Villa in brutalistische stijl gebouwd naar een ontwerp van architect Jef Ceulemans uit december 1978. De villa werd als “landhuis” gebouwd aan de zuidzijde van de toen nog grotendeels onbebouwde Mezenlaan. De bouwvergunning dateert van 15 januari 1979.
De villa is centraal ingeplant op een rechthoekig perceel, de linkerhelft van de voortuin wordt ingenomen door de oprit en het pad naar de voordeur, beiden met recente verharding in grijze klinkers. Anno 2023 wordt de overige tuin afgesloten door een hoge haag. Het bouwdossier bevat geen informatie over de oorspronkelijke aanleg of afsluiting van de voortuin.
De markante dynamiek van in elkaar geschoven vormen wordt bepaald door drie volumes van anderhalve of twee bouwlagen onder lessenaarsdaken, die met de hoge zijde naar elkaar geplaatst werden. In de voorgevel en de linkerzijgevel vormt een lager geveldeel de verbinding tussen twee volumes. Door de verschillende hoogtes en de sterk hellende lessenaarsdaken ontstaan scherpe kanten, die contrasteren met de gesloten dak- en gevelvlakken.
De gevelvlakken worden op hun beurt onderbroken met licht terugwijkende horizontale en verticale raampartijen van variërende afmetingen, bij de uitbouw aan de westzijde werden de hoekvensters geassembleerd tot gevelhoge verticale stroken.
Kleine uitbouwen aan de voor-, achter en linkerzijgevel zijn voorzien van hellende glazen daken.
Het gevelparement bestaat uit roodbruine baksteen in halfsteens verband. De dakbedekking in roodbruine dakpannen sluit hierop aan. In de voor- en linkerzijgevel is telkens een horizontale balk in glad zichtbeton aanwezig ter hoogte van het tussenliggende dak.
Het oorspronkelijke schrijnwerk in bruin geacryleerd aluminium lijkt nog grotendeels behouden, de kantelpoort van de garage werd vervangen door een sectionale poort.
De villa is enkel met een verluchte kruipruimte onderkelderd en heeft een functionele indeling, die rekening houdt met oriëntatie en lichtinval.
Op de begane grond ligt de nadruk op de woonruimtes met open planopvatting, die langs de westelijke zijgevel de hele diepte van de villa beslaan. Een centrale open haard en een niveauverschil geven de scheiding tussen eet- en zitplaats aan.
De zitplaats ligt op verlaagd niveau en is door een vide met de nachthal van de verdieping verbonden. Een open bordestrap leidt van de woonzone naar boven. De haard en de trap zijn in het orthogonale plan onder een hoek van 45 graden gepositioneerd. Gevelhoge hoekramen zorgen voor veel lichtinval vanuit het zuiden en het westen.
De eetplaats wordt door een brede glazen schuifdeur van daglicht vanuit de zuidelijk georiënteerde tuin voorzien. Links van de eetplaats bevindt zich de naar de tuin gerichte keuken.
De linkerhelft van het gelijkvloers wordt aan de straatzijde ingenomen door de garage en een aansluitende werkhoek, aan de tuinzijde bevindt zich een bergplaats met toegang tot de keuken, de tuin en de garage. Tussen de garage en de woonzone ligt aan de voorzijde de inkomhal met wc en vestiairekast.
Het slaapgedeelte op de verdieping is georganiseerd rond de open trap en een centrale oost-west georiënteerde gang, die door een dakkoepel verlicht wordt. Aan de tuinzijde liggen twee slaapkamers en een logeerkamer naast elkaar, allen met grote ramen naar de tuin. Hierbij hoort, aan het uiteinde van de gang, een kleine badkamer met douche.
Vooraan, boven de garage, bevindt zich de ouderslaapkamer met ensuite badkamer. Hiernaast ligt een bureel dat via het trapbordes toegankelijk is en met een binnenraam uitkijkt op de vide boven de zithoek.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen