Villa in cottagestijl gebouwd in opdracht van Maria Dirix, naar een ontwerp van architect Jan De Vroey uit juni 1926. Het bouwplan vermeldt Maria Dirix als bouwheer, die de bouwaanvraag ook signeert, maar op dit laatste document is haar voornaam geschrapt en vervangen door Jan.
Jan De Vroey, wiens loopbaan midden jaren 1890 van start was gegaan, realiseerde kort vóór de Eerste Wereldoorlog de neogotische Sint-Hubertuskerk in Berchem. Waar hij in de residentiële architectuur uit zijn beginjaren zowel het conventionele neoclassicisme, het eclecticisme als de art nouveau beoefende, laveerde hij tijdens het interbellum evengoed tussen de beaux-artsstijl en een behoudende art deco. Uit de periode voor de Eerste Wereldoorlog zijn twee gekoppelde cottagevilla's van zijn hand bekend, Villa Anna en Villa Maria uit 1910-1911 in Edegem. De villa Dirix is zijn tot op heden enige gekende cottagevilla uit het interbellum. Zijn ontwerp is sterk verwant met de cottagevilla's van de Antwerpse architecten Léopold De Coninck en Maurice Potié, die in de jaren 1920 dit type residentie tot hun handelsmerk maakten. De Vroey bleef actief tot zijn overlijden in 1935, en werd opgevolgd door zijn zoon Léon.
Een eerste kleine uitbreiding gebeurde in 1929 voor rekening van 'mijnheer' Dirix. Hij liet tegen de achtergevel, naast een bestaande veranda, een eenlaagse achterkeuken en een wc bouwen. De werken werden uitgevoerd door aannemer Victor De Laet.
De villa werd in de jaren 1990 en 2000 in verschillende fases uitgebreid.
In 1994 werd de villa aan de achterzijde verder uitgebreid met een eenlaagse houten veranda met een klein dakterras ter hoogte van de verdieping. Voor deze uitbreiding werden de veranda en de achterkeuken afgebroken. In dezelfde fase werd ook een eenlaagse garage met berging achteraan rechts in de tuin gepland. Deze werken gebeurden naar ontwerp van architect Karel Dasseville.
In 1999 werd vergunning verleend om de villa aan de rechterzijgevel uit te breiden met een eenlaagse aanbouw met bureelruimte en om hierachter, op een afstand van 2,5m van de woning, een losstaande dubbele garage met bergruimte te bouwen. De plannen voor deze uitbreiding werden opgemaakt door de Kortrijkse architectenvennootschap Demeyere-Toelen bvba.
De aanbouw met bureelruimte werd in 2008 met een bouwlaag verhoogd. De plannen hiervoor werden opnieuw opgemaakt door Demeyere-Toelen bvba.
De villa is in de diepte ingeplant op een zeer ruim perceel aan de westzijde van de Kleine Doornstraat. De tuin wordt aan de straatzijde afgesloten met een hekwerk op een lage baksteenmuur met ezelsrug tussen bakstenen pijlers met vierzijdige deksteen. Centraal staat een houten poort tussen hogere bakstenen pijlers met zijdelingse steunpijlers met vlechtingen. De pijlers dragen een pannen zadeldak op houten korbelen, voorzien van een decoratieve windveer. Deze bakstenen poortconstructie dateert alleszins uit de oorspronkelijke bouwfase van 1926, en is ook op het bouwplan al afgesloten door een gelijkaardige houten poort van verticale latten. De rest van voortuinafsluiting wordt niet weergegeven op het bouwplan. Het ijzeren hekwerk is zeker een recente toevoeging. De voortuinafsluiting is reeds aanwezig op foto’s in de bouwaanvraag van 1994.
Villa van twee bouwlagen onder samengestelde pannendaken met overkragende dakrand. De gevels worden horizontaal verdeeld door een uitstekende bakstenen rollaag. De gelijkvloerse gevels zijn opgetrokken in bruin baksteenmetselwerk in kruisverband. De gevels van de verdieping zijn bepleisterd met een ruwe beraping. Deze afwerking is reeds op het oorspronkelijke bouwplan van 1926 weergegeven. De rechthoekige gevelopeningen hebben natuurstenen lateien en lekdrempels. Boven de gelijkvloerse vensters is bijkomend een bakstenen strek aanwezig. De meeste vensters zijn voorzien van houten luiken. Het houten schrijnwerk lijkt nog bewaard of werd naar historisch model vernieuwd. De gelijkvloerse vensters hebben vaste bovenlichten, de vensters van de verdieping een kleinhoutverdeling.
De brede rechtertravee van de voorgevel is geaccentueerd door een topgevel met pseudovakwerk. Op het gelijkvloers heeft deze travee een driezijdige erker, die op de verdieping bekroond wordt door een balkon met houten balustrade.
Tegen de linkerzijgevel staat een klein inkomvolume met pannen zadeldakje. Dit is een latere toevoeging, die bij de bouwaanvraag van 1994 nog niet aanwezig was. Een vensteropening in het rechterdeel van deze zijgevel werd dichtgemetst voor de plaatsing van een haard, de latei bleef in de gevel bewaard.
De in 1999 gebouwde en in 2008 verhoogde aanbouw aan de rechterzijgevel heeft een pannen schilddak dat aansluit op het dak van de oorspronkelijke villa. Het gelijkvloerse deel bestaat uit baksteenmetselwerk en heeft brede meerdelige raampartijen met houten vensterdeuren. Deze werden op de, volledig in houtskeletbouw uitgevoerde, verdieping herhaald.
Volgens het oorspronkelijke bouwplan is de slechts deels onderkelderde plattegrond georganiseerd rond de inkom- en traphal, centraal ingeplant tegen de linkerzijgevel. De begane grond biedt vooraan ruimte aan een L- vormige woonkamer met erker, en een 'cabinet' dat uitgeeft op de inkom- en traphal. Bij de woonkamer sluit de keuken annex wc aan, die achter de traphal wordt geflankeerd door een inpandige terrasloggia, waar een terras met houten overkapping bij aansluit. Op de bovenverdieping bevinden zich vooraan drie kleinere slaapkamers en een 'cabinet', en achteraan de grote slaapkamer met ensuite toiletruimte. De keuken werd in 1929 uitgebreid met een bijkeuken en wc.
Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen