Burgerhuis in eclectische stijl met terughoudende neoclassicistische elementen, te dateren in het eerste kwart van de 20ste eeuw. Het oorspronkelijke bouwdossier is niet bewaard, wel een dossier van een uitbreiding van de achterbouw uit 1926.
Rijwoning van drie traveeën en twee bouwlagen onder een met zink afgewerkt pseudomansardedak. De lijstgevel is bekleed met gele baksteen in kruisverband op een hardstenen sokkel. Lichtblauw geglazuurde bakstenen werden decoratief toegepast voor horizontale gevelbanden en segmentbogen boven de gevelopeningen. Bovenaan sluit de gevel af met een kroonlijst bestaande uit een geprofileerde lijst, een tandlijst en een geprofileerde bakgoot op gebogen houten korbelen.
De gevelordonnantie is regelmatig, met één gevelopening per travee. Het gelijkvloers heeft links twee vensteropeningen en in de rechtertravee een wat bredere deuropening, de verdieping heeft een centraal balkon met vensterdeur, geflankeerd door twee vensteropeningen. Het balkon steunt op volutevormige, gecanneleerde stenen kraagstukken en heeft een gebuikte gietijzeren balustrade met florale ornamenten.
Het buitenschrijnwerk is vernieuwd met uitzondering van de oorspronkelijke tweevleugelige houten paneeldeur met twee rechthoekige lichtopeningen en vast bovenlicht. In de lichtopeningen is nog het oorspronkelijke smeedwerk bewaard. De deurvleugels zijn versierd met geprofileerde frontons en omlijste panelen met diamantkoppen. Onder het bovenlicht is een geprofileerd en met een tandlijst versierd kalf aanwezig.
De oorspronkelijke bouwplannen zijn niet bewaard, maar de indeling van de gevel doet vermoeden dat de woning een sinds de 19de eeuw voor stedelijke rijwoningen gebruikelijke enkelhuisplattegrond heeft. Hierin bestaat het gelijkvloers meestal uit een enfilade van woonruimtes, geflankeerd door een gang met trap naar de verdieping.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen