sokkel sluit bovenaan af met een bakstenen rollaag. Het compacte en blokvormige baksteenvolume krijgt aan de rechterzijde een zekere plasticiteit door de verspringende zijgevel en de ver uitstekende luifel boven het inkomportaal. De later toegevoegde uitbouw achteraan vormt hierop in zekere zin een aanvulling.
Een op alle gevels boven de verdieping doorlopende, maar tegenover de dakrand verlaagde luifel vormt een nadrukkelijk horizontaliserend accent, versterkt door de luifel boven de inkom, die ook naar de rechterzijde doorloopt. Volgens de plannen van het bouwdossier liep deze luifel oorspronkelijk ook langs de hele achtergevel, langs de linkerzijde van de zijgevel en in het rechterdeel van de voorgevel door.
Het gebruik van ruw uitgewassen beton voor deze luifels contrasteert met de strakke lijnvoering en het uniforme bakstenen gevelparement.
De straatgevel heeft een vrij sobere ordonnantie met in de linkertravee telkens een brede vierdelige vensteropening en in de rechtertravee op de verdieping een rechthoekige vensteropening. Op het gelijkvloers was oorspronkelijk ook een eenvoudige vensteropening voorzien, afwijkend van het oorspronkelijke ontwerp werd hier een om de hoek doorlopend bandvenster geplaatst.
De zijgevel heeft in het linker- en rechterdeel telkens twee bandvensters, in de centrale travee verraden kleinere vensters op verspringende niveaus de aanwezigheid van een trap.
Het schrijnwerk van de vensters is vernieuwd maar behoudt de indeling van het oorspronkelijke ontwerp. De inkomdeur met grote lichtopening was volgens de bouwplannen voorzien van decoratief smeedwerk met boven elkaar geplaatste geometrische waaiervormen. De vernieuwde deur leunt bij deze vormgeving aan.
De plannen van het bouwdossier tonen een in de rechtertravee onderkelderde woning met een vrij traditionele planopvatting. Op het gelijkvloers waren de woonvertrekken gegroepeerd rond de traphal bij de inkom in de zijgevel. De linkertravee bevatte een sinds de 19de eeuw veel voorkomende enfilade van woon- en eetkamer, achteraan gevolgd door een inpandig terras. In de rechtertravee bevond zich vooraan een ontvangstkamer, achter de hal was de keuken met rechtstreekse toegang tot de tuin gesitueerd.
Het nachtgedeelte op de verdieping bestond uit drie slaapkamers, een badkamer en een smalle linnenkamer.
Bij de verbouwing in 2012 werd het interieur aangepast en gereorganiseerd, op het gelijkvloers werden de woonruimtes als één grote, L-vormige ruimte geconcipieerd. De keuken met bijkeuken werd naar de voorzijde verplaatst, de leefruimte naar de tuinzijde.
Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen